Op deze opvangboot voor asielzoekers wordt niemand in de watten gelegd

Opvangschip

Een oud Zonnebloem-schip in Groningen biedt plaats aan 176 uitgeprocedeerde asielzoekers. „We liegen niet en we oordelen niet.”

Het voormalige Zonnebloemschip Amanpuri aan de rand van Groningen. Foto Siese Veenstra/ANP

‘Bed’ betekent: een slaapkajuit die twee personen delen. Wie met wie bepaalt de leiding. ‘Bad’ is: per kajuit een toilet en een douche. „Dat is nog behoorlijk luxe”, zegt John van Tilborg, die een rondleiding geeft. Maar: „Ze moeten het zelf schoonhouden. Iedere dag controle.” En ‘brood’, dat is eten dat de bewoners zelf koken voor wat ze kunnen kopen van 30 euro leefgeld per week. Wie z’n taak op het gemeenschappelijke schoonmaakrooster verzaakt, krijgt 2 euro minder.

Vorige week werd deze nieuwe bed-bad-broodlocatie in gebruik genomen, een schip, afgemeerd in het Eemskanaal aan de rand van de stad Groningen. „Een oud-Zonnebloemschip” met een capaciteit van 176 bedden, vertelt directeur John van Tilborg van opvangorganisatie INLIA, een stichting die een verbond is van christelijke kerken. Van Tilborg loopt als een schooldirecteur door de gangen, kent alle gezichten en vraagt iedereen of „alles goed” is. Hij heeft het consequent over zijn „gasten”, maar laat ook zien dat de bewoners in zijn opvang „niet in de watten worden gelegd”. Bed-bad-brood moet sober zijn, niet alleen van de publieke opinie, maar ook van de portemonnee. Van 40 euro per persoon per dag moet INLIA alles betalen: de maatschappelijk werkers, verzekeringen, de huur van de locatie.

Het nieuwe opvangschip is nodig, want de huidige opvang in Groningen is niet ideaal en barst uit z’n voegen. Een voormalig Formule 1-hotel, aan de overkant van het kanaal, herbergt al 110 mensen en nog 180 mensen zitten in 27 huizen verspreid door de stad. Dat laatste is onhandig, zegt Van Tilborg, want zo zijn de woonbegeleiders voor hun toezicht en controle constant onderweg. En de nood is hoog in Groningen, waar de vraag groeit: van 125 plaatsen anderhalf jaar geleden naar 290 nu.

Steekgevaarlijk, brandgevaarlijk

Hier zitten vooral uitgeprocedeerde asielzoekers, vertelt Van Tilborg, en dan in het bijzonder de mensen met wie centraal opvangorgaan COA, immigratiedienst IND en de Dienst Terugkeer & Vertrek geen raad meer weten. Omdat hun asielprocedure is stopgezet, omdat hun identiteit niet te achterhalen is. Of bijvoorbeeld omdat een asielzoeker Syriër is, geen verblijfsvergunning kreeg omdat hij met de Nederlandse politie in aanraking was geweest, maar niet teruggestuurd kan worden naar oorlogsgebied. Hij was bij de Groningse bed-bad-brood afgezet door de politie, hij was psychiatrisch patiënt, steekgevaarlijk, brandgevaarlijk. Van Tilborg: „Kun je het je voorstellen? Een Nederlander gaat in zo’n situatie de cel in. We zijn hier geen detentiecentrum, maar wij moeten wel de oplossing zoeken. Anders komen mensen op straat terecht.”

Deze opvang is er in dienst van „de Nederlandse samenleving, niet van de zielige asielzoekers”, zegt Van Tilborg. Daarom is de opvang ook geen doel, maar een middel: de juristen van INLIA werken samen met de bewoners toe naar een oplossing, of dat nu terugkeer naar het land van herkomst is, hervestiging in een derde land of toch een Nederlandse verblijfsvergunning. „Dat laatste gebeurt, ja, en niet één keer.” Het afgelopen jaar heeft Van Tilborg „een stuk of tachtig mensen weer over kunnen dragen omdat ze nieuwe papieren hebben gekregen”.

Een stevig gesprek

Waarom INLIA wél voor elkaar krijgt wat andere instanties niet lukt? Van Tilborg steekt zijn handen in de lucht: „Wat de anderen doen, daar heb ik geen oordeel over.” Misschien werkt het omdat zij veiligheid en vertrouwen bieden. „We liegen niet en we oordelen niet.”

Die eerlijkheid is ook een voorwaarde om de orde te handhaven. Als iemand de huisregels overtreedt, krijgt hij een terreinverbod en belandt dan toch op straat. Maar als diegene na een stevig gesprek weer bereid is zich aan de regels te houden, is hij weer welkom.

Van Tilborg noemt het schoonmaakrooster. De 2 euro die iemand niet krijgt door niet schoon te maken, kan een ander erbij krijgen als die het vuile werk opknapt. „Zo is het leven toch? We willen mensen terugbrengen naar de maatschappij, weg uit de hospitalisatie.” Hij zegt weleens dat ze in Groningen van de vier b’s zijn. „Bed, bad, brood en begeleiding.”