Recensie

Actualiteit en inbeelding komen prachtig samen in ‘Casablanca’

Regisseur Jeroen De Man toont twee werelden in zijn slimme voorstelling: die van het theater en die van de werkelijkheid, op het podium van elkaar gescheiden door draaiende panelen.

Foto Kurt van der Elst

„Al 2500 jaar lang spelen we toneel, en wat heeft het ons gebracht? Is de wereld veranderd, verbeterd?” De wanhopige acteur Alfred Lohman zoekt naar rechtvaardiging voor zijn toneelspel in de actualiteit. Dat is niet nieuw.

De trailer van Ondertussen in Casablanca. De tekst gaat verder onder de video.

Nieuw is dat regisseur Jeroen De Man een slimme vondst deed: hij toont twee werelden, die van het theater en van de werkelijkheid, op het podium van elkaar gescheiden door draaiende panelen. De titel Ondertussen in Casablanca onthult het waarom: Aleppo gaat kapot en in de Middellandse Zee verdrinken bootvluchtelingen. Maar toneelspelers spelen toneel, alsof er niets aan de hand is, de wereld niet ‘brandt’. Op het voortoneel vertolken Hans Dagelet en Jacqueline Blom een acteursechtpaar, geïnterviewd door Anniek Pheifer. Ze bevinden zich in een sleetse kleedkamer van de Amsterdamse Stadsschouwburg met affiches van voorbije theaterglorie. Het drietal toont schitterend spel: toneelspelers die scherp naar andere toneelspelers hebben gekeken, even ijdel, gevoelig, jaloers, roddelziek (‘Hoe heet die heks weer, Linda van Dyck?’), vilein (‘Jonge acteurs van Dood Paard en ’t Barre Land mompelen maar wat’) maar ook bereid over hun vak te praten. De Man, afkomstig van de Warme Winkel, toont hier zijn giftige afkeer van voorspelbaar ‘toneeltoneel’, zoals hij het noemt. Draait het decor open, dan zien we de grimmigheid van oorlog en angst, uitgedrukt in perfomance en filmbeelden. Op de ritmiek van besloten toneelwereld versus harde werkelijkheid draait deze energieke voorstelling, hier en daar over de top, chaotisch en uit balans, maar dat hoort bij De Man. Deze eerste officiële voorstelling van Het Nationale Theater, een nieuwe Haagse toneelsamenwerking, laat zien dat er elan is.Mooi is de scène waarin Dagelet een spookachtig droombeeld krijgt: opeens sluipt een beschilderde zwarte man het toneel op, met bebloed hoofd. Hij tekent een bloedspoor over Dagelets gezicht. Hier komen theatrale inbeelding en actualiteit prachtig samen.