Langer leven door schraal te eten

Veroudering

Wie weinig eet (zonder ondervoeding) kan langer leven, Dat is nu bewezen voor apen.

Magere 23 jaar oude rhesusaap, na een leven op restrictief dieet (links), en rechts een rhesusaap die altijd normale voeding kreeg, in National Institute on Aging in Baltimore. Foto NIA

Veel minder eten verlengt tóch het leven van apen. Daar was lang twijfel over omdat twee experimenten tegengestelde uitkomsten hadden. De onderzoekers van de experimenten hebben hun resultaten nu naast elkaar gelegd.

Minder eten beschermt de apen ook tegen kanker, hart- en vaatziekten, diabetes en ouderdomsziekten. Het gaat om ongeveer 20 tot 30 procent minder calorieën dan in een aanbevolen dieet. Dag in, dag uit. Weinig, maar niet zo weinig dat het tot ondervoeding leidt.

Dat beeld rijst op uit een nieuwe, gezamenlijke analyse van twee afzonderlijke experimenten met in totaal 197 makaken. Tot nu toe vlogen de onderzoekers van beide proeven elkaar in de haren vanwege tegenstrijdige resultaten. Het gezamenlijke artikel stond dinsdag in Nature Communications.

Drie jaar langer

Magere makaken die 30 procent minder calorieën kregen dan de aanbevolen gezonde hoeveelheid, leefden ongeveer drie jaar langer dan de veeleters. Als dat ook voor mensen geldt, kan een zeer schraal etend mens ongeveer tien jaar langer leven. Dat mag best een dieet met behoorlijk veel suiker en vet zijn. De onderzoekers schrijven zelf dat de vergelijking tussen makaken en mensen opgaat: „Gezien de duidelijke parallellen tussen mensen en makaken lijkt het erg waarschijnlijk dat de gezonde effecten van calorierestrictie ook in mensen te zien zullen zijn.”

Het lijkt er wel op dat je kinderen niet moet belasten met calorierestrictie. Bij de onvolgroeide apen die op zo’n dieet met minder calorieën werden gezet ging het nog al eens mis. Sommige overleden jong. Dat is een verschil tussen apen en knaagdieren, concluderen de onderzoekers. Knaagdieren leven wel duidelijk langer als ze al jong op een karig dieet worden gezet.

Rhesusapen uit het experiment in Wisconsin National Primate Research Center. Links Canto, 27 jaar, op restrictief dieet, en rechts de veel ongezondere Owen, 29 jaar, die altijd veel meer mocht eten. Foto University of Wisconsin-Madison / Jeff Miller

Wormen en knaagdieren

De twee onderzoeken met makaken begonnen in 1987 en 1989, nadat bij wormen en knaagdieren was aangetoond dat calorierestrictie het leven aanzienlijk kan verlengen. In het primatencentrum van de University of Wisconsin waren de 76 dieren allemaal volgroeid (acht jaar of ouder) voordat ze aan het experiment begonnen. Aan het National Institute on Aging in Baltimore begon het experiment met jonge, jongvolwassen en volwassen dieren. Daar liep het jarenlange (en nog niet afgeronde) experiment met 121 makaken uit op een gelijk spel: de dieren die weinig eten kregen, leefden vrijwel net zo lang als de dieren die normaal te eten kregen.

Voor de vrouwtjesdieren die onvolgroeid mee gingen doen, was de sterfte zelfs hoger onder dieren die op strikt rantsoen stonden.
Het kan zijn dat dat komt doordat die vrouwenapen in de loop der jaren vaak last kregen van endometriose – wildgroei van baarmoederweefsel buiten de baarmoeder. Van de 44 makakenvrouwen overleden er 12 aan deze ziekte. Pas in 2010 is besloten om, behalve symptoombestrijding, ook de oorzaak van die ziekte te behandelen. Het is een ziekte die veel voorkomt bij makakenvrouwen in gevangenschap, vooral als ze geen jongen krijgen. Dat was zo bij de jonge dieren in Baltimore, maar niet bij de dieren in Wisconsin die vaak al jongen hadden gehad voordat ze aan het experiment gingen meedoen.

Dikke Wisconsin-apen aten veel meer

De onenigheid tussen beide groepen ging vooral over het dieet van de dieren. De apen die in Wisconsin de controlegroep vormden mochten eten wat ze wilden. De dieren in de controlegroep wogen beduidend meer dan het gemiddelde van de makaken in een gegevensbank van apen in Amerikaanse onderzoekscentra (de internet Primate Aging database). De makaken in de controlegroep in Baltimore wogen echter bijna allemaal minder dan het gemiddelde.
Het verwijt aan Baltimore was een paar jaar geleden al: ‘ook de dieren in jullie controlegroep krijgen te weinig eten, geen wonder dat er nauwelijks verschil in levensduur te zien is met de dieren die nog minder krijgen’. In de gezamenlijke analyse staat precies dat nu zwart op wit. De dieren in Baltimore aten iets meer of iets minder dan de schraalhansen in Wisconsin, terwijl de controlegroep in Wisconsin beduidend meer dan de drie andere groepen at.

Junkfood

Opvallend is dat de weinig etende makaken in Wisconsin langer leven op een tamelijk qua samenstelling (niet qua hoeveelheid!) ongezond junk-food dieet. Er zat zesmaal zoveel suiker en tweemaal zoveel vet in als in het dieet dat de dieren in Baltimore kregen. Daar krijg je alleen last van als je er te veel van eet. De dieren in Wisconsin die mochten eten wat ze wilden kregen met het ouder worden last van diabetes, maar de magere dieren niet. Kennelijk maakt al die suiker niet zoveel uit als je de calorieën meteen verbrandt.