Op internet je privéleven laten zien, mag dat?

Profielfoto’s

Op LinkedIn word je geacht er representatief en professioneel uit te zien. Maar hoe zit dat met Facebook en WhatsApp? Want ook dáár spreek je collega’s inmiddels dagelijks.

Foto NRC

Op mijn profielfoto op WhatsApp sta ik verkleed en geschminkt als giraffe, en trek ik een gekke bek. Dat was leuk voor een weekje, daarna vergeten de foto te wisselen en nu whatsappen mijn zakelijke contacten al maanden met een schele giraffe.

Is dat een probleem?

Volgens een vriendin wel. Zij vindt de foto héél onprofessioneel en „zou dat zelf nóóit zo doen”. Ze zou überhaupt niet whatsappen met zakelijke contacten, want daar bestaat e-mail voor. Collega’s heeft ze zolang mogelijk geweerd van haar Facebook, en toen ze uiteindelijk toch overstag ging („Anders was ik het kreng van de afdeling”), verwijderde ze eerst bijna al haar foto’s en updates. „Ik moet wel representatief overkomen.”

Professioneel. Representatief. Personal branding – het zijn allemaal termen waarmee zakelijke etiquette-experts al jaren strooien. En ja, we weten het inmiddels: omwille van je carrière is het slim om ook online een zakelijk imago neer te zetten. Dus zijn er tal van ‘personal branding-cursussen’, die je adviseren je sociale mediaprofielen af te schermen en rare foto’s te verwijderen. Dus géén partyfoto’s. Geen zwoele selfies. En waarschijnlijk ook geen giraffes.

Maar is dat advies niet achterhaald, in een tijd dat sociale en zakelijke netwerken bijna naadloos in elkaar overlopen? Het is een enorm gedoe vrienden en werk online volledig van elkaar te scheiden, zeker wanneer je veertig vriendschapsverzoeken van collega’s op Facebook open hebt staan, en je baas je Instagramfoto’s ongevraagd een hartje geeft.

Op internet laten zien dat je een privéleven hebt, is dat eigenlijk wel zo onprofessioneel?

Vrouw met bril, man met baard

Eerst even naar de wetenschap. Is het effect van ‘foute’ foto’s op sociale media ooit onderzocht? „Nog heel weinig”, zegt Sarah van der Land, assistent-hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg. Van der Land specialiseert zich in zakelijke communicatie en digitale media, en deed onder andere onderzoek naar profielfoto’s op LinkedIn. „In een van die onderzoeken lieten wij elf recruiters foto’s beoordelen van potentiële werknemers. Unaniem bleek dat een oprechte glimlach het beste werkt. En uit een ander onderzoek bleek dat vrouwen mét bril of mannen met baard eerder kans maakten om uitgenodigd te worden voor een gesprek”, vertelt ze. Maar of een vrolijke, onprofessionele foto minder goed werkt dan een zakelijk portret? „Het is vooral belangrijk dat de foto aansluit bij de cultuur van het bedrijf en het type baan waarop je solliciteert.”

Goed, geen gekke foto voor op LinkedIn dus. Maar casual foto’s op Facebook of WhatsApp? „Dat heeft toch iedereen,” zegt Celine van Baaren, als recruiter werkzaam bij uitzendbureau Randstad. „Een foto moet wel écht heel onrepresentatief zijn, wil hij niet door de beugel kunnen. Je moet natuurlijk niet coke snuivend online terug te vinden zijn.” Ook zij heeft een lichte voorkeur voor een zakelijk portret op LinkedIn: „Gewoon een representatieve foto, waaruit blijkt dat je je carrière serieus neemt. Al was het alleen al omdat je daarmee laat zien dat je snapt waarvoor LinkedIn bedoeld is.” Representatief betekent in dit geval: duidelijk zichtbaar, nette kleding, een sympathieke oogopslag.

‘Mensen zijn net schapen’

Als ik door mijn eigen LinkedIn-contacten blader, lijkt de meerderheid dat recept goed door te hebben. Sterker nog: de meeste foto’s lijken op elkaar, alsof ze allemaal door dezelfde fotograaf genomen zijn. Kleurenfoto’s met een neutrale, vaak witte, achtergrond, mensen met een zelfverzekerde grijns en een net pak, die recht in de camera kijken.

