Hoe zit het nou met dat matchfixing in het tennis?

Tennis Een jaar geleden begonnen de serieuze geruchten over matchfixing in het toptennis. Hoe is het nu? „Als ik journalisten spreek gaat het tegenwoordig bijna vaker over matchfixing dan over tennis zelf.”

De Australische tennisser Oliver Anderson wordt verdacht van het met opzet verliezen van een set. In maart verschijnt hij voor de rechter. Foto Thomas Peter/Reuters

Het was het alarm dat het tennis misschien nodig had. Om wakker geschud te worden. 17 januari 2016, twee uur voor het begin van de Australian Open in Melbourne, werd de sport in het defensief gedrukt door de onthulling van de website Buzzfeed en de Britse omroep BBC: zij hadden aanwijzingen dat matchfixing was doorgedrongen tot de top, met zestien tennissers uit de top-vijftig over wie herhaaldelijk meldingen waren gedaan, zonder dat ze vervolgd werden.

Tennis, gevoelig voor manipulatie omdat maar één van de twee spelers omgekocht hoeft te worden, raakte in een korte, existentiële crisis. De kritiek op de tennisautoriteiten en met name de Tennis Integrity Unit, de anticorruptie-eenheid, was vernietigend: zij hadden topspelers op de radar, maar er was onvoldoende gedaan om ze aan te pakken. Er was sprake van een doofpot, klonk het.

Nu, precies een jaar later, dringt de vraag zich op hoe de tennisinstanties hebben geanticipeerd. Wat is er veranderd? Het publieke discours over matchfixing verstomde snel. Op de Australian Open staan dezer dagen de sportieve verhalen centraal, de comeback van Roger Federer of de recordjacht van Serena Williams. Maar op de achtergrond is het debat nog springlevend.

Vanuit het hart van de sport is er vanaf het begin gereserveerd gereageerd op de publicatie van Buzzfeed en BBC. Sluitend bewijs werd niet geleverd, namen werden niet genoemd uit angst voor juridische claims. Het onderzoek was grotendeels gebaseerd op een data-analyse van de gokpatronen van 26.000 wedstrijden. Daarbij vormden afwijkende gokpatronen, meermaals bij dezelfde spelers, een mogelijke indicatie voor fixing.

Waar we voorheen bijvoorbeeld de NOS zonder probleem zestig passen konden geven voor de productiecrew, is nu van iedereen een pasfoto, naam en geboortedatum nodig

„Het verhaal was meer rook dan vuur”, zegt de Australiër Richard Ings, voormalig umpire en oud-topman bij de mannentennisorganisatie ATP, waar hij onder meer verantwoordelijk was voor de aanpak van corruptie. „The smoke got a lot of airtime.”

Hij benadrukt dat ongewone gokpatronen ook het gevolg kunnen zijn van andere zaken: een blessure, ziekte of desinteresse bij de favoriete speler. Als die informatie bekend is bij gokkers en zij vervolgens inzetten op de minder favoriete speler, kunnen de odds (kansverhoudingen) draaien – wat kan resulteren in een afwijkend gokpatroon. Die nuance verdween veelal in de berichtgeving, zegt Ings.

Wake-upcall

De bijtende publicaties zorgden voor een wake-upcall bij de vier leidende tennisfederaties waaronder de Tennis Integrity Unit valt – de ATP, WTA, Grand Slam Board en de ITF. Tien dagen na de onthulling werd een onafhankelijke onderzoekscommissie ingesteld, onder leiding van de Londense advocaat Adam Lewis. Dit panel beoordeelt of er gebreken zijn in het onderzoek naar matchfixing, of de Tennis Integrity Unit steken laat vallen en komt daarnaast met adviezen.

De verwachting is dat de commissie dit voorjaar haar rapport publiceert. De aanbevelingen worden ingevoerd, is toegezegd. De onderzoekscommissie sprak met meer dan honderd betrokkenen, onder wie twee keer met Ings. De vraag is hoe onafhankelijk de commissie is, aangezien zij is opgezet door de partijen waar kritiek op was. Zij opereert autonoom, zegt Ings. „Zij stelt harde, moeilijke vragen. De sessies waren extreem professioneel.”

