Nepnieuws: wat valt eraan te doen?

Factchecken Nepnieuws is een veelbesproken onderwerp, maar het begrip afbakenen is lastig. Hoe kun je jezelf wapenen tegen nepnieuws?

Het Duitse onderzoeksbureau Correctiv gaat factchecken voor Facebook. Foto EPA Oliver Weiken

De autocorrect-functie van de smartphone wil er nog steeds wel eens ‘neonieuws’ van maken. Of erger: ‘neonazi’s’. Veelzeggend, dat de term ‘nepnieuws’ zo snel gemeengoed is geworden dat zelfs apparaten het niet kunnen bijbenen. Onder niet-robots is ‘nepnieuws’ namelijk in hoog tempo een gangbare term geworden. Media berichten erover en Facebook en Google beginnen het fenomeen serieus te nemen. Er wordt sinds de verkiezing van Donald Trump in de VS ook in Nederland veel vaker op gegoogled. Obama noemt het een gevaar voor de democratie.

Ondertussen is de definitie heel breed geworden. Wat ís nepnieuws? In elk geval alles wat volledig en aantoonbaar verzonnen is, maar wel als echt gepresenteerd wordt. Dit soort nepberichten worden op grote schaal verspreid om het denken over maatschappelijke kwesties te beïnvloeden, per ongeluk omdat sites er zelf ook in trappen, of simpelweg omdat het lekker klikt en er dus advertenties bij kunnen worden verkocht.

Soms is het minder duidelijk. Is het nepnieuws als websites melden dat de NPO het woord ‘Kerst’ uit een promo heeft gehaald ‘om de bevolkingsgroepen die geen Kerst vieren tegemoet te komen’? De promo was echt, het woord ‘Kerst’ viel inderdaad niet. Alleen die argumentatie – niet toevallig het meest gevoelige onderdeel voor veel mensen – werd verzonnen.

Is het nepnieuws als Geert Wilders een filmpje van een vechtpartij in een azc twittert en zegt dat het van drie dagen geleden is, terwijl het in werkelijkheid een jaar oud is? Het filmpje was immers echt, en een politicus is geen nieuwsorganisatie. Is selectief ‘shoppen’ tussen alle beschikbare informatie totdat je kunt concluderen wat je wil concluderen nepnieuws? Of een kop waarin een citaat subtiel wordt verdraaid tot iets wat nooit is gezegd? Nepnieuws is het misschien niet. Maar het effect is hetzelfde: valse, misleidende informatie die verspreid wordt om geld te verdienen of de publieke opinie te beïnvloeden.

Nog ingewikkelder wordt het als het woord ‘nepnieuws’ zelf gepolitiseerd wordt, zoals Trump afgelopen week deed tijdens zijn persconferentie. „You are fake news”, zei hij tegen een verslaggever van CNN na de publicatie van een gelekt document. ‘Fake news CNN’ is al langer een onderdeel van Trumps vocabulaire.

Volgens De Hoax-Wijzer zijn er vijftig tot zeventig Nederlandstalige ‘valse’ nieuwssites. De site krijgt per maand 150 tot 300 meldingen binnen op hun oproep om ‘hoaxes’ te melden.

Wat voor soort nepnieuws de ronde doet, stelt een woordvoerder, is „afhankelijk van welke website op dat moment het beste weet in te spelen op de gemoederen van de doelgroep”. De actualiteit, zoals „de vluchtelingenstroom of een verkiezingsperiode”, telt mee. Zo speelden Nederlandse nepnieuwsmakers de afgelopen maanden veel in op de Zwarte Piet-discussie en het vermeende onder druk staan van Nederlandse tradities.

Iedereen is verantwoordelijk

Volgens een vorige maand uitgevoerd onderzoek van het Amerikaanse Pew Research Centre zegt een op de vier Amerikanen wel eens nepnieuws te hebben gedeeld op sociale media; 14 procent zei dat te hebben gedaan wetende dat het nep was. Verantwoordelijk voor het oplossen van het probleem, aldus de ruim duizend ondervraagden, is zo’n beetje iedereen: zowel burgers, de overheid, als de sociale netwerken waarop de berichten zich zo gemakkelijk verspreiden.

Facebook heeft half november een lijst maatregelen opgesteld, waarvan sommige inmiddels voor een klein percentage Amerikaanse gebruikers in werking zijn getreden. Zo wordt het advertentie-netwerk niet meer beschikbaar gesteld aan sites waarvan bekend is dat ze nepnieuws verspreiden, om commerciële drijfveren weg te nemen. Domeinnamen die zich bewust voordoen als een gerenommeerde nieuwsbron (zoals abcnews.com.co) worden geweerd.

