Niet gewenst in Nederland, en toch maar opgevangen

Bed-bad-brood

Uitgeprocedeerde asielzoekers, waar laat je die? Rijk en gemeenten kwamen er niet uit. Nu passen gemeenten er zelf een mouw aan.

Kijkje binnen bij bed, bad en broodvoorziening bij Schroeder in Den Haag. Foto Valerie Kuypers/ANP

In Enschede mag niemand gedwongen op straat slapen. En niemand mag honger lijden. Daarom biedt de gemeente nog steeds bed, bad en brood aan uitgeprocedeerde asielzoekers – op dit moment tien in getal. „Een principebesluit”, aldus wethouder Jurgen Houdt (zorg, Christenunie) op de gemeentesite.

Dat het kabinet de lokale bed-, bad- en broodvoorzieningen niet goedkeurt en sinds december niet meer financiert, neemt Enschede op de koop toe. Dan maar zelf betalen, en hopen dat er alsnog een akkoord komt tussen gemeenten en Rijk, na het in november stukgelopen overleg met staatssecretaris Dijkhoff (Asiel, VVD). „We springen noodgedwongen in het gat dat hij heeft gecreëerd”, zegt Houdt. De uitgeprocedeerde asielzoekers, uit onder meer Sierra Leone en Burundi, verblijven sinds dit najaar in een voormalig pand van uitgeverij Wegener. Bewoners hebben een eigen kamer, ze koken hun maaltijden zelf.

Lees ook: Op deze opvangboot voor asielzoekers wordt niemand in de watten gelegd

Bed-bad-brood is ook in andere gemeenten blijven bestaan. Zo’n dertig bieden de opvangvoorziening aan, meldt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), die daar geen ‘officiële lijst’ van bijhoudt. Uit een rondvraag van NRC blijkt dat Alkmaar zes mensen opvangt, Haarlem en Heerlen tien, Den Haag „gemiddeld” dertig mensen, Rotterdam 110, Amsterdam driehonderd. Die aantallen zijn sinds het overleg tussen Rijk en gemeenten strandde in de meeste plaatsen niet toe- of afgenomen. Van tien bevraagde gemeenten kent alleen Groningen een sterke toename – door de nabijheid van het grote asielzoekerscentrum in Ter Apel en de naweeën van de ‘asielpiek’ in 2015 en 2016.

Hoe is de ‘bed, bad en brood’ geregeld in verschillende gemeenten?

Zakgeld en begeleiding

Hoe de bed-bad-broodopvang eruitziet, verschilt per gemeente. In Heerlen slapen de asielzoekers in eigen kamers in drie naast elkaar gelegen eengezinswoningen. Ze krijgen zakgeld om zelf te koken, en juridische begeleiding als hun kans op een verblijfsvergunning nog niet is verkeken – bijvoorbeeld omdat inmiddels vaststaat dat de geldigheid van hun identiteitspapieren ten onrechte is betwist. In Den Haag kunnen de mensen alleen ’s nachts in de opvang terecht, ze slapen in stapelbedden in één grote ruimte. Rotterdam biedt ook alleen nachtopvang, verdeeld over zes locaties met elk maximaal 25 (lage) bedden. In Amsterdam zijn twee bed-bad-broodlocaties. Bewoners krijgen er ’s ochtends en ’s avonds een maaltijd, bereid door een cateraar. Ook biedt de hoofdstad 85 24-uursplekken voor asielzoekers met lichamelijke of geestelijke problemen.

Kijkje binnen bij bed, bad en broodvoorziening bij Schroeder in Den Haag.
Foto Valerie Kuypers/ANP
Foto Valerie Kuypers/ANP
Kijkje binnen bij bed, bad en broodvoorziening bij Schroeder in Den Haag.
Foto Valerie Kuypers/ANP

Bed, bad en brood kost gemiddeld zo’n 55 euro per persoon per dag, meldt de VNG. Tot 1 december vergoedde het Rijk het grootste deel van die kosten: circa 40 euro. Nu dragen gemeenten de kosten zelf. Neem Enschede, dat voor heel 2017 de kosten raamt op 300.000 euro, waarvan 240.000 euro voor een „sobere” bed-bad-en-broodvoorziening en 60.000 voor begeleiding ter voorbereiding op vertrek uit Nederland. Enschede pleit, net als andere gemeenten, expliciet voor financiële ondersteuning door het Rijk. Heerlen formuleert het scherp: „We financieren een opvang onder protest. We doen het uit menselijk oogpunt, maar zijn van mening dat opvang van asielzoekers een rijksverantwoordelijkheid is. Het Rijk moet zorgen voor een sluitende opvangketen.”

Terug of niet

Over de inhoud van een akkoord met het Rijk denken gemeenten verschillend. Zo zijn Enschede en Alkmaar voorstander van het plan waarover Rijk en gemeenten tot eind november onderhandelden: een maximum van acht bed-bad-broodlocaties, in grote steden, waar de afgewezen asielzoekers zouden moeten meewerken aan de terugkeer naar hun land van herkomst.

Haarlem spreekt zich juist uit tegen zo’n akkoord. Immers, redeneert de gemeente, er zullen altijd uitgeproceerde asielzoekers zijn die niet willen of kunnen terugkeren naar hun herkomstland. Voor hen zijn die acht op terugkeer gerichte locaties dus niet interessant. Haarlem verwacht „blijvend geconfronteerd te worden met deze groep mensen” en vindt dat zij hun de primaire levensbehoeftes niet kan onthouden: „Bed, bad en brood.”

    • Ingmar Vriesema