Voor sommige jonge spelers is de afweging: of ik moet nu stoppen, of ik moet aan geld komen

Onder druk van de beschuldigingen is de Tennis Integrity Unit opener geworden. „Van een geheim genootschap is die eenheid veranderd in een organisatie die informatie vrijgeeft”, zegt Ings. Ieder kwartaal geeft de Unit het aantal meldingen door van partijen met afwijkende gokpatronen – in totaal 292 vorig seizoen, op 114.000 partijen. Ofwel: bij 0,2 procent van de partijen leek ‘iets’ aan de hand.

Het integriteitsorgaan is versterkt: het team onderzoekers is binnen een jaar verdubbeld naar tien. Het budget voor dit jaar is 3,2 miljoen dollar, tegen 2,4 miljoen vorig jaar. Negen spelers en officials werden in 2016 geschorst, onder wie vijf levenslang. Het hoogste aantal, sinds de oprichting in 2008. De kritiek blijft: er zitten geen grote namen tussen, de meeste veroordeelden zijn kruimelaars.

Bij het ABN Amro-toernooi in Rotterdam is het toezicht op de accreditaties verscherpt, zegt een woordvoerder. „Waar we voorheen bijvoorbeeld de NOS zonder probleem zestig passen konden geven voor de productiecrew, is nu van iedereen een pasfoto, naam en geboortedatum nodig.” Het idee: mensen die in het gebied opereren waar spelers zich vrij begeven, moeten bekend zijn bij de organisatie. „Dat is een maatregel die wereldwijd is ingevoerd.”

Het toernooi krijgt jaarlijks een zwarte lijst van de ATP met dertig à veertig namen die geen toegangspas mogen. Daar staan ook oud-spelers op, zegt toernooidirecteur Richard Krajicek. „Jongens tegen wie ik in de jeugd nog speelde, die toen goed waren, maar uiteindelijk stopten.” Nederlanders staan niet op de lijst, zegt hij.

Handlangers

Er wordt bij toernooien gecontroleerd op handlangers die zich rond tennisbanen begeven en scores en informatie van de training doorspelen naar goksyndicaten, beter bekend als courtsiding. In Ahoy zijn de afgelopen jaren mensen om die reden weggestuurd, zegt Krajicek. Tot vijf jaar terug waren deze handlangers makkelijker te herkennen, als ze met hun laptop op de tribune zaten, vertelt hij. Nu gaan ze met hun smartphone op in de massa.

Het risico op fixing zit, als je analyseert, niet bij toernooien van het niveau Rotterdam. Bijna alle 292 alerts kwamen vorig jaar over partijen in het lagere circuit: 70 procent van de Future-toernooien, het derde profniveau, en 27 procent van de Challengers, het tweede niveau.

Dit is een kwetsbare, zeer slechtbetaalde onderlaag. Bij verlies in de eerste ronde in een Future is het prijzengeld doorgaans honderd euro. Er klinken nu stemmen om gokken op deze toernooien in het grijze gebied tussen jeugdtennis en professioneel te stoppen om het risico op omkoping in te perken.

Krajicek is hier voor. „Voor sommige jonge spelers is de afweging: of ik moet nu stoppen, of ik moet aan geld komen. Als ze dan opeens 5.000 of 10.000 euro wordt aangeboden, betekent dat ze weer drie of vier maanden door kunnen met hun carrière. Dat kan verleidelijk zijn.”

De discussie speelt momenteel ook in Nederland, rond de nieuwe Wet Kansspelen Op Afstand, de verwachting is dat deze begin 2018 wordt ingevoerd. Hierin moet de legalisering van online gokken worden gereguleerd, voor de ongeveer 800.000 Nederlandse digitale gokkers.

Vanwege het verhoogde risico pleit de tennisbond er voor om Future-toernooien niet in het gokaanbod op te nemen. En bij Challengers willen ze het aanbod beperken, zonder zogeheten ‘side bets’, waarbij je kan inzetten op bijvoorbeeld een specifieke set of het aantal dubbele fouten.