„Dat is waar iedereen naar vraagt”, beaamt portretfotograaf Jos Kottmann van profielfotograaf.nl. „Het veilige plaatje.” Hij specialiseert zich al meer dan zes jaar in zakelijke portretfoto’s en zet bijvoorbeeld de medewerkers van bedrijven als PostNL, T-Mobile en Shell op de foto. „Voor grote bedrijven is die uniformiteit nodig; je wil dat alle foto’s op elkaar lijken. Maar ook zzp’ers willen zo’n foto. Mensen zijn wat dat betreft net schapen.”

Blijkbaar hebben we ooit met z’n allen besloten dat zo’n standaardfoto het toppunt van professionaliteit is. Maar waarom eigenlijk? Je wéét natuurlijk dat de persoon op de foto helemaal naar een studio is gereden, daar zijn beste pak heeft aangetrokken, ongemakkelijk voor de camera honderd foto’s heeft laten maken, en toen nog een kwartier heeft uit staan zoeken waar hij het voordeligst op stond. Met een warme doch zakelijke glimlach. Charmant, maar ook een doorpakker. Schreeuwt zo’n profielfoto niet: uniform, standaard, afgezaagd?

„Tja”, zegt Kottmann. Wat hem betreft mogen het kunstzinnigere, kwetsbare, rauwere portretten zijn. „Maar het gekke is dat we dat alleen mooi vinden bij beroemde mensen. Gaan normale mensen zo op de foto, dan horen ze al snel: ‘Wat kijk je chagrijnig.’ Of: ‘Lachend ben je toch leuker!’ We straffen dat onderling af.”

Ongemakkelijk

Op de foto gaan vinden de meeste mensen überhaupt verschrikkelijk. Kottmann: „Nog voordat ze gaan zitten roepen de meesten al dat de foto lelijk gaat worden.” Dat ervaart ook fotograaf Sander Nieuwenhuys van Pop Up Portraits. Net als Kottmann fotografeert hij al jaren zakelijke profielfoto’s. Nieuwenhuys: „Ik maak het liefst foto’s tijdens een bedrijfsfeest. Iedereen is er uitgelaten en vrolijk, de alcohol helpt daarbij. Dan laat ik ze in groepjes tijdens zo’n feest naar de fotostudio komen, zodat ze onderling grappen kunnen maken en het minder ongemakkelijk voor ze is.” Het resultaat is dat ze tien keer leuker op de foto staan dan op maandag om negen uur ’s ochtends, zegt Nieuwenhuys.

Misschien is die angst voor foto’s wel de verklaring voor de populariteit van uniforme foto’s op LinkedIn: je hoeft in ieder geval niet meer zelf aan te rommelen met ongemakkelijke selfies. Nee, in plaats daarvan ga je de studio in en doe je precies wat iedereen doet. Lekker veilig.

Maar wil je toch een béétje origineel zijn? Dan kun je overwegen mee te doen met een andere trend in portretland: die van de ‘belangrijke mens’. Gewoon even zorgen dat je op televisie komt, daarna de uitzending terugkijken, precies op het goede moment op ‘pauze’ drukken, een screenshot maken, en voilà: je hebt een nieuwe profielfoto. Liefst met een stukje Matthijs van Nieuwkerk of decor van TED-talk erop. Kun je zo weer een paar jaar mee vooruit.

Doe deze drie dingen niet op LinkedIn

1. Die ene foto waarop je nog níét kaal bent.

Je foto mag zo’n beetje drie jaar oud zijn, daarna is het gewoon tijd voor een nieuwe. En vervang hem ook als je een drastisch nieuw kapsel hebt. Het doel van een foto is immers vertrouwen wekken: mensen laten weten met wie ze van doen hebben. Als je er bij een ontmoeting in real life dan ineens heel anders uitziet, sta je meteen met 1-0 achter.

2. Een foto van je kind.

Natuurlijk is jouw Fleur of Job fantastisch en boven alles aandoenlijk. Maar bedenk dat de andere 99 procent van de wereld gewoon een wildvreemd kind met een snottebel en een trui vol vlekken ziet. En dat iedere keer dat ze met jou communiceren, die foto op hun scherm verschijnt. Juist, dat is raar. En al net zo vreemd: een foto van jezelf uit je kinderjaren. Leuk voor je ouders, maar verder heeft niemand er warme gevoelens bij.

3. Een foto met een filter.

De eerste drie jaar dat Instagram bestond kon je er nog wel mee wegkomen, maar inmiddels herkent iedereen een foto met filter. Tijd ermee te stoppen. Dat wil niet zeggen dat je helemaal naturel op de foto moet: de meeste portretfoto’s zijn ook gewoon bewerkt. Maar dat gaat dan vooral om het wegpoetsen van een pukkel of ingegroeide haar.