Recensie

Wereldproblemen in slapstick en – te korte – sterke scènes

Er wordt tijdens De Vlucht van de granaatappel een theaterfestivalgevoel opgeroepen, met publiek op het podium dat af en toe het woord krijgt.

Foto

Handenvol granaatappels, kriskras verspreid over het podium, verbeelden de plaatsen waaruit de familie van de Koerdische Celil Toksöz, de joodse Eran Ben-Michaël en de uit Syrië afkomstige George Tobal moesten vluchten. Twee granaatappels in een uithoek staan voor de plekken waar de ouders van actrice Imke Smit hebben gewoond.

Ben-Michaël en Tobal probeerden eerder in voorstellingen onder meer ‘het Midden-Oostenconflict op te lossen’ door het vertellen van persoonlijke anekdotes. De vlucht van een granaatappel bevat niet alleen hun levensgeschiedenissen, maar ook die van Smit en regisseur Toksöz (tijdens de première gespeeld door Vefa Ocal). Er wordt een theaterfestivalgevoel opgeroepen, met publiek op het podium dat af en toe het woord krijgt. Altijd dapper, want hoe reageer je als iemand ‘nee’ antwoordt op de vraag ‘Heb jij ouders?’, zoals afgelopen vrijdag. Maar de makers weten vakkundig de sfeer te bewaken. Hun poging om binnen de vrolijkheid grotere kwesties te behandelen, lukt minder. Tussen alle slapstick - zoals een jammerende geliefde met tafellaken op het hoofd – worden interessante vragen gesteld als ‘Hoe ga je om met de trauma’s van een ouder ’ of ‘Hoe verhoud je je als Europeaan tot de onfortuinlijke geschiedenis van anderen’. Sterke scènes worden echter te snel afgekapt en de betekenis te expliciet uitgelegd. Hierdoor voelen veel heftige herinneringen gekunsteld.