Recensie

Griezel met 23 alter ego’s

Het is lang geleden dat M. Night Shyamalan in één adem genoemd werd met Alfred Hitchcock of Brian De Palma. Dat was in 1999 bij spokenthriller The Sixth Sense, met Bruce Willis en die fameuze finale. Na opvolger Unbreakable, die de superheld op aarde terugbracht, tuimelde zijn oeuvre van vergezocht richting potsierlijk. Shyamalans grote ideeën werden grotesk.

De trailer van Split.

Dat lijkt soms ook het lot van psychothriller Split, maar ditmaal knoopt Shyamalan zijn uitwaaierende plotlijnen wel weer knap samen in de opwindende finale. Griezel Kevin (James McAvoy) ontvoert drie schoolmeisjes; hij lijdt aan een dissociatieve identiteitsstoornis (DIS), zoals gespleten persoonlijkheid nu heet, met liefst 23 alter ego’s. Methodische nerd Dennis (zwarte koltrui), kille gouvernante Patricia en ondeugend kind Hedwig hebben Kevin onder controle genomen. Zij willen het pad voor ‘Het Beest’ effenen, een monster dat hongert naar ‘onpure’ meisjes. Kevins psycholoog Karen Fletcher (Betty Buckley) ruikt onraad: ’s nachts ontvangt zij alarmerende e-mails van Kevins vreedzame ‘alters’. Fletcher onderzoekt de – wetenschappelijk correcte – notie dat DIS ook tot fysieke transformaties leidt.

Als filmmonster staat Kevin in de traditie van Dr. Jekyll and Mr. Hyde, Psycho, Dressed to Kill en Fight Club. De uit trauma geboren, ongevaarlijke aandoening DIS blijft een bron van surprise, suspense en acteergeweld. In Split schmiert James McAvoy er verleidelijk creepy op los, maar de film werkt omdat Shyamalans script niet ridicuul wordt. En dan is het direct spectaculair, en mag je hem in één adem noemen met Hitchcock en De Palma.