Ook tieners hebben last van stress en drukte

Druk Tieners hebben net zo goed stress als volwassenen. Ouders kunnen daar wat aan doen. Maar dan moeten ze wel het goede voorbeeld geven.

Wouter Waasdorp (16): „Ik was thuis toen mijn hart ineens oversloeg, een nekspier schoot in de kramp. Ik ben toen naar de dokter gegaan en die zei: stress, rustig aan doen." Foto Lars van den Brink

Scholieren ervaren een te hoge werkdruk, dat was de belangrijkste conclusie van het rapport Als je het ons vraagt van Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer. Ze sprak hierover met honderden kinderen. Veel tieners vinden dat ze te hard moeten werken voor school, en te weinig tijd hebben voor ontspanning. Het onderzoek is niet representatief voor alle Nederlandse kinderen. Er deden meer meisjes mee dan jongens, en meer havo- en vwo-leerlingen dan vmbo.

Of kinderen meer huiswerk krijgen, is lastig te meten. Wel is de cijferdruk toegenomen, zegt David Asser, rector van het Amsterdamse Fons Vitae Lyceum en bestuurslid van een vereniging van schoolbesturen voor voortgezet en middelbaar onderwijs (OSVO). „Omdat we in het onderwijs tegenwoordig alles meetbaar willen maken, is het aantal toetsmomenten flink gegroeid”, zegt hij. „Leerlingen moeten door steeds meer hoepels springen: meer citotoetsen, meer proefwerken, en ze worden ook nog getest op zaken als leerachterstanden, dyslexie, dyscalculie, faalangst en hoogbegaafdheid.” De tevredenheidsonderzoeken in zijn brugklassen laten de laatste jaren een stijging van de gevoelde werkdruk zien.

Het gevoel van drukte, bleek ook uit een enquête onder duizend Nederlandse tieners door jongerenkrant 7Days en TV-programma EenVandaag in 2014. Driekwart van de tieners meldde dat ze het te druk hadden. Een derde zei dagelijks stress te hebben door school. 26 procent rapporteerde zelfs burn-out klachten. Twee journalisten van 7Days schreven naar aanleiding van hun onderzoek het boek Stop met stressen. Handleiding voor jongeren met een (bijna) burn-out. „Steeds meer tieners melden zich bij de huisarts of psycholoog met burn-outklachten als oververmoeidheid, te veel stress, slapeloosheid en paniekaanvallen”, schrijven ze. „Al op de middelbare school voelen veel jongeren de druk om te presteren en hun cv op te bouwen. Een actief leven naast school en de constante aanwezigheid van sociale media maken het er niet bepaald relaxter op.”

Dat deze generatie tieners nu al zoveel stress ervaart, voorspelt weinig goeds. Uit een recent onderzoek van ArboUnie (bedrijfsartsen) bleek dat de jongste generatie werknemers het vaakst last heeft van spanning. 17 procent van de werknemers tussen 25 en 35 rapporteerde burn-out klachten. ArboUnie concludeerde dat het tijd is voor „trainingen mentale veerkracht” onder jongeren.

Wat kunnen tieners doen die het te druk hebben? En wat kunnen ze nu leren om straks beter met stress om te gaan? NRC vroeg het Paul Loomans, auteur van Ik heb de tijd. Hij leert werknemers in ondermeer zorg- en onderwijsinstellingen om rustiger te werken. En aan de Britse arbeids- en organisatiepsycholoog Tony Crabbe, auteur van de bestseller Nooit meer te druk. Hun advies: met een paar efficiencytips, en het opvijzelen van louter studievaardigheden komen de tieners er niet. Het gaat om hun houding tegenover een overvloed aan mogelijkheden in een prestatiegerichte samenleving waarin het lastig is geworden tot rust te komen. En omdat de tieners volgens de deskundigen volwassenen nodig hebben om hen die vaardigheden te leren, zijn het eigenlijk tips voor de ouders.

Alles zo goed willen doen is wel vermoeiend

Friso Sennema (15) uit Haren, vierde klas Gymnasium.

„Ik wil alles zo goed mogelijk doen. Met sport en spelletjes wil ik winnen en op school wil ik achten en negens halen, soms een zeven. Dat is belangrijk voor later. Stel dat ik een studie geneeskunde wil volgen, dan kom je daar met hoge cijfers eerder voor in aanmerking.

Friso Sennema (15) uit Haren. Fotografie Lars van den Brink

„Elke dag zit ik tot half vier op school. Als ik thuis kom ga ik gelijk huiswerk maken. Twee keer per week heb ik voetbaltraining. Anderhalf uur trainen. Soms ga ik daarna nog door met huiswerk. Dat moet gewoon. Ik ga door tot ik denk dat het goed is. Heel soms ben ik om half één nóg bezig. Mijn vader kwam een keer naar boven en pakte m’n boek af. ’s Ochtends om zes uur ben ik toen doorgegaan.

