‘Mijn familie smeekt me: stuur voedselpakketten’

Suriname Dalende exportprijzen en falende politici hebben Suriname in diepe crisis gestort. „Je merkt aan alles dat het hier slecht gaat.”

In 2016 demonstreerden inwoners van Paramaribo tegen de strenge voorwaarden van een IMF-lening voor Suriname. Foto Ranu Abhelakh / Reuters

Een paar maanden geleden haalde John Lieuw (67) zijn karretje en de twee grote pannen waarin hij vroeger Surinaamse bloedworst en ‘bere’ (orgaanvlees) maakte, na jaren maar weer eens tevoorschijn. Door de economische crisis in Suriname lukte het niet meer om rond te komen van zijn pensioen en het salaris van zijn vrouw.

Met de verkoop van de worst hoopte Lieuw een extraatje bij te verdienen. Nadat hij zijn kar had geïnstalleerd op een straathoek in het noorden van Paramaribo liep het tot zijn grote verrassing storm. Binnen een paar uur waren de dampende pannen met vlees leeg.

„Surinamers houden ervan om in de namiddag een portie bloedworst of een zakje bere te eten, het is een soort snack”, zegt Lieuw. „Maar de laatste jaren gingen de mensen liever naar een luxere plek voor een portie saté of bitterballen.” Dat zijn oude straatkar nu weer lucratief blijkt, komt volgens Lieuw door de economische situatie in het land.

„De mensen grijpen weer terug naar de vleesworst. Het is goedkoop, makkelijk weg te happen en het vult je maag.”

De Surinaamse economie verkeert al langer dan een jaar in een zware crisis, maar raakte in 2016 nog dieper in het dal. En dat is goed voelbaar voor de ruim half miljoen inwoners. De inflatie liep op tot maar liefst 60 procent, de economie kromp met 7 procent. De waarde van de Surinaamse dollar ten opzichte van de euro kelderde: een jaar geleden was de koers nog 3,75 Surinaamse dollar voor een euro, nu is dat 7,80 dollar voor een dollar.

Diep in de schulden

De crisis wordt veroorzaakt door minder inkomsten als gevolg van de gedaalde prijzen van olie en goud, de twee belangrijkste exportproducten van Suriname. Maar ook het hoge uitgavenpatroon en het mismanagement van de regering-Bouterse zijn debet aan de economische malaise.

Om het land toch draaiende te houden stortte Suriname zich diep in de schulden. Grote hoeveelheden goud van de Centrale Bank werden voor miljoenen dollars verkocht en er werden dure internationale obligatieleningen afgesloten. Suriname kreeg ook een toezegging van bijna een half miljard dollar van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in ruil voor harde bezuinigingsmaatregelen. Een eerste tranche werd overgemaakt, maar een laatste overboeking bleef tot nu toe uit omdat Suriname zich niet houdt aan de strenge voorwaarden van het IMF, zoals de drastische verhoging van de tot nu toe deels gesubsidieerde energietarieven.

Je zadelt een hele generatie op met een torenhoge schuldenlast. Dit is funest voor de economie en voor de toekomst van het land

„Ik kan niet meegaan met maatregelen die de druk op de bevolking zodanig verzwaren dat een menswaardig bestaan niet meer te garanderen is”, zei Bouterse in zijn nieuwjaarsrede. De staatschuld is inmiddels opgelopen tot 9,3 miljard Surinaamse dollar. Maar hoeveel bij wie precies is geleend, en waar het geld voor bestemd is, is niet geheel duidelijk. Er is geen volledige duidelijkheid over de overheidsfinancieringen en er zijn leningen aangegaan zonder toestemming van het parlement.

‘Meer eigen productie’

De grote vraag is hoe Suriname straks al deze schulden met hoge rentes, onder meer bij China en buitenlandse banken, kan terugbetalen . „Je zadelt een hele generatie op met een torenhoge schuldenlast. Dit is funest voor de economie en voor de toekomst van het land”, zei econoom en voorzitter van de Vereniging van Economisten, Winston Ramautarsing, in een lezing over de schuldenproblematiek.

John Lieuw maakt zich grote zorgen over de toekomst van zijn kleinkinderen. „Ze zijn nu negen en dertien jaar. Die enorme schulden komen straks voor hun rekening”, verzucht hij.

Ramautarsing pleitte in zijn uiteenzetting voor meer eigen productie: Suriname moet gaan fabriceren in plaats van lenen. En daar schort het nu juist aan. De economie van Suriname is afhankelijk van import. Door de snelle ontwaarding van de Surinaamse dollar zijn de prijzen in de winkels enorm gestegen. Veel supermarkten sluiten hun deuren, de handel ligt op z’n gat.

Lees ook de reportage van nrc-correspondent Nina Jurna: In Suriname heeft iedereen last van de crisis

Bouterse belooft betere tijden

In een grote Chinese supermarkt, niet ver van het vleesworstenkarretje van John Lieuw, tuurt Cynthia Macinthosh-Vreedzaam (37) naar de prijs van een blikje kipsalade. „Ik heb al drie winkels afgestruind maar overal zijn de prijzen schrikbarend hoog. Kijk hier, 40 Surinaamse dollar!”

Ze is vanuit Nederland op vakantie bij haar familie.

„Je merkt aan alles dat het hier slecht gaat. De prijzen zijn gigantisch hoog, de benzineprijzen zijn gestegen, lonen stijgen nauwelijks mee. De criminaliteit neemt schrikbarend toe. Mijn familie smeekt me: stuur voedselpakketten. Die vraag heb ik jaren niet gehad, het ging juist goed hier.”

President Bouterse belooft dat er in 2017 betere tijden komen voor de Surinaamse economie. De pas geopende goudmijn van de Amerikaanse multinational Newmont moet een financiële injectie geven. Suriname is voor 25 procent aandeelhouder, en dat zou per maand miljoenen dollars aan inkomsten kunnen opleveren. Maar critici waarschuwen om niet al te optimistisch te zijn: de goudprijs is nog niet stabiel, sterker nog: voor 2017 is een daling voorspeld. Bovendien heeft Suriname nog een bulk schulden af te lossen, onder meer voor de aankoop van de aandelen van de mijn.

John Lieuw zal het met de verkoop van zijn bloedworsten nog wel een tijdje kunnen uitzingen, denkt hij. Maar of er in Suriname nog een toekomst is voor zijn kleinkinderen betwijfelt hij.

„Het is een vicieuze cirkel: leerkrachten zijn veel in staking, dus goed onderwijs krijgen ze niet. De werkloosheid stijgt verder én ze zitten straks opgescheept met grote schulden. Hoe kunnen zij nou nog een toekomst opbouwen in dit land?”