‘Nepnieuws vernietigt de maatschappij’

Nepnieuws Dunja Mijatovic, verantwoordelijk voor Mediavrijheid bij de OVSE, doet een dringende oproep aan regeringen: stop met corrumperen, investeer in kwaliteitsjournalistiek.

In 2014 interviewde de Russische staatstelevisie Dunja Mijatovic over de rol van de media in het conflict tussen Rusland en Oekraïne. Mijatovic, sinds 2010 Vertegenwoordiger voor Mediavrijheid bij de OVSE in Wenen, herinnert zich dat interview goed. Het vond plaats in een hotel in Kiev, in het Russisch. „Het was een vriendelijk gesprek. Ik sprak vrijuit”, zegt de Bosnische Mijatovic in haar kantoor in de Oostenrijkse hoofdstad.

„Zo zeiden ze dat het voor Russische journalisten onmogelijk was in Oekraïne te werken. Waarop ik vroeg: hoe kunnen jullie me hier dan interviewen?”

Haar medewerker maakte een opname van het interview. Toen ze later de uitzending zag, bleek dat de Russen haar stem hadden weggedraaid en haar een voice-over hadden gegeven. En die stem zei dingen die Mijatovic nooit gezegd had. Politieke dingen. „Alsof ik het eens was met het officiële Russische standpunt.” Ze diende schriftelijk een klacht in. Daar kwam nooit antwoord op. Later vroeg hetzelfde kanaal nog een interview aan, alsof er nooit iets gebeurd was.

Lees ook: In Tsjechië zaaien obscure websites angst en wantrouwen; de president doet mee

Mijatovic, die na de oorlog in voormalig Joegoslavië in de jaren 90 de eerste Bosnische raad voor de media oprichtte en later voorzitter was van het European Platform of European Media Regulators, was een paar jaar geleden vooral bezig regeringen te vertellen dat ze censuur moesten afschaffen en gevangen journalisten moesten vrijlaten. Nu gaat er steeds meer tijd zitten in het tegengaan van nepnieuws en propaganda op internet.

„Het doet me denken aan wat er in Joegoslavië gebeurde voor de oorlog. Aan de propagandamachine van president Milosevic, die leugens verspreidde en mensen tegen elkaar ophitste. Ik woonde in Sarajevo. Er circuleerden krankzinnige berichten, zoals: ‘Kinderen worden aan de leeuwen gevoerd in de dierentuin’. Mensen geloofden dat echt. Na de oorlog dacht ik dat zoiets nooit meer zou gebeuren. Maar wat Rusland doet in Oekraïne, is hetzelfde. Oekraïne doet er, in mindere mate, aan mee. Het is deel van een oorlogsdoctrine, die zich razendsnel over de wereld verspreidt. Kijk naar de Amerikaanse verkiezingen.”

Wat kunt u eraan doen?

„Weinig, helaas: het heeft niets te maken met de vrijheid van de media. Je kunt niet zeggen: de één mag wel uitzenden of een online krant publiceren, en de ander niet. Dit gaat over inhoud. Daar mag en wil ik me niet mee bemoeien.”

Noemt u eens een voorbeeld?

„Russia Today zendt in diverse landen uit. Er zijn allerlei gevallen bekend van interviews die ze hebben overgenomen met voice-overs, zoals mij is overkomen.”

Kun je dan zeggen: verbied RT om uit te zenden?

„Nee. Dat is censuur. Pluralisme is cruciaal in een gezonde democratie. Wat ik wel kan doen, is regeringen aanspreken op hun verantwoordelijkheid: zorg dat er een onafhankelijke raad voor de media is, dat andere media erover kunnen berichten, dat rechtbanken onafhankelijk zijn. Regeringen grijpen vaak meteen naar nieuwe regels en wetten, maar dat is vaak contraproductief. Ik adviseer juist: stimuleer kwaliteitsmedia om hun werk goed te blijven doen. In een tijd waarin commercialisering van het nieuws traditionele media verzwakt, zodat ze minder geld hebben om ervaren redacteuren aan te nemen, is dit belangrijk.”

