Opinie

Het uitdelen aan dekens aan vluchtelingen is maar een schaamlap

Verwar het uitdelen van dekens aan vluchtelingen in de Griekse sneeuw niet met solidariteit, schrijven en

Vluchtelingen lopen in de sneeuw in een kamp op het Griekse eiland Lesbos. Foto Stratis Balaskas / EPA

Eind vorige week kondigde minister Ploumen aan dat de Nederlandse regering dekens en tenten gaat verstrekken aan circa 60.000 asielzoekers die momenteel onder barre, winterse omstandigheden in Griekenland verkeren. Op zichzelf een humaan gebaar, maar politiek gezien is het niet meer dan een schaamlap. Want het biedt geen structurele oplossing voor het Griekse drama waarin de asielzoekers terecht zijn gekomen.

Al maanden waarschuwen mensenrechtenorganisaties en Artsen zonder Grenzen dat Griekenland niet in staat is deze migranten ook maar de meest basale voorzieningen te bieden. Bovendien is de asielprocedure ellenlang en de kans om als vluchteling erkend te worden bijzonder klein: 18 procent tegen het gemiddelde van 63 procent in de Europese Unie. Terwijl bijna 90 procent van de asielzoekers in Griekenland uit erkende oorlogshaarden als Syrië, Afghanistan en Irak komt.

Het drama is vooral het gevolg van de ondoordachte Turkije-deal. Men had kunnen voorzien dat deze mensen niet naar Turkije teruggestuurd worden. Dat land kent namelijk geen degelijke asielprocedure en biedt vluchtelingen geen toegang tot basisvoorzieningen als onderwijs, zorg en de arbeidsmarkt. En zelfs hun veiligheid is er niet gegarandeerd.

Vorig jaar zijn er volgens Human Rights Watch nog 176 Syrische vluchtelingen, inclusief kinderen, aan de grens doodgeschoten. De deal heeft de EU ook nog eens chantabel gemaakt voor Erdogans grillen en dreigementen. De greep op het eigen grens- en immigratiebeleid van de EU is dan ook eerder afgenomen dan toegenomen. Ten slotte heeft de deal de onvrede in de EU nog verder salonfähig gemaakt.

Een asielzoeker is gelijk komen te staan aan een last die buiten de deur moet worden gehouden, en een daling van de aantallen geldt inmiddels als een succes. Niet wij, maar de buren en liefst de buurlanden van de EU moeten de mensen maar bescherming geven. En dat merken asielzoekers in Griekenland aan den lijve. Want in plaats van mee te werken aan een versnelling van de procedure en verdeling van vluchtelingen geven veel landen niet thuis.

De Europese Commissie legitimeerde dat gebrek aan solidariteit bovendien toen zij vorige maand verklaarde dat asielzoekers die proberen verder de EU in te trekken vanaf maart zullen worden teruggestuurd naar Griekenland. Daarmee doet zich een herhaling voor van eind 2015, toen Griekenland en andere Balkanlanden er ook alleen voor stonden.

Toen was het Merkel die opstond, in de hoop dat de rest van de EU zou volgen. Nu blijft het angstvallig stil. Het gebrek aan solidariteit, de politiek van ‘eigen grens eerst’ en de angst voor de extreem-nationalistische partijen overheerst, zoals we ook in ons boek Voorbij Fort Europa hebben laten zien.

Het gevolg is dat de asielzoekers vast zijn komen te zitten in een openluchtgevangenis. Ze kunnen niet terug, maar ook niet verder. Asielzoekers zijn daarmee verworden tot pionnen op een geopolitiek schaakveld tussen Turkije, Griekenland en de rest van de EU. Niemand wil een duimbreed toegeven.

Sterker, deze erbarmelijke situatie lijkt de betrokken landen niet slecht uit te komen. Je kunt je moeilijk aan de indruk onttrekken dat veel politici garen hopen te spinnen bij de beelden van de barre omstandigheden in Griekse sneeuw (inmiddels modder) vanwege de afschrikwekkende werking die ervan zou uitgaan. De politieke tranen om de asielzoekers zijn daarom vooral krokodillentranen.

Het Griekse drama stelt de EU voor een fundamentele keuze. Ofwel het Vluchtelingenverdrag weer toepassen, inclusief eerlijke verdeling over de lidstaten, dan wel tegen de burgers zeggen dat de Europese waarden van mensenrechten en solidariteit voortaan alleen voorbehouden zijn aan het eigen volk. En dat de rest hooguit een dekentje kan krijgen.