‘Ik heb geen podiumangst meer’

Fay Claassen (48) bewerkt op haar nieuwe album popsongs van Paul McCartney en Burt Bacharach. ‘Je moet eraan toe zijn om van zo’n muzikale grootheid een nummer op te nemen.’

Bepaald niet mild sprak de eminente Nederlandse jazz-zangeres Rita Reys zich bij leven uit over de generaties zangeressen na haar. „Je wordt geboren met timing. Geloof niet dat je het leren kunt”, zei ze. „Met een briefje van het conservatorium lezen ze hun partijtje prachtig af. Maar vraag je: zing nu eens iets vanuit je hart, dan lukt dat ze niet.”

Behalve zangeres Fay Claassen. In haar hoorde en zag Reys het meteen. Zíj was haar opvolgster; zij stak er met kop en schouders bovenuit – al kon er soms nog wat ‘peper’ bij. Die zegen van Rita Reys, die ze bijvoorbeeld uitsprak in tv-programma De Wereld Draait Door, ervoer ze als een gift, vertelt Fay Claassen. Als Claassen een album had gemaakt, belde Reys erover op. Altijd met tips. Over timing bijvoorbeeld. Claassen: „Niet alles creërend en losjes zingend, maar met een duidelijk begin- en eindpunt. Anders denkt de luisteraar dat je fout zit. Laat horen dat je weet waar je bent.”

Het was dan ook niet verwonderlijk dat Claassen vorig jaar met Rita’s oude band een gloedvolle ode bracht aan de in 2013 gestorven vocaliste. „Het ingewikkeldste van jazz is dat je elk nootje opnieuw wilt uitvinden”, zegt Claassen. „Rita zei: ‘de noot mag óp de kop zijn’. Ze was fel, een echte haaibaai. Ik had een andere stijl, maar haar power heb ik altijd bewonderd.”

Fay Claassen (48) leeft ‘tussen twee landen’. De in Nijmegen geboren zangeres is getrouwd met de Duitse saxofonist en componist Paul Heller, die onder meer speelt in de WDR Big Band. Met hun zesjarige dochter wonen ze in Keulen. Naast de Rita Reys-tournee met het trio van jazzpianist Peter Beets zong Claassen de laatste jaren op uitnodiging bij de WDR Big Band en combineerde ze jazz en klassiek met de pianisten Cor Bakker en Ivo Jansen.

Als tiener volgde ze een intensieve training aan de balletacademie. Daarna ging ze naar de kleinkunstacademie. Die studie brak ze vroegtijdig af. „De manier waarop je soms werd afgekraakt greep me het eerste jaar flink aan. Ik was er niet tegen bestand.” In het tweede jaar stapte ze over naar het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

In 2000 debuteerde Claassen met het album With A Song in My Heart. Met haar heldere zangstem, haar lyrische improvisaties, de zowel lichtvoetige als pure benadering en haar mooi gekozen nootjes trok de zangeres direct de aandacht.

Vervolgens maakte ze nog zo’ n tien albums onder eigen naam, waarvan de dubbel-cd Two Portraits of Chet Baker Vol. 1 en 2 (2006) een buitengewone uitschieter was. Daarop vocaliseerde ze een trompetlijn als tegenpool van de baritonsax, zonder echt solo’s van trompettist Chet Baker te imiteren.

Liedje in een bos rozen

Met haar klankassociaties beweegt Claassen zich ook vrij door de noten op haar nieuwe album Luck Child dat net uit is. Echtgenoot Paul Heller componeerde er een aantal nummers voor, zoals ‘Finding you’ dat ze – heel romantisch opgerold in een bos rozen – vond. En ook het door Kenny Wheeler gecomponeerde ‘Fay’ is een woordeloos muziekwerk waarin Claassen loepzuiver klanken aaneenrijgt.

Over een heel andere boeg gooit ze het met jazzinterpretaties van popliedjes van Paul McCartney, Paul Simon, Burt Bacharach en Ennio Morricone.

