Opinie

Gratis geld voor de armen – het werkt wél

Op het World Economic Forum in Davos praten wereldleiders deze week over ongelijkheid. Volgens Joost Opstelten is de beste manier van armoedebestrijding: gratis geld geven.

Foto iStock

Als eerste Europees land is Finland gestart met een maandelijks basisinkomen voor werklozen. Direct barstte in Nederland de discussie los. Het basisinkomen zou mensen lui maken en is bovendien onbetaalbaar. Een vergelijkbare aanpak, waarbij arme mensen in ontwikkelingslanden gratis geld krijgen, roept dezelfde weerstand op. Geeft dit armen de sleutel tot een luilekkerland met bier en sigaretten? Nee. Het is een van de meest effectieve manieren om extreme armoede uit te bannen, blijkt uit onderzoek van Unicef en de Voedsel- en Landbouworganisatie.

Cash transfers heten ze en het werkt hetzelfde als het basisinkomen in Finland. De allerarmste huishoudens in ontwikkelingslanden ontvangen elke maand een onvoorwaardelijk geldbedrag, zonder daar iets voor te hoeven doen. Net als bij het basisinkomen zijn er veel tegenstanders van deze methode. Toch is het een van de belangrijkste manieren om de vicieuze cirkel van extreme armoede te doorbreken.

De maandelijkse cash transfers bestrijden zowel acute als langdurige problemen, blijkt uit recente cijfers uit het rapport From Evidence to Action. Op de korte termijn geeft het gezinnen een extra maaltijd of kunnen ze naar de dokter. Op de lange termijn stimuleert het de lokale economie; de vraag naar goederen van de lokale markt neemt toe. Er stroomt weer geld. Bovendien helpt het armen om hun eigen inkomsten te vergroten, doordat ze bijvoorbeeld een naaimachine kopen. Daarnaast zijn de vruchtbaarheidscijfers lager, doordat vrouwen met een hoger inkomen minder kinderen krijgen. Ook op nationaal niveau zijn de effecten te zien. Zo steeg in Zambia de landbouwproductie met 50 procent, doordat families zaden en kunstmest konden betalen.

De vrees dat dit gratis geld de bevolking hulpafhankelijk zal maken is hardnekkig. De families krijgen het geld immers zonder er iets voor te doen; daar móéten ze wel lui van worden. Evaluaties van cash transfer-programma’s uit 2015 laten het tegenovergestelde zien. Financiële ondersteuning is voor veel mensen de enige kans om hun situatie structureel te verbeteren. Investeringen in onderwijs voor kinderen of een eigen bedrijf zorgen ervoor dat deze families in de toekomst juist geen hulp meer nodig hebben.

Column Maarten Schinkel: Droom en daden van het basisinkomen

Sommigen twijfelen of de ontvangers het geld wel besteden aan de juiste dingen. Het is tenslotte bedoeld voor zaken als voeding en onderwijs, niet voor alcohol of sigaretten. Veel onderzoek, waaronder dat van Unicef en de Voedsel- en Landbouworganisatie, toont aan dat het geld wel degelijk goed wordt uitgegeven. Het laat een toename zien in de bestedingen aan onder meer medicijnen, landbouwproducten en schooluniformen; nuttige bestedingen dus.

Toch blijft de vraag bestaan waarom geld geven beter is dan een geit of schoolboeken. De onvoorwaardelijke geldbedragen zijn veel flexibeler en daarmee beter toe te passen op verschillende huishoudens. De arme gezinnen weten zelf het beste wat ze nodig hebben. Met het geld kunnen ze investeren in dingen die zij in hun specifieke geval nodig hebben. Bovendien geeft het geld de families waardigheid. Zij hebben de vrijheid om over hun eigen acties te beslissen, in plaats van dat iemand van buitenaf aan hen oplegt wat zij moeten doen.

Zijn er dan helemaal geen nadelen? Jawel. Het vereist een lange adem. Om extreme armoede in een land echt uit te bannen is het noodzakelijk om zeker vijftien jaar in deze methode investeren. De invoering van cash tranfer-systemen kost tijd. Het moet namelijk worden ingepast in nationale overheidsstructuren en lokale voorzieningen. Ook op individueel niveau kan het vervolgens lang duren voordat investeringen uiteindelijk leiden tot duurzame verandering. Een kind moet een aantal jaar naar school, voordat het een vak heeft geleerd en kan gaan verdienen. Het verbouwen van gewassen levert de eerste jaren maar beperkte winst op.

Bovendien is het duur. Het aantal mensen dat leeft in extreme armoede is groot. Dit betekent dat er jaarlijks miljoenen euro’s vrijgemaakt moeten worden om al die mensen te bereiken. Het grootste deel van de last ligt bij de overheden van ontwikkelingslanden zelf. Zo heeft Mozambique sinds 2008, met steun van Nederland, een cash transfer-systeem dat de Mozambikaanse overheid op dit moment voor 90 procent zelf financiert. Met slechts 0,5 procent van het bruto nationaal product worden daar meer dan 400.000 huishoudens bereikt. Op de totale rijksbegroting is het daarmee een zeer kleine uitgavenpost.

Verder sluiten cash transfers perfect aan op het ontwikkelingshulpbeleid van Nederland. Het bevorderen van vrouwenrechten is daarin een van de speerpunten. Cash transfers dragen daaraan bij doordat het vrouwen economisch onafhankelijker kan maken. Deze emancipatie kan ervoor zorgen dat families minder snel geneigd zijn om hun dochters uit te huwelijken of te laten besnijden.

Cash transfers hebben bewezen effect, zowel voor de individuele huishoudens als voor de ontwikkeling van een land als geheel. Het is tijd dat gratis geld geven wordt erkend als dé methode om extreme armoede te doorbreken.