Regeringen kunnen toch niet bepaalde media steunen en andere niet?

„Nee. Wel kunnen ze fondsen opzetten voor onderzoeksjournalistiek. Met subsidie voor iedereen die een goed voorstel heeft. Ook de Europese Unie kan bijdragen aan zulke fondsen.”

Vroeger was het aan journalisten om de zin van de onzin te scheiden, door check en double check.

„Zeker. Ook tijdens de Koude Oorlog was er nepnieuws. Maar toen ging het langzaam. Internet en social media bestonden nog niet. Papieren kranten hadden één deadline per dag. Journalisten hadden meer tijd om bronnen aan te boren die ze konden raadplegen als dingen geverifieerd moesten worden. Kranten hadden toen veel meer mensen in dienst. U heeft gelijk, een groot deel van de verantwoordelijkheid ligt bij journalisten zelf. Je hebt late dienst, de krant zakt bijna en jij moet beslissen of je iets in de krant zet of niet: hoe doe je dat dan?

„Op zulke momenten worden cruciale besluiten genomen. Zet een krant daar een beginneling neer, of een door de wol geverfde journalist? Die laatste is veel duurder. Dat is het tweede verschil met de Koude Oorlog: geld is nu super belangrijk. Kwaliteitsmedia zitten krap bij kas. Oligarchen en tycoons als Rupert Murdoch hebben media om er geld mee te verdienen. Check en double check en het geduldige uitpluiswerk zijn dan secundair. Terwijl dat het allerbelangrijkste is in de strijd tegen nepnieuws.”

Lees ook: Nepnieuws: wat valt eraan te doen?

De OVSE heeft 57 lidstaten. Wat verwacht u dat zij ertegen doen?

„Dat ze zich houden aan hun eigen plechtige verklaringen over persvrijheid en inhoudelijke non-interventie door de overheid. In 1975 beloofden ze in de slotverklaring van de Helsinki-akkoorden dat ze in hun onderlinge relaties een ‘klimaat van vertrouwen en respect tussen volkeren’ zouden scheppen, ‘rijmend met hun plicht om geen propaganda te bedrijven voor oorlogen van agressie’.

„Dat gaat steeds vaker fout. Veel propaganda is overheidspropaganda. Ik roep ze op, ook op Twitter: stop met het corrumperen van de journalistiek! En zorg dat ook anderen geen geld kunnen verdienen met haatzaaien en bloedvergieten! De manipulatie van het nieuws begon in Georgië, tijdens de oorlog in 2008. Nu gaan media op de Balkan meedoen. In Servië zijn bij voorbeeld weinig onafhankelijke media meer over. Sommigen krijgen de berichtgeving direct uit Moskou gedicteerd. De regering in Belgrado moet alles doen om dit proces te stoppen.”

Luistert de regering?

„Zij moet duidelijker stelling nemen. Dan zijn burgers zich ervan bewust dat er allerlei gevaarlijke onzin circuleert. In Sint-Petersburg en Macedonië zijn werkplaatsen gevonden waar hatemails worden gefabriceerd of nepnieuws in elkaar wordt gezet voor de Amerikaanse of Europese ‘markt’. Waarom doen jonge mensen zoiets? Niet uit overtuiging, meestal. Ze doen het omdat ze geld nodig hebben. Niemand die er iets van zegt. Als regeringen deze trolls openlijk bekritiseren, krijg je een ander maatschappelijk klimaat. Eentje waarin journalisten minder hoeven vrezen voor intimidatie.

„Journalisten worden steeds vaker bedreigd, soms seksueel. Sommigen, vooral vrouwen, stoppen daarom met werken. Ik heb Turkse trolls, Russische trolls, enzovoort. Die beantwoorden mijn tweets met teksten als: ‘May you drown in your own blood’. Regeringen moeten zich hiertegen uitspreken. Anders scheppen ze een klimaat waarin journalisten vogelvrij zijn en haat wordt aangewakkerd. In [voormalig] Joegoslavië begon de oorlog in de media jaren voordat het fysieke vechten begon. Neem van mij aan: nepnieuws vernietigt de maatschappij.”

    • Caroline de Gruyter