Dé oorzaak van het populisme, volgens Davos: de ongelijkheid

In Davos is dinsdag het World Economic Forum weer begonnen. NRC-redacteur Wouter van Noort doet vanuit het Zwitserse bergdorp verslag van dit jaarlijkse samenzijn van de zakelijke, politieke en culturele wereldelites.

Joe Biden krijgt van een volle zaal met bestuursvoorzitters en toppolitici een staande ovatie. Hij heeft net in zijn laatste openbare toespraak als vicepresident van de VS de verzamelde wereldelite in Davos opgeroepen om „te strijden voor de liberale wereldorde”. „Die moet niet alleen afhangen van wie er de leiding heeft in Washington.” Volgens Biden heeft de liberale orde, met Europa en de Verenigde Staten in het centrum, de wereld decennialang ongeëvenaarde groei, vrede en welvaart gebracht. In Davos, zo’n beetje het meest tastbare symbool dat er bestaat van die liberale orde, vallen die woorden goed. Zeker nu juist illiberale krachten sterker worden, en de positie van de aanwezige elite flink onder druk staat.

Biden stipt in zijn speech wel één van de grootste opgaven aan: „De opbrengsten van de welvaart moeten eerlijker worden verdeeld.”

Die eerlijker verdeling is meteen de rode draad door de vele publieke discussies op de tweede dag van de conferentie. Trump, de Brexit, populisme in Europa: over de diagnose is hier veel consensus. Technologische veranderingen en globalisering hebben voor grote verschillen tussen mensen en landen gezorgd. „De ongelijkheid groeit, en dat veroorzaakt dalende hoop onder burgers en uiteindelijk tot populisme”, zegt Christine Lagarde, directeur van het IMF. „Dat is de belangrijkste oorzaak van de boosheid bij veel kiezers.”

Maar hoe vinden de aanwezigen dan dat er precies gestreden moet worden om die ongelijkheid te verkleinen en op die manier de liberale wereldorde te redden? Lagarde vindt dat politici ongelijkheid moeten aanpakken via belastingen. „Dat betekent waarschijnlijk meer inkomensherverdeling.”

De Nederlandse minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem is het daarmee eens, al wijst hij erop dat in Nederland de ongelijkheid vergeleken met veel andere landen relatief klein is. Hij herhaalt het punt dat hij eerder in de verkiezingscampagne maakte: dat er meer werk moet worden gemaakt van belastingheffing op de winst van multinationals. Dijsselbloem vertelt in een hotellobby over een diner dat hij in Davos heeft waar veel bestuursvoorzitters van bedrijven bij zijn. „Daar ga ik zeggen: ‘Jongens, luister. De revolte die plaatsvindt is alleen aan te pakken als iedereen een rechtvaardig deel bijdraagt aan de samenleving.’” Tegelijkertijd erkent hij dat Nederland hierin zelf ook niet de beste staat van dienst heeft, en dat het lastig is bedrijven daadwerkelijk zover te krijgen. “Dat gebeurt met kleine stappen.”

De bestuursvoorzitters in Davos werken deze week weliswaar aan een overeenkomst waarin ze onder meer afspraken maken over hoe ze meer kunnen bijdragen aan de samenleving, en aan de schatkist. Maar of zo’n informele afspraak in Davos zwaarder zal wegen dan de kwartaalwinst?

Ook radicaler oplossingen worden hier besproken. Hoogleraar economie Guy Standing van de University of London houdt in een discussie met onder meer een Indiase minister en oud-eurocommissaris Neelie Kroes een vurig pleidooi voor een basisinkomen: een standaarduitkering voor iedereen. „Het geld dat in de economie is gepompt voor de kwantitatieve verruiming bij de centrale banken had gebruikt kunnen worden voor het basisinkomen, in plaats van voor banken en bedrijven. Dan had elk Amerikaans huishouden 56.000 dollar kunnen krijgen.” Dat had veel boze burgers gescheeld, suggereert hij. De rest van de deelnemers aan het debat lijkt nog niet overtuigd, ook niet na Standings hartenkreet: „Het gaat bij vooruitgang om de kampioenen van het onmogelijke, niet om de slaven van het mogelijke.”