Recensie

‘Wie is de Mol?’ is beter dan ooit

Het nieuwe seizoen van Wie is de Mol? breekt records. Alles klopt in de eerste afleveringen van het spelprogramma.

Stel je voor: je bent met acht collega’s die je nog niet zo goed kent op een meerdaags bedrijfsuitje in een ver land: lasergames, speurtochten, helikoptervlucht, er is nergens op bezuinigd.

In het midden van een groepsopdracht in een verlaten papierfabriek, beantwoorden drie deelnemers plotseling de portofoon niet meer. Ze lijken van de aardbodem verdwenen, er was nog net een glimp zichtbaar van de witte personenbusjes waarin ze werden afgevoerd. Ook de hele avond en nacht blijven ze spoorloos.

Pas de volgende middag, in een gerechtsgebouw, verschijnen ze een voor een en geven elk een andere, hoogst onwaarschijnlijke verklaring voor hun afwezigheid. Een was een nachtje naar Las Vegas, de ander werd gedwongen op te treden als Elvis. Het blijkt deel van het spel te zijn: een van de drie liegt, en moet ontmaskerd worden door de jury van de andere zes.

Het spel heet Wie is de Mol? (AVRO-TROS) en is al vele jaren een publiekstrekker. Maar de eerste twee afleveringen van seizoen 17 (het dertiende met BN’ers als deelnemers) breken nieuwe records, met aantallen die je hooguit voor de finale verwachten zou: 3,6 miljoen (inclusief uitgesteld kijken) voor de opening en 2,5 miljoen (alleen al live) voor de tweede aflevering.

Tekst gaat verder onder de video

Voor dat succes zijn een paar verklaringen te verzinnen. De verhaallijnen worden steeds geraffineerder, met consequenties van het ene spelonderdeel voor het andere. De deelnemers zijn dit jaar bijzonder goed gecast en spelen keihard, er wordt niks cadeau gedaan.

Maar ook de keuze van de locaties en de vormgeving van de uitzending bereiken nieuwe toppen van perfectie. Alle afleveringen zijn dit jaar opgenomen in de Amerikaanse staat Oregon, die zowel spectaculaire landschappen als een ideale stad om een beetje in te spelen bevat: Portland. Er is geen taalbarrière met de autochtonen en allerlei elementen uit de ons zo bekende Amerikaanse beeldcultuur komen tot leven. Het toeristenbureau van de staat kan tevreden zijn over het resultaat van zijn medewerking: wie wil daar nu niet met vakantie heen, als de dollar nog een beetje inzakt.

Ook de techniek doet mee aan het feestelijke zaterdagavondgevoel. Met camera-drones worden auto’s gevolgd over bochtige wegen, de majestueuze Columbiarivier en zijtakken zijn vaak zichtbaar en de bergen met sneeuwtoppen lijken wel geleend van een tekenfilm.

Honderdduizenden kijkers houden zich intensief bezig met onder elkaar speculeren, vooral op de sociale media, over de vraag wie als mol de spelletjes saboteert, met als doel de pot zo laag mogelijk te houden. Het paranoïde zoeken naar verborgen aanwijzingen, zoals een mollenbrilletje of een verdachte tekst op een T-shirt, kent geen grenzen.

Ik had er wel eens moeite mee dat in Wie is de Mol? de meepuzzelende kijker volledig afhankelijk is van de accenten dan wel dwaalsporen die in de montage worden uitgezet. Maar dit seizoen wordt dit wantrouwen overspoeld door bewondering voor de effecten die met camera en montage tot stand worden gebracht. Een hefbrug die naar een enveloppe leidt! Een in de nacht opdoemend, fel verlicht lunapark, zonder mensen! De mise-en-scène van een rechtbankfilm! Dit is publieke toptelevisie: het mag wat kosten, maar dan bereik je ook een zeer breed publiek, met kwaliteit.

    • Hans Beerekamp