Opinie

Post truth? Nee, de waarheid is gepolariseerd

Er zou wel degelijk een direct verband kunnen bestaan tussen de erosie van economische zekerheden en nationale soevereiniteit enerzijds en de polarisatie van de waarheid anderzijds, schrijft WRR-onderzoeker . ‘Hoe bevorderen we het dat we het eens kunnen blijven over een basis van feiten?’

Zijn we echt aangeland in het posttruth-tijdperk? De laatste maanden wordt dat her en der beweerd. De term is echter enigszins misleidend. Zij suggereert dat mensen niet langer geloven dat waarheid en feiten ertoe doen, en we allemaal radicale postmodernisten zijn geworden. Dat lijkt me niet het geval. Veel mensen geloven wel degelijk in wat zij beschouwen als de waarheid en de feiten - daar vragen ze juist nadrukkelijk aandacht voor. Het punt is alleen dat anderen geloven in een heel andere waarheid en feiten. Als er al sprake is van een nieuw tijdperk, dan kunnen we beter spreken van het polarizedtruth-tijdperk.

Onenigheid over cruciale feiten

Niet dat daardoor het probleem minder groot wordt. De afgelopen jaren heb ik onderzoek gedaan naar de vraag hoe onwenselijk maatschappelijke scheidslijnen zijn. Eén van mijn conclusies luidt dat, zoals ook door bijvoorbeeld Tom-Jan Meeus in deze krant opgemerkt, het riskant wordt als maatschappelijke groepen de wereld totaal verschillend gaan waarnemen, en het zelfs niet meer eens kunnen worden over cruciale feiten. Of het klimaat nu opwarmt of niet, of asielzoekers nu oorlogsvluchtelingen of gelukzoekers zijn, of het financieel goed gaat met gepensioneerden of juist niet. En wat wil ‘het volk’ nu eigenlijk?

Inmiddels staat het probleem van de gepolariseerde waarheid hoog op de maatschappelijke agenda. Nu wordt het tijd voor de volgende vraag: wat gaan we eraan doen? Hoe bevorderen we het dat we het in ieder geval eens kunnen blijven over een basis van feiten?

Aan de ene kant moeten we ons geen grote illusies maken over de ‘maakbaarheid’ van feitelijke consensus, zo blijkt uit mijn onderzoek. Feiten staan nooit op zichzelf, maar zijn altijd onderdeel van bredere bondgenootschappen van gevoelens, identiteiten, groepen, belangen en doelen die samen optrekken. Bij maatschappelijke kwesties die er echt toe doen, los je een gebrek aan consensus niet op met alleen maar opentrekken van een blik feiten. Al die andere factoren moeten ook worden geadresseerd.

Accepatie

Meer algemeen geldt dat als we willen dat mensen elkaars feiten accepteren, het helpt als ze daartoe ook enige reden hebben. Wanneer steeds weer blijkt dat de waarheden van de ander de grondslag en rechtvaardiging vormen voor maatregelen die in jouw nadeel uitpakken, is dat niet echt reclame voor die waarheden. Waarom zou je de sociale, geopolitieke of economische realiteit nog accepteren als dat alleen maar ertoe leidt dat jij het slechter krijgt? Er zou wel eens een direct verband kunnen bestaan tussen de erosie van economische zekerheden en nationale soevereiniteit enerzijds en de polarisatie van de waarheid anderzijds.

Aan de andere kant laten we die polarisatie nu ook wel erg makkelijk gebeuren. Als we willen dat mensen uitgaan van een gedeelde basis van feiten, moet er wel een goed aanbod zijn. Feiten moeten breed beschikbaar zijn, en ook degenen die er niet naar op zoek waren, moeten ze toch makkelijk tegenkomen. De laatste decennia domineerde echter de laisser faire. De informatievoorziening lijkt al te makkelijk onder het model van marktwerking gebracht.

Als de VS ons één ding leren, is het wel dat de markt hier jammerlijk kan falen.

In de VS begon dat met het afschaffen van de ‘fairness doctrine’ door Ronald Reagan. Deze regel verplichtte zendgemachtigden om bij belangrijke publieke issues aan alle zijden van het debat aandacht te geven. Mede daardoor zit het land nu opgescheept met een sterk gepolariseerd medialandschap. Ook moeten mediabedrijven meer dan vroeger goede winstcijfers laten zien, niet alleen in de VS maar ook hier . Daarom zijn veel deskundigheid en correspondenten weggesneden. Onlangs nog kondigde Telegraaf Media Groep opnieuw een ontslagronde onder haar redacties aan. Steeds meer steden en regio’s moeten het zelfs geheel zonder lokaal medium stellen. Dan het internet. Daar is veel moois te vinden, maar ook een verpletterende hoeveelheid onzin en fake news. Het verdienmodel op internet is niet om te vertellen wat er werkelijk gaande is, maar om te vertellen wat mensen willen horen.

Marktwerking

Kortom, het idee dat als je de markt voor feiten en interpretaties volledig zijn gang laat gaan, iedereen vanzelf goed zal worden geïnformeerd, blijkt net zo onzinnig als de idee dat als je markten volledig vrijgeeft, we allemaal rijk en gelukkig worden. Enige aanvulling c.q. tegenwicht is noodzakelijk. Maar hoe? Wie een product aan de man wil brengen, moet zorgen voor goede kwaliteit, brede verkrijgbaarheid en plaatsing op ooghoogte. Dus misschien moeten we wel (weer) meer gaan investeren in bepaalde takken van journalistiek of wetenschap, of in de (informationele tak van de) publieke omroep. Misschien moeten we wel onafhankelijke fact-checkers gaan subsidiëren, of een impuls geven aan digitale bibliotheken en kenniscentra. Misschien moeten we wel geactualiseerde varianten van het pluriformiteitsbeginsel en de ‘fairness doctrine’ introduceren voor de belangrijkste producenten van symbolische inhoud van de 21e eeuw, zoals commerciële media of internetgiganten. En zeker moeten we ons wapenen tegen cyberinfiltratie en fake news.

Wat het ook wordt, politiek en samenleving moeten hierover gaan nadenken, want het gaat niet vanzelf goedkomen. Als de VS ons één ding leren, is het wel dat de markt hier jammerlijk kan falen. De Israëlische wetenschapper Bar-Tal introduceerde enkele jaren geleden de term psychosociale infrastructuur voor het weefsel van instituties, feiten en verhalen die bepalen hoe we de wereld waarnemen en interpreteren. Maar zoals bekend vergen infrastructuren onderhoud. In Nederland wordt de fysieke infrastructuur goed onderhouden, en de sociaal-economische infrastructuur hoeft ook niet te klagen over aandacht. Mijn wens voor het komende regeerakkoord: een onderhoudsplan voor de psychosociale infrastructuur.