Recensie

Met redelijkheid kom je niet ver in de wereld

Roman

De roman van Jacob Groot wordt ergens een ‘encyclopedie van het geloof’ genoemd. Maar waarin kun je geloven als lezer van deze roman die alle begrip te buiten gaat?

Religie is nooit ver weg in de gedichten en romans van Jacob Groot. In zijn laatste dichtbundel Nieuwe zon (2014) lezen we bijvoorbeeld: ‘Wat is uw religie, God? / Want dat u bestaat is zeker maar uw dienst is voorbij en dat is / maar goed ook, helemaal gek werd ik van dat geloof en die ijver / die u juist niet voorschrijft omdat u vanzelf spreekt…’ God, zo blijkt, is ontstaan ‘samen met mij’. Sindsdien was het ‘een huwelijk tussen ons, dat zich / steeds opnieuw voltrok maar niet kon worden ontbonden’. God en leven horen dus bij elkaar en met Spinoza zouden we kunnen zeggen dat God en de natuur samenvallen.

Voor Jacob Groot lijkt dat net een stap te ver. Bij hem gaat het allereerst om de ervaring van dat geheimzinnige ‘huwelijk’ tussen God en het menselijke leven. Dan verdampt alle spinozistische rationaliteit en speelt juist de gekte van het geloof weer op, zoals blijkt uit Groots nieuwe roman Geloof in mij. Daarin werpt de bijbelse religie haar lange schaduw over het leven van hoofdpersoon Eddie Combo, zoon van strenggelovige ouders die – als om hun familiaire harmonie te benadrukken – Freddie en Teddie heten.

De roman, die met zijn voorgangers Billy Doper (2008) en Adam Seconde (2012) een soort drieluik vormt, wordt ergens een ‘encyclopedie van het geloof’ genoemd. Daar zit wat in, want vele vormen van geloof passeren de revue, gedemonstreerd aan de hand van episodes uit het leven van Eddie Combo. Het begint met de bijbel en met de parallellie van het gezin Combo met dat van Maria, Jozef en Jezus. Tot in de verteltoon klinkt de gelijkenis door: ‘Het geschiedde in die dagen, wordt gezegd…’ – waarbij we niet mogen vergeten dat het toevoegsel (‘wordt gezegd’) ook een element van twijfel introduceert. Twijfel die tenslotte bij Eddie even groot blijkt te zijn als zijn geloof, zodat hij kan zeggen zowel geloof als twijfel ‘voorbij’ te zijn.

Twijfel tussen jihadist en zendeling

Voor het zover is hebben we hem echter vooral met allerlei vormen van geloof in de weer gezien. Te beginnen met het geloof in zichzelf als een tweede Jezus die ‘straalt, alsof hij licht uitzendt’, al kan dit laatste ook aan de liefhebbende perceptie van de ouders liggen. Op de lagere school houdt hij, tot verbijstering van zijn medeleerlingen, een ‘lezing’, gelijk de jonge Jezus tussen de schriftgeleerden. Vervolgens verdiept hij zich in oosterse wijsheid op De Nieuwe School van Hoger Bereik, na eerst even te hebben geloofd in de hit ‘I’m a believer’ van The Monkees. Hij twijfelt tussen jihadist en zendeling, maar besluit toch ‘Nazir’ te worden: iemand die volgens de Talmoed als asceet zijn leven aan God wil wijden. Wat hem drijft is een dwingende behoefte ‘om verlost te worden middels een metamorfose die je dient te veranderen in wat zich buiten je om aan je voordoet’.

Anders gezegd: Eddie verlangt ernaar op te gaan in iets anders, iets groters en iets hogers. De liefde lijkt dan een redelijk alternatief, maar met redelijkheid komen we niet ver in de wereld van het geloof, die subliemere vergezichten belooft. Tegen het eind beleeft Eddie zelfs een eigentijdse versie van Christus’ passie (‘Zie de mens’) in de tandartsstoel, al krijgt dit woord via zijn fantasieën over de jonge paradontologe Pantha ook een andere, meer erotische betekenis.

Pas na de dood van zijn ouders, wanneer Eddie in een klooster aan de kust op retraite gaat, lijkt de liefde alsnog te overwinnen: na een dance-feest in Zaandam verenigt hij zich met de ooit al na één nacht verlaten geliefde Sterre. Haar parool luidt: ‘beperk je tot wat je ervan begrijpt’ – háár reactie op het ongrijpbare godsbeeld (een ‘totaliteit die ontsnapt en ons daarom bevat en waarin wij begrepen zijn’) van Eddie. Het advies lijkt me ook voor de lezer van deze roman alleszins bruikbaar, aangezien het onmogelijk is aan alle aspecten, tournures en sprongen van de tekst volledig recht te doen.

Stroom van reflecties

Het levensverhaal van Eddie Combo blijkt in de praktijk niet meer dan de rode draad in een stroom van reflecties over geloof en ongeloof, bezopen scholastiek (‘Soms brengt gelal ons verder’), vertelsels, anekdotes en lyrische erupties, die met een verbluffende diversiteit aan stijlen en registers (van verheven, plechtig en objectiverend tot hilarisch, plat en zinnelijk) onder woorden worden gebracht.

Uiteindelijk is het aan de lezer om zijn eigen verhaal samen te stellen uit deze royaal geoffreerde voorraad. Ook dat zou je als een vorm van geloof kunnen zien. In een ‘normale’ roman doet de schrijver zozeer zijn best het geloof in zijn verhaal te bevorderen dat het de lezer niet eens meer opvalt. Bij Jacob Groot is het eerder omgekeerd. De titel Geloof in mij krijgt zo ook iets van een poëticale uitdaging: waarin kun je geloven als lezer van deze roman die alle begrip te buiten gaat?

Wie niet op de uitdaging ingaat zal het boek al gauw teleurgesteld dichtslaan, wie het wél doet staat een even bizar als uniek leesavontuur te wachten.