Als we snel zijn, zijn de apen nog te redden

Biodiversiteit

Primatologen slaan alarm over de uitsterving van vele apensoorten. De mens heeft „een laatste kans” om zijn naaste, biologische verwanten te behouden.

Het tonkinstompneusaapje is extreem zeldzaam: er zijn er naar schatting 250, leven enkel in het noordoosten van Vietnam. De soort werd uitgestorven gewaand tot de herontdekking in 1989. Foto: Geoffrey Robinson/Hollandse Hoogte

Wereldwijd zitten apen en halfapen in het nauw. Van de 504 soorten primaten wordt 60 procent met uitsterven bedreigd. Driekwart van de soorten gaat in aantal achteruit. Primatologen slaan daarom alarm. Woensdagavond publiceerden zij een artikel in Science Advances waarin ze waarschuwen voor een uitstervingsgolf onder apen en halfapen als geen actie wordt ondernomen.

De 31 primatologen oordelen hard. Wetenschappers, politici en bestuurders hebben tot nu gefaald in het beschermen van primaten en hun leefgebied. „We hebben nog één laatste kans om de bedreiging van primaten door de mens te beperken of te elimineren”, schrijven de onderzoekers.

De Nederlandse primatoloog Serge Wich van de Universiteit van Amsterdam schreef mee. De dreiging is reëel, zegt hij aan de telefoon. „Als er niets gebeurt, zullen er deze eeuw primaten uitsterven.”

De primatenfamilie bestaat uit twee grote groepen: de apen en de halfapen, waartoe bijvoorbeeld de ringstaartmaki behoort. „De cijfers geven aan dat we een kantelpunt naderen. Misschien hebben we dat kantelpunt al bereikt”, zegt ook de Mexicaanse primatoloog Alejandro Estrada, initiatiefnemer van het artikel. „We kunnen het ons niet veroorloven vanaf de zijlijn toe te blijven kijken.”

Waar is Waldrons rode franjeaap?

De primatologen baseerden hun overzicht van bedreigde primaten op risico-beoordelingen van natuurorganisatie IUCN. Die beoordelingen stelt het IUCN samen met wetenschappers op en gelden als de standaard voor natuurbeschermers.

De lijst stemt niet vrolijk: overal op de wereld balanceren primaten op de rand van uitsterven. Op het Chinese eiland Hainan leven in één stuk bos minder dan dertig Hainan-gibbons. En ‘Waldrons rode franjeaap’ kwam ooit voor in Ghana en Ivoorkust, maar is al in 25 jaar niet meer gezien. Misschien is het de eerste primaat die door toedoen van de mens is uitgestorven.

Zelfs mensapen, die traditioneel veel aandacht krijgen van natuurbeschermingsorganisaties, gaan sterk in aantal achteruit. Het aantal oostelijke laaglandgorilla’s nam af van 17.000 apen in 1995 tot 3.800 in 2015. Het aantal Sumatraanse orang-oetans werd door onderzoek van Serge Wich omhoog bijgesteld naar 14.600, maar de soort wordt nog steeds met uitsterven bedreigd.

Boskap en internetfilmpjes

Ontbossing is de grootste bedreiging voor primaten, schrijven de onderzoekers. Over de hele wereld worden bomen gekapt voor landbouw, veeteelt en mijnbouw. Tussen 1990 en 2010 ging er 2 miljoen vierkante kilometer verloren, een gebied dat vier keer zo groot is als Frankrijk.

Lees ook: De laatste oerbossen verdwijnen razendsnel

De ontbossing hangt samen met de mondiale vraag naar grondstoffen. Bomen worden gekapt voor het hardhout, om plantages aan te leggen voor oliepalmen en sojaplanten, om diamanten, goud en metaalertsen te delven en om rubber, olie en gas te winnen. Kap is een directe bedreiging voor de primaten die in het gebied leven. Oliepalmplantages verdringen orang-oetans op Sumatra en Borneo. Rubberboomplantages bedreigen gibbons in China en India.

