Column

Schaatshelm? Vroeger vielen kindjes gewoon

Nu het een paar graden vriest, ben je ronduit een landverrader als je toegeeft dat je níét opgewonden raakt van rayonhoofden, ijsmeesters en het schrapend glissando van klapschaatsen op natuurijs.

Ik kan niet schaatsen. Maar omdat ik mijn kinderen niet buiten de Nederlandse maatschappij wil plaatsen, moeten ze het toch leren. Dus gingen we naar een ijsbaan. En vooruit, ik mocht gewoon op m’n schoenen de baan op, al waren handschoenen dan absoluut verplicht. Die had ik niet. Dus moesten ze het Bambi-achtig oefenen, aan de handen van hun wankele moeder, terwijl ik aan de kant toekeek en dacht aan Thomas de Zengotita.

In zijn boek Mediated (2005) formuleert die Amerikaanse denker het Justin’s helmet principle. Vroeger vielen kinderen gewoon, hadden ze wondjes en pijn, en hoorde dat bij het opgroeien. Nu zijn overal rubberen tegels, kniebeschermers en valhelmen. Ja, zegt hij, het ziet er raar uit om ze te behandelen ‘als hemofiliepatiëntjes’, maar anderzijds: als zijn zoon Justin ernstig letsel zou oplopen doordat hij hem zonder helm liet fietsen, zou hij het zich niet vergeven. Dus kiest ook hij ervoor.

Beschermen die wollen Hema-handschoentjes die kindervingers wel tegen al dat vlijmscherpe ijzer dat deze stervensdrukke baan bekrast? Vast niet. En moeten ze geen helm op? Dinsdag riep schaatsbond KNSB dringend op voortaan een helm te dragen op natuurijs. Voor marathonschaatsers werd die vorig jaar al verplicht.

In Den Haag herken ik de expats altijd al van tien meter afstand: die dragen altijd een helm op de fiets. In Frankrijk wordt dat binnenkort zelfs voor kinderen verplicht. Bloothoofdigheid is kennelijk even oer-Hollands als schaatsen. Kop in de wind. Beetje pijn? Word je hard van.

Kijk, nu schaatsen ze los, mijn kinderen. Of achter ‘Bobby’, een plastic zeehond die je voor een uurtje kunt huren. Vroeger nam je daar een stoel voor, maar die poten zijn natuurlijk levensgevaarlijk.

We hebben vuurwerkbrilletjes en airbags, vaccinatieprogramma’s, stopcontactbeveiligers, scheenbeschermers en smaakjescondooms. Niets daarvan wil ik afschaffen, en toch knaagt het gevoel dat er ergens een granulaatkorreltje schuilt onder ons kunstgras.

Er zijn fietsairbags in de maak, heupairbags voor bejaarden, apps die vroegtijdig piepen bij fatale ziektes. Prachtig, prachtig en toch…

Ik schrik. Mijn dochter krijst hartverscheurend. Dat geluid herken je uit honderden. Ik vind haar uiteindelijk aan de kant. Is ze gevallen? Nee, de tijd is voorbij en nu moet ze haar Bobby afstaan.

Christiaan Weijts valt deze woensdag in voor Jutta Chorus.