Recensie

Overleven dankzij de boekenkast

Op een dag gaat het licht niet meer aan. Helemaal niet. Waarom weten ze niet, maar vader en dochters Eva en Nell gaan meteen in de overlevingsmodus. In hun van alle gemakken voorziene huis in de bossen van British Columbia houden ze het wel even uit.

Into the Forest is opmerkelijk omdat het dystopische verhaal geheel verteld wordt vanuit een vrouwelijk perspectief. Mannen verdwijnen al snel uit beeld in de film van de Canadese regisseuse Patricia Rozema (I’ve Heard the Mermaids Singing, Mansfield Park) naar het gelijknamige romandebuut van de Amerikaanse schrijfster Jean Hegland, of treden hooguit nog als agressor op. Overleven is in Into the Forest niet een kwestie van wie het beste kan vechten, maar van vindingrijkheid en kennis verzamelen.

De trailer van Into the Forest.

De beide zussen staan voor verstand en intuïtie, en de reden dat dat niet schematisch wordt, is omdat ze gaandeweg van rol verwisselen. Wat wel flauw van het verhaal is, is dat ze in luxe buitenhuis wonen, waar het water blijft stromen, en een boekenkast vol handboeken en encyclopedieën, en een schuur vol gereedschap het overleven een stuk makkelijker maken.

Hoe was het geweest als Hegland haar boek niet 20 jaar geleden, maar vandaag had geschreven? Hadden Eva en Nell dan net zo makkelijk geweten wat geneeskrachtige planten en eetbare bessen en paddenstoelen waren? Aan de ene kant maakt dat de film pregnanter, de toeschouwer heeft waarschijnlijk alleen zijn smartphone als bron van kennis en is zich dat de hele film bewust. Aan de andere kant gaat van die ode aan zusterschap en die terugkeer naar een verzamelaarsleven ook iets al te makkelijk utopisch uit.