De albums van deze week: platen met humor en tedere luitmuziek

Recensieoverzicht Alleen maar goede platen deze week. Met de country en americana van Aaron Lee Tasjan en onopgesmukte, dichtbij opgenomen jazz van het Maarten Hogenhuis Trio.

  • ●●●●

    Maarten Hogenhuis Trio: Mimicry

    Mimicry
    Jazz: Met zijn vinnig souljazz spelende bandje BRUUT! toerde hij afgelopen najaar met Wilfried de Jong door de Nederlandse theaters. Daarnaast speelt hij met gitarist Reinier Baas en in Krupa & The Genes. Saxofonist Maarten Hogenhuis – gevoelvolle toon, subtiel spel, helder solowerk – bezit de glans van talent dat zich schrap zet om de volgende sprong te kunnen maken: bekendheid als bandleider en componist. Het Maarten Hogenhuis Trio, met bassist Thomas Rolff en drummer Mark Schilders, brengt op Mimicry zeven eigen composities, twee deeltjes uit Duke Ellingtons ‘The Queen’s Suite’ en de jazzstandard ‘Tea for Two’. Vergeleken bij het debuut van Hogenhuis, 4/3 uit 2014, heeft hij ontegenzeggelijk gewonnen aan klank en kracht. Even staat de tijd stil. Het is onopgesmukte, dichtbij opgenomen jazz van een trio dat zachtjes dwingt en overtuigt. Amanda Kuyper

  • ●●●●

    Dorine Wiersma: De Nationale Gestoorde Katten CD

    De Nationale Gestoorde Katten CD
    Cabaret: De dommepoes, de slimmepoes, de klerekat, de krolsesnol, de ADHD-kat – aldus een paar van de poezentypen die door Dorine Wiersma worden bezongen in een bijzonder project: een cd met een jaarkalender waarop cartooneske kattenportretten van schilder Jasper Oostland prijken. T.S. Eliot, wiens kattengedichten wereldberoemd werden door de musical Cats, gaf zijn katten vooral menselijke eigenschappen. Wiersma schreef daarentegen tien van de twaalf liedjes vanuit de gevoelswereld van de kat. Wiersma begeleidt de nummers welluidend op klassieke gitaar, en bij elk lied zet ze een bijpassende zangstem op. Dat maakt de nummers des te geestiger. Zoals de slimmepoes, die bij voorkeur op de NRC soest: „De Story dat is meer voor simpele poezen / u begrijpt dat ik De Telegraaf ook vermijdt”. Henk van Gelder

  • ●●●●

    Aaron Lee Tasjan: Silver Tears

    Silver Tears
    Pop: Hij oogt als de klassieke ‘Rhinestone Cowboy’ in een pak vol glimmende polkadots. Met een Gram Parsons-achtige outsidersblik beweegt Aaron Lee Tasjan zich in de tradities van country en americana, nadat hij bij Drivin’N’Cryin’ en de (latere) New York Dolls zijn papieren als gitarist verdiende. Op Silver Tears brengt hij het luchtige popliedje ‘Till the Town Goes Dark’ tussen de zwaardere thematiek van ‘Ready to Die’ en ‘Refugee Blues’. Tasjan kan bloedserieus klinken in de aan Roy Orbison schatplichtige ballade ‘Memphis Rain’, om in ‘12 Bar Blues’ humoristisch uit de hoek te komen met een aan Dylan en Hootie & the Blowfish refererend parlando over alle bars waar hij wel en niet meer welkom is. Als intelligent en humaan zanger wijst Tasjan de weg naar een beter Amerika. Jan Vollaard

  • ●●●●●

    Hubert Hoffmann: From Heaven on Earth

    From Heaven on Earth
    Klassiek: Luitist Hubert Hoffmann bezocht enkele jaren terug de Benedictijner Abdij van het Oostenrijkse Kremmünster, waar – zo hoorde hij – nog enkele oude instrumenten lagen. Zoals vaak ontdekte hij iets anders: partituren van 17de-eeuwse luitmuziek, geschreven door de monnik Ferdinand Fischer. Met diens meesterlijke spel, stond in de kronieken, verzachtte hij de eenzaamheid in zijn kloostercel. Hoffmann stuitte op een prachtige reeks variaties, afwisselend speels en meditatief. Wie de opname ervan door Hoffmann hoort en de ogen sluit, hoeft geen moeite te doen om zich in die kluizenaarsruimte te wanen. Het is alsof je bij de geboorte van deze muziek aanwezig bent. Diep en helder werpen de noten de luisteraar terug in een wereld die zowel verleden als heden weerspiegelt: oude tradities en eigen gedachten. Hoffmann raakt een tedere snaar. Een ontdekking. Joost Galema

  • ●●●●

    Dudok Kwartet: Labyrinth: Mozart, Ligeti & Bach

    Labyrinth: Mozart, Ligeti & Bach
    Klassiek: Op zijn geslaagde debuut uit 2015 verbond het Dudok Kwartet Haydn en Brahms met Ligeti. Labyrinth heeft dezelfde sandwichformule, met opnieuw de grillige Hongaarse modernist in het midden. Ligeti’s Tweede strijkkwartet (1968) bestaat uit vijf totaal verschillende delen. Ligeti beschouwde het als zijn beste werk, en het is meermaals vastgelegd. Wat voegt Dudok toe? Hoewel de thematische rode draad van ‘muzikale labyrinten’ misschien een tikkeltje obligaat is, werkt vooral de combinatie van Ligeti met Mozarts frisse Strijkkwartet nr. 14 verrassend. Onwillekeurig gaat je aandacht bij Ligeti uit naar de melodische schijnbewegingen, en hoor je Mozart ineens als chromaticus en vormdwinger. Dudok benadert beide componisten met dezelfde overgave en rijkdom van klank, zonder stijleigen details af te zwakken. Het album eindigt met nog een verrassing: vier korte muziekpuzzels van Bach, vier- tot achtstemmige canons, die de missing link suggereren. Joep Stapel