Recensie

Depardieu vol goede bedoelingen

Gérard Depardieu kan je gerust op roadmovie sturen. Onlangs deed hij met Isabelle Huppert Zuidwest-Amerika in Valley of Love en met Benoît Poelvoorde een wijntocht door Frankrijk in Saint Amour. Zijn minst interessante uitstapje blijkt helaas deze Tour de France, een rondreis langs de Franse havens. Depardieu vertolkt Serge, ooit rode arbeider, nu racistische pensionado. Zijn grote plan is de havengezichten van de 18de-eeuwse schilder Claude Joseph Vernet na te schilderen in het kader van het Franse erfgoed.

De trailer van Tour de France.

Zoon Bilal, een tot de islam bekeerde rapproducer, levert hem als chauffeur Far’hook, een rapper die op de vlucht is voor een gangster. U begrijpt het wel: al grauwend groeit wederzijds respect en een vader-zoonband, terwijl Serge ontdekt dat Frankrijk best racistisch is. Far’hook blijkt slim, goedgebekt en zomaar in staat Baudelaire te declameren: een ruw poëtische ziel bij wie het Franse erfgoed in goede handen in. Zeker als een ‘manic pixie girl’ onderweg geheel belangeloos haar lichaam beschikbaar stelt om Far’hook ook seksueel te verlichten.

Zo verzoent regisseur Rachid Djaidani het Franse platteland met de banlieue en grijpt Depardieu zijn kans om wat afstand te nemen van het zelfgeschapen karikatuur van reactionaire Poetinfan. Jammer dat zulks niet in een betere film kan, want het door een grauwsluier gefilmde Tour de France mist frisse ideeën, pakkende scènes, prikkelende dialogen en acteurs die in Depardieus toch kolossale schaduw kunnen staan. Alles wordt bovendien driemaal uitgelegd en dan nog eens samengevat in een rapsong. Niets mis met goede bedoelingen, maar filmisch talent had Tour de France best geholpen.