Je maaltijd doorlichten met je smartphone

Voedselscanners Als het aan technologiebedrijven en voedingswetenschappers ligt, gaan we binnenkort veel preciezer meten, vastleggen en analyseren wat er in ons eten zit. Misschien wel met de smartphone.

Foto iStock

Hoe vet is dat slavinkje in de koelkast eigenlijk? Is deze kiwi al rijp? Hoeveel calorieën zitten in deze courgette? Een beetje kijken, knijpen, ruiken en raden is vaak het enige wat je kunt doen om daarop een antwoord te vinden.

Maar als het aan een groeiend aantal technologiebedrijven en voedingswetenschappers ligt, gaan we dat binnenkort allemaal veel preciezer meten, vastleggen en analyseren; misschien wel met onze smartphone. Deze week gaat aan vijf Europese universiteiten, waaronder die van Wageningen, het project FoodSmartphone van start. Dat moet met behulp van Europese subsidiemiljoenen nieuwe manieren ontwikkelen om sensoren en data-analyse te gebruiken om betrouwbare voedselmetingen te krijgen. „Ik denk dat naast bewegings-, geluid- en locatiesensoren over een paar jaar ook voedingssensoren in je Android of iPhone zitten”, zegt onderzoeker Yannick Weesepoel uit Wageningen. Volgens hem duurt het nog maar enkele jaren voordat we massaal even snel met een appje die slavink kunnen scannen.

Ook allerlei technologiebedrijven zijn bezig met gadgets, scanners en smartphones waarmee nieuwsgierige eters makkelijker hun maaltijden kunnen doorlichten. Het Israëlische Consumer Physics presenteerde eerder deze maand een smartphone met een moleculaire sensor om materialen te kunnen identificeren. Daarmee kunnen ook bepaalde samenstellingen van etenswaren worden gemeten; bijvoorbeeld hoeveel eiwit er in zit. Vorig jaar bracht de Amerikaanse start-up Nima een apparaatje op de markt waarmee je in twee minuten van een voedingsmonstertje kan vaststellen of er gluten in zitten. Handig voor mensen met een allergie.

Maar Weesepoel, van het innovatie-instituut RIKILT van Wageningen University, denkt dat het nog wel even duurt voordat dat soort heel nauwkeurige metingen van gluten en andere allergenen ook met een smartphone kunnen worden gedaan. „Dat gaat om zeer lage concentraties, waarvoor andere sensoren nodig zijn dan de infraroodsensoren die we gebruiken voor de andere metingen.” De huidige sensoren kunnen wel zaken meten als vet-, eiwit-, en vochtgehalte. Maar alleen als die in flinke hoeveelheden aanwezig zijn. Suikers meten is al lastig met de huidige technieken. Calorieën kunnen de scanners nu alleen nog ‘raden’ door etenswaren te vergelijken met databanken. Er is nog wel wat werk aan de winkel voor de onderzoekers.

Wie zit er überhaupt op dit soort voedselscanners te wachten? De start-ups die de technologieën al verkopen, richten zich vooral op fanatieke sporters en andere mensen die vanwege hun gezondheid of beroep heel nauwkeurig in de gaten moeten houden wat ze eten. Bij die mensen komen voedselscanners naast hun hartslagmeters en sporthorloges te liggen. Na de quanitified self is er straks ook de quantified meal, hopen de fabrikanten.

Volgens Weesepoel hebben ook supermarkten interesse om hun klanten eten te laten scannen voordat ze het kopen. En op termijn zullen Facebook, Apple en Google misschien ook wel manieren bedenken om geld te verdienen aan het slim uitbaten van de data die uit al die gescande etenswaren komen. Zelfs ons eten staat op het punt om gedigitaliseerd te worden.