Popmuziek was iets waar de jazzvocaliste langzaam naar toe groeide. De muziek van Sting of Joni Mitchell oefende altijd al een grote aantrekkingskracht op haar uit, vertelt ze bij een bezoek aan Rotterdam. Maar ze aarzelde: „Je moet eraan toe zijn om van zo’n muzikale grootheid een nummer te nemen, het je eigen te maken, en dan ook nog eens durven op te nemen.”

Lang dacht ze over Paul McCartneys kleinood ‘Blackbird’. Dat breekt ze boeiend open door niet alleen het bekende thema van Bach uit de luit-suite in e-klein (BWV 996) te volgen, maar op het eerste akkoord verder te improviseren. Veel lichter en ‘gewoner’ is ‘One trick pony’ van Paul Simon, waarin ze simpelweg viel voor de groove van drummer Steve Gadd.

Het liedje ‘Luck child’ is een bewerking van het nummer ‘Sandbox’ van Mike Stern. „Een Ierse vriendin schreef er een tekst op, een mythologisch verhaal over een godin die te bewonderen, maar niet te bezitten is. Een beetje etherisch, maar heel mooi.”

Claassen weet goed hoe ze de emotie in de jazz moet leggen. Er schuilt poëzie in haar zangnoten. Fragiel en melancholisch kan ze klinken, in vertolkingen die altijd technisch dik in orde zijn en met een zeldzame elegantie gebracht. Groot is haar verlangen haar muziek ‘internationaal’ te laten horen.

Naast haar zang heeft Claassen altijd lesgegeven. Veertien jaar bij Codarts, het conservatorium in Rotterdam, maar ook bij muziekopleidingen in Antwerpen, Den Haag, Maastricht, Porto en Osnabrück. Onlangs besloot ze te stoppen met doceren. Ze wil „100 procent voor de muziek gaan”. Het lesgeven bood haar zekerheid naast haar zang. De angst vergeten te worden in de jazzscene speelt altijd een rol, stelt ze. „Ik moet nog steeds hard boksen om er te mogen zijn. Het is niet zo dat je je sporen hebt verdiend en iedereen je wel kent. Ik begin telkens weer opnieuw, het is hard werken de zaal vol te krijgen. Voorheen zocht ik de veiligheid: ik moet toch ook werken. En nu denk ik: nee, ik kies nu echt voor de muziek.”

Op de vraag of dat geen werk is, schudt ze haar hoofd. „Het is een diepe passie. Mijn wil om dit te doen is heel sterk. Dat musici door zoveel heen gaan om hun muziek te kunnen maken, vind ik soms zo mooi en aandoenlijk.”

Breekbaar meisje

De zangeres is gedurende haar carrière vaak overvallen door faalangst en podiumvrees. Vooral in het eerste deel van haar carrière kon ze duizend doden sterven op het podium. Lesgeven was ook om die reden goed om achter de hand te hebben, het gaf houvast. Tegenwoordig is er meer controle. „Het blijft een merkwaardig fenomeen zoveel angst te ervaren”, vertelt ze. „Een kiem voor mijn angst is destijds gelegd op de kleinkunstacademie denk ik. Toen ik met de jazz groot werd gelanceerd, was ik van binnen nog een breekbaar meisje. Het was pijnlijk.”

Een lied zingen kan ze, maar zichzelf als persoonlijkheid neerzetten was een worsteling. „Soms kon ik de afslag op de snelweg richting de stad waar ik zou optreden bijna niet nemen. Ik heb weleens om de hoek bij het podium gestaan, bellend met mijn moeder: ‘Mam, ik dúrf niet’. Het liefst was ik met mijn rug naar het publiek gaan staan. Met bloed, zweet en tranen moest ik mijn angsten steeds overwinnen. Ik ben erdoorheen gekomen, de knop is nu om. En zie na al die jaren, ik heb er zelf eindelijk plezier in! Het is open. Ik benijd mensen die dat vanaf het begin kunnen.”

Concerten: 27/1 Paradox, Tilburg; 29/1 Dakota Theater, Den Haag; 29/1 Schouwburg Cuijck, Cuijck. 14/2 Valentijnconcert met het Noord Nederlands Orkest, Concertgebouw. 24/2 TivoliVredenburg, Utrecht.
    • Amanda Kuyper