Recensie

Punk in Parijs was ook een beetje provo

Europese punk was meer dan de Sex Pistols. Maar toen die in Parijs hadden gespeeld, wilde iedereen er een band.

Een show van de Sex Pistols in 1976 in Parijs veroorzaakte een Franse punkgolf Foto Chris Morphet/Redferns

Het was dada, het was surrealisme, het was provo. Punk in Europa was helemaal niet zo plat als het Engelse of het Amerikaanse model, zegt platenbaas Marc Zermati in de hoestekst van Les Punks, een dubbelalbum met een bloemlezing van de beste punksongs uit Frankrijk in de jaren 1977-’80. De meest extreme en tegelijk de meest succesvolle band werd Métal Urbain. Hun ‘Paris Maquis’ was de allereerste single op het Engelse label Rough Trade en geldt als het onomstotelijke bewijs dat muziek van ‘het continent’ niet per definitie minderwaardig was aan het Britse voorbeeld.

Métal Urbain pionierde met primitieve synthesizertechnologie en identificeerde zich met het Franse verzet uit de Tweede Wereldoorlog. Alle fascisten moesten weg, was de hard geschreeuwde boodschap in ‘Paris Maquis’. Het nummer springt er uit op de aan Frankrijk gewijde editie in de serie Punk 45 van het Engelse label SoulJazz, met bands als Salted City en Dogs, die een wat gewonere versie van punkrock brengen. Ruig en hard, maar volgens het boekje. Iggy Pop was een groot voorbeeld voor de Parijse punkers die het liefst als ‘punk dandies’ werden beschouwd. De groep Angel Face dompelde hun Stooges-achtige ‘Wolf City Blues’ in overdadige feedback. Warm Gun zong een lekker punkpopliedje over ‘smashing windows.’

Scheermessen

In september 1976 gaven de Sex Pistols een concert in Parijs waarna praktisch alle aanwezigen een band waren begonnen. Guilty Razors kwam met snerende zang en gitaren als scheermessen het dichtst bij het punkmelodrama van Johnny Rotten. Het duo KaS Product en de bands Charles de Goal en A3 Dans Les WC vulden het op een oorspronkelijke manier in. Gitaren en drums werden ingewisseld voor (soms zelfgebouwde) synthesizers en drumcomputers. „Het drumstel is passé in de popmuziek,” zei drummer (!) Zip Zinc van Métal Urbain in 1977. Armin van Buuren en Martin Garrix plukken nog steeds de vruchten van Zincs revolutionaire inzicht.

Ondertussen speelde zich in het Zwitserse Zürich een heel andere revolutie af. Vier meiden begonnen in 1978 de band Kleenex, nadat de ambitieuze jongens met wie ze hun primitieve liedjes wilden spelen een voor een waren afgehaakt. John Peel legde de hand op hun knullig opgenomen maar heerlijk onbevangen klinkende singles en draaide de nummers ‘Beri-Beri’ en ‘Nice’ (over een hondje dat er leuk uit zag) elke week. De juridische afdeling van een zakdoekjesfabrikant dwong Kleenex ertoe de naam te wijzigen. Met nieuwe feministische daadkracht noemden ze zich Liliput en werden ze de meest internationaal gevierde new waveband van Zwitserland.

Liliput excelleerde in vrijgevochten teksten als „hotch potch hara kiri bow wow” (uit het nummer ‘Split’) en zong achtergrondkoortjes waarin „Iéééé!” een favoriete kreet was. Het punkgevoel kwam tot volle bloei in het nummer ‘Eisiger Wind’ waarin ze protesteerden tegen de miljoenen die de Zwitserse overheid spendeerde aan een nieuw operagebouw, terwijl punkmuzikanten verhongerden. Het retrospectief First Songs op het Amerikaanse label Kill Rock Stars is een monument voor de vorig jaar overleden gitariste en zangeres Marlene Marder, die punk maakte voordat het zo genoemd werd. Van de mannen met ambitie uit de eerste bezetting heeft niemand ooit meer iets vernomen. De vrouwen werden legendarisch.

    • Jan Vollaard