Hij koos ervoor te negeren dat ze 14 was

De zitting Wie: M.W. (31)

Waar: meervoudige kamer Amsterdam

Kwestie: ontucht met een 14-jarig meisje

De 31-jarige verdachte gedraagt zich tegenover de drie rechters als de ideale schoonzoon. Hij betuigt volop spijt. De schadevergoeding die is geëist, wil hij „graag” betalen. Hij vindt het „volkomen terecht” dat aangifte tegen hem is gedaan. Zoals hij het ook „heel goed” vindt dat de ouders van een 14-jarig meisje „haar in bescherming hebben genomen”. Tegen hem.

In het voorjaar van 2015 veranderde M. op Facebook zijn eigen leeftijd in zijn profiel van 30 naar 17. Zo’n jonge leeftijd opent deuren die anders gesloten blijven. Op dating-app Tinder mag je in jongere leeftijdscategorieën zoeken. En dat wist M., geeft hij toe bij de rechter. Met zijn halflange haar komt hij een beetje Goois over. Niet het type dat je vaak in de rechtbank ziet. Zijn strafblad is blanco.

Via Tinder ontmoette hij een meisje, van 14. Hij swipete naar rechts, en zij ook. Het kwam tot een ontmoeting. Hij vertelde haar toen dat hij geen 17 maar 22 was. „Ik durfde niet te zeggen dat ik 30 was, ik ben een beetje in het midden gaan zitten.” Ze hadden seks, niet meteen en niet altijd, maar het gebeurde wel.

Op M. lijkt het gebeurde eerder een louterende uitwerking te hebben gehad.

Toen het meisje achter M.’s echte leeftijd kwam, voelde ze zich bedrogen. In een telefoongesprek zei ze: „Als ik dit had geweten, had ik het nooit gedaan”. Het was voor M. de eerste keer dat iemand hem ermee confronteerde dat het fout was, wat hij had gedaan. „Ergens wist ik wel dat het niet oké was, maar ik koos ervoor dit te negeren.” Tijdens therapie heeft hij inmiddels geleerd hoe dit heet, vertelt hij opgetogen: „vermijdende coping”.

Het meisje is niet naar de zitting gekomen, haar ouders wel. Voor hen was M. allerminst de ideale schoonzoon toen hij in hun leven kwam. „Je hoopt dat de seksuele ontwikkeling natuurlijk verloopt en dan ineens: bam!”, zegt haar vader. Het kost hun gezin „veel energie” om het gebeurde te boven te komen. Temeer omdat op sociale media werd geroddeld over het meisje en haar ‘vriend’. Bovendien bleek ze ook nog contact met een andere oudere man te onderhouden. Praten, écht praten met haar ouders is voor haar ook nu nog moeilijk. „We hopen”, zegt haar vader, „dat als ze later in de achteruitkijkspiegel naar haar leven kijkt, dit maar een heel klein stipje in de verte is.”

Op M. lijkt het gebeurde eerder een louterende uitwerking te hebben gehad. Ervoor maakte hij weinig van zijn leven. Hoewel hij „fluitend” door zijn studie ging, lukte het hem niet de vervolgstappen te zetten. Hij woonde op zijn dertigste nog op kamers, blowde en reisde „als vlucht”. De aantrekkingskracht van het meisje, dat hij „mooi, lief en slim” noemt, zat er ook in dat ze niet uit zijn eigen sociale omgeving kwam en daardoor „niet bedreigend” was.

Inmiddels heeft hij een baan. Als hem geen therapie wordt opgelegd, zal hij die toch blijven volgen, zegt hij. Vroeger was hij „sceptisch over therapie”, zegt hij, maar hij ziet er nu „goede resultaten van”. Misschien is het een geruststelling, zegt hij met een schuin oog naar haar ouders, dat hij een woonplaats op het oog heeft, die „heel ver bij hun dochter vandaan is”.

De officier van justitie waardeert zijn houding, zegt ze. „Er wordt niet omheen gepraat, dat zien wij hier wel eens anders. Maar u had wel beter moeten weten.” Ze zegt te hopen „dat de ouders zich niet schuldig voelen”. De moeder van het meisje balt haar vuist als de officier vervolgt: „Ik snap dat voor hen wellicht de hoogste boom niet hoog genoeg is”, maar „ik moet rekening houden met de strafmaatstaven.” Ze eist 180 dagen celstraf, waarvan 40 onvoorwaardelijk – die heeft de verdachte al in voorarrest gezeten – en een verplichte behandeling.

De rechtbank stelt in haar vonnis dat voor feiten „zoals deze” meestal „forse gevangenisstraffen” worden opgelegd. Maar omdat „geen sprake was van dwang of drang” krijgt M. een lagere straf: 120 dagen celstraf, waarvan 80 voorwaardelijk, dus hij hoeft niet langer de cel in. Hoewel M. zei dat hij graag therapie wil, legt de rechtbank hem dat toch maar verplicht op. Ook moet hij immateriële schade vergoeden aan het meisje: duizend euro.