Bij de bond maken ze zich grote zorgen over de bestrijding van matchfixing in Nederland. De verantwoordelijkheid is verspreid over verschillende partijen, zonder een duidelijke regisseur. De gokbedrijven, de bond, de politie, de lijntjes zijn er, de goede intenties zijn er. „Maar er is geen duidelijke rolverdeling, er wordt niet goed samengewerkt”, zegt Robert Jan Schumacher, directeur dienstverlening bij de KNLTB. „Er is onwijs veel rook, maar om het vuur te vinden is betere detectie nodig. Daar gaat het fout. Geef iemand de eindverantwoordelijkheid.”

Georganiseerde misdaad

De ‘prioriteit’ bij de betrokken instanties „is een probleem”, zegt Rosalie Tamminga, manager bestuurlijke zaken bij de KNLTB en belast met integriteit. Ze doelt onder meer op het ministerie van Sport (VWS) en het openbaar ministerie. „Het gaat om georganiseerde misdaad, dit probleem overstijgt de sport. Je kunt niet alleen maar in het isolement van het tuchtrecht kijken, voor goed gedegen onderzoek heb je al die andere partijen nodig.”

Sinds 2013 is er een ‘nationaal platform matchfixing’, waarin diverse partijen zitten, zoals de grote sportbonden en het OM. Die club vergadert elke drie maanden, signalen van mogelijke wedstrijdmanipulatie worden er besproken. Schumacher: „Het platform is belangrijk, maar als middel om matchfixing adequaat te bestrijden, is het niet afdoende.”

De uitspraken zijn opvallend. Bij het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie, in de eerste helft van 2016, kondigde minister van Sport, Edith Schippers (VVD), aan dat zij een prioriteit wilde geven aan ‘integriteit in de sport’, waaronder het tegengaan van matchfixing. De realiteit is, zegt de tennisbond, dat zowel nationaal als Europees coördinatie ontbreekt.

Doping

Schumacher vreest voor eenzelfde doemscenario als in het wielrennen, waar doping de sport beschadigde. „Als wij niet ingrijpen en maatregelen nemen, voorzie ik dat het de sport aantast. Als ik journalisten spreek gaat het tegenwoordig bijna vaker over matchfixing dan over tennis zelf. Dat is voor mij een indicatie dat we de verkeerde kant opgaan.” De bond pleit voor de oprichting van een taskforce, die het mandaat en de middelen krijgt om wedstrijdmanipulatie in verschillende sporten te bestrijden.

De Australische tennisser Oliver Anderson. Foto Lukas Coch/EPA

Hoe groot het matchfixingprobleem is, weet de KNLTB niet. De bond heeft sinds begin vorig jaar een anonieme meldlijn, maar er is nog niet één telefoontje binnengekomen. In 2014 kwam een partij van de Nederlanders Antal van der Duim en Boy Westerhof in het Duitse Meerbusch in het nieuws vanwege verdachte gokpatronen. Tweeënhalf jaar later loopt het onderzoek van de Tennis Integrity Unit nog steeds.

Tamminga: „Voor deze spelers is dit ook rampzalig. Als je een sponsor zoekt, en dat bedrijf googlet jou, en de eerste twintig hits gaan over Meerbusch, dan heeft hij niet zoveel zin om jou te sponsoren. Je voelt je continu bekeken en opgejaagd. Voor iedereen, ook voor hen, is het belangrijk dat er een streep komt onder deze zaak: of veroordeling of vrijspraak.”

Het risico op fixing blijft onverminderd groot, stellen betrokkenen. Zo bewijst de zaak rond Oliver Anderson. Een jaar geleden, middenin de storm over matchfixing, won hij het juniorentoernooi van de Australian Open. Anderson was toen zeventien en een grote Australische belofte.

Negen maanden later zou hij een wedstrijd hebben gemanipuleerd, zo werd onlangs bekend. Anderson wordt ervan beschuldigd in de eerste ronde van een challengertoernooi in het Australische Traralgon bewust de eerste set te hebben verloren van landgenoot Harrison Lombe. Zijn service werd op 4-4 gebroken, na twee dubbele fouten. Hij verloor die set, maar won de partij.

Begin maart staat hij voor de rechter.