Column

Otto Klemperers muzikale vuur in een unieke docu

In de jaren vijftig en zestig was Otto Klemperer de laatste der Mohikanen: de laatste dirigent van een gouden generatie. Zijn voornaamste collega’s en concurrenten waren gestorven: Arturo Toscanini, Bruno Walter, Erich Kleiber en Wilhelm Furtwängler. Met al zijn fysieke en mentale kwalen stond Klemperer nog fier overeind. Hij gaf bijna tot het einde van zijn leven concerten. Zijn levenslange manisch-depressieve ziekte heeft hem wellicht zelfs geholpen om na iedere tegenslag toch de wil en de energie te hervinden om weer op te krabbelen. Op 26 september 1971 trad hij, als 86-jarige, voor het laatst op met zijn Philharmonia Orchestra in Londen – fysiek ernstig beperkt, maar nog steeds in staat om met de kracht van zijn monumentale persoonlijkheid zijn stempel te drukken op het orkest: levende muziekgeschiedenis.

De Nederlandse documentairemaker Philo Bregstein kreeg de kans om de repetities en het concert dat Klemperers laatste zou blijken te zijn te filmen; de dirigent was onder de indruk geweest van de film die Bregstein had gemaakt over Jacques Presser, de historicus van de Jodenvervolging. De resulterende film Otto Klemperer’s Long Journey Through his Times was voor het eerst te zien in 1973, het jaar van Klemperers overlijden. Elf jaar later leverde Bregstein een verbeterde versie af. Nu is er bij het Duitse label Arthouse Musik een juweel van een uitgave verschenen van deze film, waarin niet alleen Klemperer zelf, maar ook collega’s en vrienden aan het woord komen – allen inmiddels al lang overleden. De film gaat vergezeld van een fraai gebonden boek, een tweede film die Bregstein samenstelde uit zijn opnamen, Klemperer. The Last Concert en twee cd’s met daarop dat laatste concert met Beethoven en Brahms.

Met zijn film wilde Bregstein ook een portret maken van de twintigste eeuw. Klemperers levensloop leent zich daar uitstekend voor. Hij zag zichzelf als erfgenaam en beschermer van de muzikale idealen van Gustav Mahler, die hem als jongeman onder zijn hoede had genomen. „Met Mahlers dood zou het werk van deze stokebrand in de muziek beëindigd zijn? Ik dacht het niet”, verklaart hij strijdbaar. Tijdens de Weimar-republiek vocht hij met de beroemde Kroll Oper in Berlijn voor de muziek van Schönberg en Stravinsky, tegen de hetzes van nazi’s en hun geestverwanten in. In 1933 moest Klemperer als jood Duitsland ontvluchten. In Los Angeles wilde hij een serieus muziekleven uit de grond te stampen, maar hij raakte door een hersentumor ernstig in het ongerede. Na 1945 volgde zijn gehavende en gebutste, maar uiteindelijk glorieuze terugkeer in Europa.

Dat valt ook na te lezen in boeken. Maar om Klemperer zelf over zijn leven te horen praten, met zijn hoge lach, en om hem aan het werk te zien met het orkest, voegt iets wezenlijks toe. In de vijftig jaar die intussen zijn verstreken, is de waarde en het belang van Bregsteins unieke opnamen alleen maar toegenomen.