Opinie

Onderschat de Britten niet, we zijn zelf te laks met Brexit

De Britten werken aan een nieuwe plek in de wereld, los van de EU. Die reageert veel te afwachtend, vindt .
Foto Kirsty Wigglesworth/AP

De Britse voorbereidingen op de exitonderhandelingen verlopen niet zonder slag of stoot. Britse diplomaten zijn ontgoocheld en gedemotiveerd. Ambtenaren zijn onzeker over de reusachtige taak die op hen afkomt. Makelaars in Londen krijgen heel wat minder mensen over de vloer. Maar het eerste halfjaar na het referendum is goed verlopen. De Britse economie – geholpen door het gedevalueerde pond – groeit harder dan de Franse en zelfs de Duitse. De stemming draait van ‘o help, wat hebben we gedaan’, naar ‘hier gaan we sterker uit komen’.

Europese leiders en topdiplomaten vangen deze signalen onvoldoende op. Ze zijn afgeleid door de maffe optredens van Boris Johnson, nu minister van Buitenlandse Zaken, en het aftreden van een pro-Europese Britse ambassadeur bij de EU. Ze denken dat de Britten stuurloos zijn, dat er geen plan is, dat er geen Britse onderhandelingscapaciteit is, dat de Britten straks op hun blote knietjes komen smeken om blijvende toegang tot de Europese binnenmarkt. Premier May wordt in de pers al schamper MayBe genoemd

Dit zijn ernstige misvattingen. Het Verenigd Koninkrijk heeft een levendige parlementaire democratie, met een hongerige boulevardpers. Er is dus veel ruis. Maar wie goed keek, zag dat premier May op hoofdlijnen allang wist wat ze wil: controle op immigratie, weg bij het Europese Gerechtshof en geen afdracht meer aan de Europese begroting. Dat dit uitsluiting van de Europese binnenmarkt betekent, vindt ze een acceptabele prijs.

Europese leiders houden de gelederen tot nu toe gesloten en zeggen steeds in koor: no negotiation without notification. Hiermee bedoelen ze pas te gaan onderhandelen nadat het Verenigd Koninkrijk de zogenoemde artikel-50-brief heeft gestuurd. Met deze brief start de beruchte periode van twee jaar. Maar de Europese mantra is ook gebaseerd op de foute veronderstelling dat alleen de Britten straks vragende partij zijn.

Tijdens de onderhandelingen kunnen de rollen weleens een stuk evenwichtiger verdeeld zijn. Het Verenigd Koninkrijk is een belangrijke nettobetaler aan de Europese begroting. Het is de favoriete bestemming van Europese arbeidsmigranten. Het land is de belangrijkste leverancier van inlichtingen aan Europol en andere Europese inlichtingennetwerken. Het Verenigd Koninkrijk koopt fors meer producten van de rest van Europa dan het afzet. Het VK controleert enorme stukken zee die van levensbelang zijn voor onze vissers. En deze lijst is nog veel langer.

Eigenlijk is het enige terrein waaraan de Britten geen belangrijke ‘bijdrage’ leveren de Europese integratie. Daar staan ze inderdaad vaak op de rem. Persoonlijk heb ik dat nooit een ramp gevonden. En als Europese leiders à la Verhofstadt denken nu flink door te kunnen pakken met de federalisering : zo’n aanpak zou erg dom zijn en de roep om meer exits op het Europese vasteland versterken.

Als over twee maanden de Brexitbrief bij Juncker en Tusk op de deurmat valt, zouden we zomaar eens een goed voorbereid Verenigd Koninkrijk kunnen zien. Een vastbesloten staat die bovendien twee cruciale stukken gereedschap heeft om mogelijke economische schokken op te vangen, namelijk een eigen munt en een eigen centrale bank. Zij staan dan tegenover een Europa van 27 lidstaten met voortdurend wisselende regeringen, een ontembaar Europees Parlement en duizenden belangengroepen.

Ik was en ben uitgesproken tegenstander van een Brexit en blijf ongerust over de gevolgen ervan. Ik hoop van harte op een ‘soft Brexit’, met blijvende Britse betrokkenheid op veel Europese beleidsterreinen. Juist daarom roep ik de Europese leiders op: ga je serieus voorbereiden op de onderhandelingen, kom gezamenlijk goed beslagen ten ijs en vooral: onderschat de Britten niet.