Deze tourbussen tonen de opgewekte Belgische lelijkheid

Tourbussen

Fotograaf Nick Claeskens legde een verdwijnend fenomeen vast. Vrolijke busbedrijfjes worden opgeslokt door holdings.

Foto Nick Claeskens

Meer dan dertig busreizen maakte de fotograaf Nick Claeskens (26) de afgelopen twee jaar voor zijn fotoboek Bus Stop. Vlaamse dagtripjes naar een toeristische attractie, een voetbalwedstrijd of een discotheek voor ouderen.

Vooral in het weekend, want op werkdagen adviseert hij klanten over nieuwe camera’s in fotozaak Grobet op de Eiermarkt in Antwerpen. Hij werkt daar al vijf jaar, om „zekerheid op te bouwen”, vertelt Claeskens aan de telefoon tijdens een werkpauze.

Al fietsend naar zijn werk raakte Claeskens geïntrigeerd door de tourbussen op de weg. Hij zag vrolijke kleuren en heldere bedrijfsnamen als De Magneet, Begonia Reizen of De Korenbloem plaatsmaken voor saaiere bussen.

Hij ging op onderzoek en ontdekte dat veel kleine familiebedrijfjes worden opgeslokt door eveneens Belgische holdings. De touringcarbedrijfjes worden onderaannemer binnen de nieuwe groep, hun naam komt klein onder een grote andere naam.

Jammer, vindt Claeskens, omdat met het uiterlijk ook de sfeer verandert. „Mijn project is niet bedoeld als aanklacht tegen die holdings, maar om iets wat aan het verdwijnen is vast te leggen. Ik wil het authentieke van die busbedrijfjes laten zien, de betrokkenheid bij de passagiers. Het gaat om een warm gevoel dat ik in mijn jeugd heb meegekregen. Je ziet dat de wereld een beetje vervlakt, mensen hebben minder nood om elkaar te zien. Ik mis dat. Ja, ik ben jong, maar er zit nostalgie in mij.”

Foto Nick Claeskens
Foto’s Nick Claeskens

Om werkelijk contact te maken met de uitbaters, chauffeurs en passagiers nam de fotograaf de tijd. „Ik werkte met een klein toestel, om mensen niet af te schrikken. Ik legde goed wat uit mijn bedoeling was, ik wilde vertrouwen winnen. Dat ontstond door mee te reizen.”

In Bus Stop staan drie trips (Eeklo-Brussel-Eeklo, Rotselaar-Banneux-Rotselaar en Berchem-Seraing-Berchem) vermeld, maar de foto’s zijn op veel meer plaatsen gemaakt. Behalve op de trips niet in Wallonië, dat was te ver weg van de fotozaak.

De foto’s tonen de opgewekte lelijkheid die Nederlanders beschouwen als typisch Belgisch. Straten zonder voortuinen, kantoortjes uit een tv-serie, vergeten parkeerplaatsen. De openbare ruimte is in België minder versierd dan in Nederland. Dat laatste geldt dan weer niet voor de stoelen in de bussen. Typisch Belgisch is voor Claeskens dat de bus eruitziet als thuis. „Voor de chauffeurs is die bus hun leven. Aangekleed alsof hij van hem is.”

Het opvallendst is de volkomen alledaagsheid van de beelden. Claeskens voelt zich daar thuis bij. „Ik wil in mijn werk laten zien wat er is. Misschien ook wel om een verkeerde perceptie bij te stellen. Er bestaan vooroordelen over dit soort reizen: wie gaat er nou toeren met een bus? Nou, veel mensen doen dat.”

Uit de portretten spreekt compassie. Anders dan bij de foto’s van Martin Parr, bekend om zijn reportages van vakantiegangers en dagjesmensen, ontbreekt elk dedain.

Claeskens: „Ik vind het werk van Parr heel mooi, maar het is vaak een beetje absurd, er wordt een beetje gelachen met die mensen. Ik wil niemand te kijk zetten. Er mag best een grappige noot in mijn foto’s zitten, natuurlijk, maar ik ben humanistisch ingesteld. Ik identificeer me met die passagiers.”

Bus Stop van Nick Claeskens is vanaf volgende week te koop in Vlaanderen en bij gespecialiseerde boekhandels in Nederland. Uitgeverij Stockmans, 81 pagina’s.