Column

Ik wil helemaal niet positief koffie drinken

De wonderlijkste kerel die ik ooit zag debatteren had zelf zijn haar geknipt, zijn blouse zat tot de kin dichtgeknoopt en hij droeg witte sokken. Hij keek trouwhartig de zaal in. „Als een van de weinigen in Nederland kan ik ongestraft mopperen op het moderne leven”, zei hij. „Want ik ben cool. Ik draag hippe kleren. Daarom accepteren mensen cultuurkritiek gemakkelijk van mij. Als ik klaag over de actualiteit klinkt dat nooit oubollig.” Vanuit de zaal bekeek ik de spreker met bewondering. Zijn zelfbedrog was geniaal. „Onthoud dit”, zei ik tegen mezelf. „Deze aanpak moet je ook eens proberen.”

Vandaag voer ik dat plan uit. Ik ga zeuren. Vreselijk zeuren. Maar dat kan ik, en dat mag ik, want ik ben cool. Dat wil zeggen, ik ben chagrijnig, maar het is een authentiek chagrijn. Iedereen kan tegenwoordig wel chagrijnig zijn, maar ik was al chagrijnig toen dat nog niet in de mode was. Als ik het nieuws hoor, wind ik me iedere keer weer mateloos op, maar het is niet de trendy opwinding van het kuddedier. Het is echt. Ik ben echt. Alle negatieve energie die door mijn lichaam raast zal ik laten uitmonden in een orgie van cultuurkritiek, en u zult me erom bewonderen.

Het is niet weinig waaraan ik dagelijks aanstoot neem. Lees ik de kranten, dan ontsteek ik alleen al in woede over de taalverloedering. Ik word ellendig van de ‘naar hoe’-en-‘voor hoe’-constructie die oprukt in de serieuze stukken. „Hij is een symbool voor hoe over politiek wordt gesproken.” „De lezer is benieuwd naar welke overeenkomsten aan bod komen.” „We kijken naar hoe hersenen werken.” Ik zal er wel weer niets over mogen zeggen van de taalkundigen, want die uitslovers reageren altijd verbeten zodra een leek komt met een taalergernis, maar het feit blijft bestaan dat ik me opvreet over hoe mensen schrijven.

De inhoud van de nieuwsberichten is minstens zo ergerniswekkend. „Meer koffietentjes en lunchrooms, minder winkels in de stad”, hoor ik de nieuwslezer zeggen. Koffietentjes overspoelen opeens de binnensteden. Ja. Vind je het gek? Vroeger dronken mensen geen koffie met elkaar in koffietentjes. Vroeger vertrouwden mensen elkaar. Ze spraken af op een bankje in het park, in hun huis of een hooiberg. Maar nu vindt iedereen alles onveilig, en vandaar die tentjes. „Als je eens in de stad bent”, zegt iedere stedeling die ik tegen kom, „laten we dan koffie gaan drinken.”

Laten we koffie gaan drinken. „Waar woon je dan ongeveer”, vraag ik vriendelijk. „Waar werk je? Moet ik je in Zuid bellen? Moet ik je in Noord appen?” Maar denk je dat iemand daar eerlijk antwoord op geeft? Vroeger! Vroeger kende je de adressen van mensen met wie je correspondeerde. Nu heb ik 834 kennissen in Amsterdam en van drie ervan weet ik bij benadering waar ze wonen. „Laten we gaan eten als je eens in Los Angeles bent”, krijgt de Schotse presentator Billy Connolly te horen. „Dat is geen uitnodiging”, legt hij uit. Het betekent: „You're a boring piece of shit, en ik ga me niet serieus met je onderhouden.”

U denkt natuurlijk dat dit allemaal ironie van mij is. Nou, mooi niet. Ik zit me hier vreselijk druk te maken over de ongrijpbaarheid van het moderne leven. Alles zingt los, niets heeft meer een concrete functie of een vaste plek. Grote kans dat al die zogenaamde Amsterdammers niet eens meer in Amsterdam wonen. Ze hebben hun huis voor veel geld aan buitenlanders verhuurd, een vorm van kapitalisme die hipsters vertederd ‘delen’ noemen. En maar klagen over het toenemende toerisme!

Hoe dan ook, als ik vandaag chagrijniger ben dan ooit, dan komt dat vooral door Carmen. Die is in mijn leven gekomen nu een Amerikaanse uitgever me als betaling een American Express Gift Card heeft gestuurd. Om die in Nederland te gebruiken, moet ik een aantal stappen zetten.

Stap 1. „Activeer uw American Express Gift Card door te bellen naar het nummer op de achterkant.” Stap 2. „Wacht 24 uur om de activatie te voltooien.” (…) Stap 9. „Open een account bij Galaxy en ruil de Gift Card om voor Star Credit.” (…) Stap 17. „Klik op ‘inwisselen’ onder het menu directe links.” O, wacht. Er meldt zich een chatbot op mijn scherm. Haar naam is Carmen. „Wat is uw volgende stap?” vraagt Carmen. „Geen flauw idee”, zeg ik. „Dank u voor uw feedback”, giechelt Carmen.

Ze zeggen dat ik constructief moet schrijven. Als je eens in Amsterdam bent, zeggen ze, laten we dan koffie drinken en praten over op welke manier we positief met elkaar op weg kunnen naar de toekomst. Maar ik wil niet positief koffie drinken! Ik ben gewoon vreselijk chagrijnig en ik wil lekker ouderwets zeuren. En dat kan ik. En dat mag ik. Want ik ben cool.

Maxim Februari is jurist en schrijver. Deze column is wekelijks.