Column

Centraal staan? Vroeger was de klant gewoon koning

Column Japke-d. Bouma We worden overspoeld met kantoorclichés. Worden we daar beter van, vraagt Japke-d. Bouma zich wekelijks af.

Vroeger was de klant nog gewoon koning. Tegenwoordig „staat hij centraal” of erger nog: wordt hij „centraal gezet”. Ik weet niet waar dat is misgegaan en wie ermee begonnen is; ik weet wel dat het behoorlijk druk geworden is op Centraal. Want niet alleen de klant staat daar tegenwoordig, ook ‘de leerling’, ‘de burger’, ‘de docent’, ‘het kind’, ‘de verbinding’ en dan was er nog dat seminar waar laatst ‘uw uitdaging’ centraal stond. Wat een gedoe.

Want er staat nooit bij hoe je al die dingen en mensen centraal krijgt, of het daar dan niet te druk wordt en over welk centrum we het dan hebben. Moet je er zelf heen, word je gebracht of komt de berg naar Mohammed?

Maar de belangrijkste vraag is natuurlijk: waarom moet het gezegd worden? Ligt het niet heel erg voor de hand dat als je een school bent, je de leerling centraal hebt staan? Of dat als je in de politiek zit, de burger?

Het is een beetje als de groenteboer die zegt dat hij groente centraal heeft staan, of de slager die dat zegt over zijn vlees. Dan ga je je toch afvragen of dat vroeger niet zo was. En wat er dan anders centraal zou moeten staan. De Maserati van de directeur? De golfbaan van de commissaris? De kroketten in de kantine?

En het kán ook helemaal niet hè, al die mensen centraal. Want als we allemaal centraal staan, hoe bijzonder is het dan nog. Dan worden we allemaal van die verwende kinderen die de hele dag verwachten dat ze maar centraal staan.

Ik vind het zelf juist wel lekker om een beetje genegeerd te worden. Als ik bijvoorbeeld een winkel binnenloop, vind ik het helemaal niet zo fijn als alle verkopers op me duiken. Ik was ook een keer op Schiphol toen alle taxichauffeurs tegelijk naar me toe kwamen. Ik heb me nog nooit zo centraal voelen staan. Maar of het fijn was? Nou, nee.

En het wordt je ook nooit gevraagd. Of je wel centraal wíl staan. Zo ken ik best veel mensen die liever in een vinexwijk wonen, dan centraal. Want als je centraal zit, ben je vaak amper bereikbaar.

Dat is ook een beetje de paradox, van centraal. Het lijkt alsof dat handig is, denk Utrecht Centraal. Maar man man man, wat een crime is het om daar te komen, áls je er al komt.

Dat is ook de denkfout die veel bedrijven maken. Die denken dat het slim is om lekker centraal in een glazen pand op, zeg, het Amsterdamse Rokin te gaan zitten. Maar in de praktijk houdt dat in dat amper nog iemand het kantoor kan bereiken, tenzij ze met een tank of een helikoptertje komen.

Lees ook Japke-d’s column van vorige week: Laat lekker hangen joh, dat laaghangende fruit

En dan is er nog de vraag: wat dóe je, als je dan centraal staat? Reis je dan door, stap je over, of blijf je daar? Daar weet de NS alles van. Die heeft allerlei winkels bedacht om het leed van de reiziger (‘de reiziger centraal’) wat te verlichten terwijl hij in die tochtige hal staat te wachten. Maar echt gezellig is het er natuurlijk niet. Want dat is ook iets van centraal, hè: je staat er niet voor je lol. Als je er bent, wil je liever naar huis. Even centraal staan is misschien leuk.

Maar op een gegeven moment moet je toch gewoon weer door met je leven.

Meer #kantoorclichés op Twitter via @Japked