Huis op de heuvel

Flessenpost

Schrijfster Pia de Jong is met haar gezin verhuisd naar Princeton, in de VS. Ze bericht wekelijks over wat haar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

Na achttien jaar eindelijk horen hoe je naam correct moet worden uitgesproken. Dat overkwam Anna Berghuis.

De eerste de beste week dat onze zoon Matthijs in zijn nieuwe studentenkamer woont, wordt er op zijn deur geklopt. Voor hem staat een blondine in een badjas, op slippers en met kletsnatte haren. Het is de huisgenote aan de overkant van de gang die zichzelf heeft buitengesloten toen ze ging douchen. Mag ze zijn telefoon even lenen om te beveiliging te bellen?

Met een blik op het naamplaatje tegenover hem zegt mijn zoon: „Aha, dan ben jij dus Anna Berghuis.”

En zo ontdekt dit in Amerika geboren meisje voor het eerst hoe ze eigenlijk heet. Terwijl ze samen wachten op de man met de sleutel, probeert ze met behulp van mijn welwillende zoon, haar eigen achternaam correct op z’n Hollands uit te spreken. De harde ‘g’ aan het eind van ‘berg’ is een struikelblok, maar helemaal onmogelijk is de verraderlijke ‘ui’. Ze vertelt dat ze er maar wat van maakt, zoals haar hele familie dat doet. Soms is het ‘berg-hwaa’, dan weer ‘berg-hwie’ of ‘ber-goes.’ De laatste tijd, sinds ze op kunstschaatsen zit, is het ‘berg-hais’ omdat dat zo mooi rijmt op ‘ice’.

Matthijs zijn eigen naam is hier trouwens even onuitspreekbaar vanwege die onmogelijke ‘ij’. Hij heeft er daarom maar ‘Matthies’ van gemaakt. Zoals de schilder. Als ik hem per ongeluk weleens zo noem, springt hij uit zijn vel. “Zo heet ik niet”, snauwt hij me dan toe. Maar met deze truc zijn de problemen nog niet opgelost. Alsof het niet erg genoeg is, heeft zijn achternaam, Dijkgraaf, diezelfde onmogelijke ‘ij’. En daarbij ook die harde ‘g’. Zoals iemand laatst ongelovig vroeg: „Spreek je echt de ‘k’ en de ‘g’ in je naam allebei uit?” Verdraaid, dat doen we inderdaad! Knap!

Als we hadden geweten dat we in Amerika zouden belanden, hadden we onze kinderen wellicht andere namen gegeven. Onze oudste heet Jurriaan, waar niemand raad mee weet. Charlotte is weliswaar een veel voorkomende naam, maar in plaats van de klemtoon op de ‘o’, leggen ze die hier op de ‘a’, wat ik niet bepaald mooi vind. En met koosnaam Lotje kunnen ze hier niets. Nou ja, „Lootsjie”.

Misschien moeten wij Nederlanders maar het voorbeeld van onze Chinese collega’s volgen, met hun even onmogelijk uit te spreken namen. Vaak capituleren die en geven hun kinderen een extra Engelse naam mee, gewoon om van het gezeur af te zijn. Zo heet mijn buurjongen Patrick Liu. Pas toen ik zijn grootouders ontmoette, hoorde ik zijn echte voornaam: Jianlin. Overigens vermoeden sommigen, wanneer ze mijn naam zien, met een Chinese van doen te hebben. Het is maar een kleine stap van Mao Zedong naar Pia Dejong.

Huisgenoot Anna vond het in ieder geval schokkend om daar in die gang in haar badjas te ontdekken dat ze haar eigen achternaam niet alleen verbasterde, maar dat ze zelfs met de vriendelijke hulp van onze zoon niet in staat was hem op de authentieke manier uit te spreken. Wel dacht ze te weten wat haar naam betekende: een huis op een heuvel. Iets wat ze altijd curieus vond, omdat ze één ding wist van het verre vaderland waar ze nooit geweest was, namelijk dat het plat is. Een erg hoge heuvel kan het dus niet geweest zijn.

Maar toch, als een verkeersdrempel op de taalkundige weg was hij hoog genoeg om haar tong te laten struikelen over die verraderlijke achternaam.

Reacties naar pdejong@ias.edu