Ontbossing versnippert niet alleen het leefgebied, het leidt ook tot meer jacht. „Voor houtkap en mijnbouw worden nieuwe wegen aangelegd in voorheen ongerepte bossen”, zegt Estrada. „Dat betekent dat mensen ineens toegang hebben tot primaten waar ze eerst niet bij konden komen.”

De verreauxsifaka leeft in het zuidwesten van Madagascar. Het aantal verrauxsifaka’s is de afgelopen 50 jaar gehalveerd door jacht, houtkap en bosbranden.
Getty Images
Het leefgebied van or ang-oetans op Sumatra en Borneo raakt versnipperd door de aanleg van oliepalmplantages.
Steve Bloom
Een westelijke laaglandgorilla in de Centraal Afrikaanse Republiek.
Fiona Rogers/Getty Images
Het tonkinstompneusaapje is extreem zeldzaam: er zijn er naar schatting 250, leven enkel in het noordoosten van Vietnam. De soort werd uitgestorven gewaand tot de herontdekking in 1989.
Foto: Geoffrey Robinson/Hollandse Hoogte

In Afrika en Azië wordt het meest op primaten gejaagd voor vlees, het zogeheten bushmeat. De primatologen verwijzen naar een onderzoek in Nigeria en Kameroen waaruit blijkt dat daar jaarlijks 150.000 apenkarkassen worden verhandeld. En op Borneo worden jaarlijks 1.500 orang-oetans gedood.

De illegale handel in primaten is vooral in Azië een probleem. Volgens cijfers van CITES (het internationale verdrag dat handel in bedreigde diersoorten regelt) werden tussen 2005 en 2014 circa 450.000 levende primaten verhandeld, en nog eens 11.000 lichaamsdelen. Van deze handel stamt 93 procent uit Azië. Door filmpjes op internet zijn halfaapjes als lori’s populaire huisdieren geworden.

Lees ook: De plompe lori is zo snoezig, dat het diertje nu bijna uitsterft

Nog geen verloren zaak

Hoe zijn deze mondiale bedreigingen te stoppen? „Er is niet één oplossing. Daarvoor zijn de problemen te divers. Soms zal eco-toerisme werken, soms zal het extra voorlichting zijn”, zeg Wich. Estrada vult aan: „De gemene deler is armoede en ongelijkheid. We zien dat waar mensen armer en vaker ongeletterd zijn, meer natuurlijk kapitaal wordt vernietigd. We kunnen primaten alleen behouden als we economische verschillen tussen mensen weten te verkleinen.”

De onderzoekers stellen voor om bosbeheer op te nemen in armoede-programma’s. Als lokale gemeenschappen verantwoordelijk worden en vergoed worden voor het duurzame gebruik van bossen, kan dat families helpen uit armoede te raken.

Op korte termijn zou het al helpen als bestaande verboden gehandhaafd worden. „De jacht op mensapen is overal verboden. Niemand is voor zijn overleven afhankelijk van orang-oetanvlees. En toch worden er nog steeds orang-oetans gedood”, zegt Wich. „Een verbod is nooit populair, daarom moet je zorgen dat er alternatieven zijn voor bushmeat. Kleinschalige veeteelt bijvoorbeeld.”

Daarnaast zouden natuurbeschermers minder bang moeten zijn om samen te werken met bestuurders van bedrijven. „Nu in Azië het beste land voor oliepalmplantages in gebruik is, azen grote palmoliebedrijven op Afrika”, zegt Wich. „Hoe gaan we daar als natuurbeschermers mee om? Gaan we er weer voor alle plannen liggen, net als in Zuidoost-Azië, waar dat niet heeft gewerkt? Of gaan we de dialoog zoeken? Als natuurbeschermer is het niet prettig mee te werken aan de planning van een plantage, maar je moet ook realistisch zijn.”

Geen van de 31 primatologen ziet het behoud van primaten als een verloren zaak. „We zijn optimistisch. Als we nu actie ondernemen, kunnen we de achteruitgang vertragen of stoppen. Dat zijn we aan onze mede-primaten verplicht”, zegt Estrada. „Het zijn tenslotte onze naaste, biologische verwanten.”

    • Lucas Brouwers