Sinds half december richt een team professionele factcheckers zich in opdracht van Facebook nu op nepnieuws in de categorie ‘het ergste van het ergste’: van begin tot eind verzonnen artikelen die een groot publiek bereiken en veel reacties ontlokken. Is iets aantoonbaar nep, dan krijgt de Facebook-post een sigarettenpakje-achtige waarschuwing. Als je het nieuws alsnog probeert te delen met anderen, volgt een extra melding.

Ook overheden roeren zich. In Duitsland gingen in december de eerste stemmen op om nepnieuws strafbaar te maken. Een wetsvoorstel wil sociale netwerken verplichten nepnieuws binnen 24 uur offline te halen. Dit weekend werd bekend dat Facebook in Duitsland gaat samenwerken met een kleine website voor onderzoeksjournalistiek, Correctiv, om nepnieuws op te sporen.

En in Nederland? Het is aannemelijk dat Facebook ook hier zo’n partner zoekt, maar het kan daar desgevraagd niets concreets over zeggen. In Den Haag houdt men zich vooralsnog stil. Het zal vooralsnog dus van onszelf moeten komen.

Dus wat kún je eraan doen?

1. Let op kapitalen en uitroeptekens

Een kop met uitroeptekens en hele woorden in kapitalen is natuurlijk niet per definitie onbetrouwbaar, misleidend of subjectief. Maar het omgekeerde geldt wel: een objectieve, gerenommeerde nieuwsbron maakt er zelden tot nooit gebruik van. Nattigheid voelen is dus op z’n plaats bij een kop als „SHOCKING! Look What This Reporter Just STOLE From Trump While No One Was Looking!”. Zoals het Amerikaanse radioprogramma On The Media zegt: als een verhaal je meteen boos maakt, is dat waarschijnlijk ook de bedoeling.

2. Lees het hele artikel

Het is soms verleidelijk al een sterke mening te hebben op basis van alleen een kop of een intro – dat wat automatisch mee komt naar Facebook en primair bedoeld is om aandacht te trekken. Lees het hele artikel en oordeel pas daarna. Wordt de kop waargemaakt, of was die misleidend? Of blijkt het satire te zijn? Heel veel mensen dachten dat Oranje daadwerkelijk de strafschoppen tegen Argentinië opnieuw mocht nemen in 2014. Dat stond in de kop van satirisch blog Er mag gezongen worden. De eerste zin na klikken was: „‘Toen ik gisteravond foto’s van teakhouten tuinmeubelen aan het liken was op Facebook, stuitte ik op een filmpje van de gestuite penalty van Ron Vlaar’, zegt FIFA-leider Sepp Blatter vanuit een bordeel in zijn verblijfplaats Rio de Janeiro.”

3. Zoek de pagina ‘over ons’ op

Nepnieuws is iets anders dan satire. Het Amerikaanse The Onion en het Nederlandse De Speld zijn inmiddels bekend genoeg; lezers weten wat ze kunnen verwachten. Bij andere, kleinere sites is dat misschien niet direct duidelijk, maar dan zou een pagina als ‘over ons’ of een ‘disclaimer’ (meestal in het menu bovenaan of juist helemaal onderaan) moeten helpen. Bij De Speld staat bijvoorbeeld in de disclaimer dat de artikelen „persiflerend, satirisch of parodiërend van aard” zijn.

4. Klik door naar de originele context

Volg links die in het artikel staan, naar bijvoorbeeld de bron van het nieuws, iemand die aan het woord komt of een onderzoek waaruit geciteerd wordt. Kijk waar je uitkomt en of dat betrouwbaar en objectief overkomt. Let ook op de nieuwe context: blijkt de bron in tegenstelling tot waar je binnenkwam wél duidelijk satire, of is er iets anders waardoor dezelfde tekst, video of foto plotseling iets anders betekent? Staan er helemaal geen links naar bronnen en is het daarnaast onwaarschijnlijk dat de site de informatie zelf verkregen heeft, dan is dat ook geen goed teken.

5. Blijf skeptisch (maar word niet cynisch)

Zoals het niet goed is om alles te geloven, is het niet goed om alles te wantrouwen. Gezond verstand dus, bij wat je op internet tegenkomt. „Wat we nodig hebben is scepsis, niet cynisme”, zei Tessa Jolls, hoofd van het Amerikaanse Centrum voor Mediawijsheid, vrijdag tegen The Guardian. „Cynisme is wanneer je helemaal niets gelooft. Scepsis is als je onderscheidingsvermogen hebt, een oordeel waarop je kunt vertrouwen.”