„De meeste van mijn vrienden doen wel hun best op school. Ik ken bijna niemand die er met de pet naar gooit. Ja, een paar jongens uit hogere klassen, die spijbelen wel eens. Maar dan moet je nakomen, tenzij je een goeie band met de conciërge hebt, dan kun je je er misschien nog uitlullen.

„Ik ken niemand die het echt rustig heeft, gewoon chill. Sommigen werken door tot half drie ’s nachts. Dan sturen ze een foto van zichzelf via Snapchat. Zeker vijftig foto’s per dag krijg ik van mijn vrienden via Snapchat. Vaak reageer ik daar op. Zelf stuur ik er zo’n dertig per dag.

„Alles zo goed willen doen is wel vermoeiend. Soms is het echt te druk, vooral tijdens toetsweken. Binnenkort hebben we skikamp met school en twee dagen later toetsweek. Dertien toetsen! Dat slaat dus nergens op. In zo’n periode doe ik alleen maar dingen die moeten. Liever zou ik met vrienden afspreken. Of op de Playstation spelen, muziek luisteren. Maar daar is dan geen tijd voor. Dan merk ik dat ik chagrijnig word. ‘Je bent iets te perfectionistisch’, zeggen mijn ouders dan. ‘Een zeven is ook goed hoor’. ‘Nee’, zeg ik dan.”

We waren écht moe, het fietsen voelde zelfs zwaarder

Floor Wittkowski (12) uit Heeze, brugklas havo/vwo.

„Samen met een vriendinnetje fiets ik elke ochtend tien kilometer naar school. Dan hebben we het over cijfers of over wat we gaan doen in het weekend. Maar de week voor de vakantie waren we allebei echt moe. Het fietsen voelde zwaarder, we zeiden niet veel meer tegen elkaar.

Floor Wittkowski (12) uit Heeze. Fotografie Lars van den Brink

„Ik zit ook op hockey en dat vind ik soms best wel zwaar. Dan heb ik op woensdag de laatste twee blokuren gym, twee keer vijftig minuten. Daarna moet ik tien kilometer fietsen naar huis en dán nog een uur hockey. Dan ben ik echt helemaal kapot.”

„Op school hou ik mijn telefoon vaak in de tas. Thuis gaat ‘ie eruit en ben ik ongeveer een half uur bezig om alle berichten te lezen, meestal tussen de vijftig en honderd apps. Ik zit in de klassenapp, de huiswerkapp, een vriendinnengroepapp en een app van m’n oude klas. Vaak zijn het nutteloze gesprekken en reageer ik niet want dan moet je er weer helemaal in mee. Maar soms is het iets dat je aangaat.

„Het tempo is veel hoger dan op de basisschool, daar heb ik wel aan moeten wennen. Het is veel leren, plannen, combineren. Al die verschillende leraren en elke dag huiswerk maken. In mijn vrije tijd lees ik graag, dat lukt gelukkig nog wel. En in het weekend spreek ik af met vriendinnen. Dan gaan we bij elkaar logeren, cupcakes bakken, soms een taart, en hebben we het over school: dát was leuk of zwaar, of vermoeiend. Of ‘wát een lange les, ik ben moe van het luisteren’.”

Stress is een heel raar gevoel. Je wordt heel zenuwachtig

Wouter Waasdorp (16) uit Utrecht, vijfde klas vwo.

„Ik was thuis toen mijn hart ineens oversloeg, een nekspier schoot in de kramp. Ik was alleen met mijn broer en we wisten niet wat het was. Ik ben toen naar de dokter gegaan en die zei: stress, rustig aan doen. Stress is een heel raar gevoel. Je wordt heel zenuwachtig, kan niet echt relaxen.

Wouter Waasdorp (16). Fotograaf Lars van den Brink

„Ik heb een continurooster: elke dag les van half negen tot drie uur. Thuis ga ik gelijk huiswerk maken want na het eten kan ik me moeilijk concentreren. Als ik ’s avonds vrij heb, kijk ik films of ga ik lezen. Engelse of Nederlandse literatuur, voor mijn leeslijst. Een soort van interessant.

„Ik heb altijd wel wat te doen. Op vrijdag- en zaterdagavond spreek ik met vrienden af. Chillen, feestjes. Op dinsdag en donderdag heb ik rugbytraining, de hoogste klasse. Daar ben ik van zes tot tien uur ’s avonds mee bezig. De hele zaterdag ben ik kwijt met de wedstrijd. En soms heb ik tussendoor een debatwedstrijd, dan ben ik een paar dagen weg en moet ik daarna huiswerk inhalen.

„Vóór die stressaanval was ik net twee weken eerder begonnen met een bijbaan. Ik heb ongeveer 75 euro in de maand nodig om alles te kunnen doen wat mijn vrienden doen. Ik ging vakkenvullen bij Albert Heijn op maandag- en woensdagavond, de enige avonden dat ik nog niets had. Ik had ook nog een debatwedstrijd en meteen daarna testweek en toen ging het mis. Ik heb meteen ontslag genomen. Het liefste zou ik álles doen. Maar dat kan niet, merk ik nu. Je moet keuzes maken.”