Recensie

Deze Entführung aus dem Serail van Johan Simons slaagt wel

Mozarts opera is in Simons handen orkestraal beter, en theatraal meer in balans.

Foto Michel Schnater

In 2008 regisseerde Johan Simons bij De Nationale Opera Mozarts Die Entführung aus dem Serail – en oogstte lauwe kritieken en de nodige boe’s. Die waren er vrijdag bij de gewijzigde reprise niet, en met reden: de herneming is orkestraal beter, en theatraal meer in balans: het goede behouden, de extremiteiten gepolijst.

Lees ook het interview met Johan Simons: ‘Mozarts opera is nú actueel’

Het verschil zit hem in de uitwerking van de personages. Simons’ grootste ingreep betrof destijds al de relatie tussen Konstanze en Bassa Selim – de pasja die haar als slavin gekocht heeft, maar niet met geweld wil dwingen tot de Daad. Normaal blijft Konstanze lauw onder zijn avances, hier stort ze zich op het Persisch kleed in zijn exotische armen, terwijl haar liefde voor Belmonte letterlijk en figuurlijk op afstand blijft.

Is dat geloofwaardig? Ja. Op Bassa Selim-acteur Steven Van Watermeulen (vanaf september bij TGA) kun je (flauw) afdingen dat hij Belg is; een Duitse native speaker kruidt de dialogen gelaagder. Maar zijn aantrekkingskracht is geloofwaardig en sopraan Lenneke Ruiten geeft Konstanzes dilemma (geile pasja? of saaie edelman?) knap en sensueel gestalte. Nadeel is dat haar hereniging met Belmonte tenslotte geen opluchting is, maar een teleurstelling. „Blijf bij de pasja!”, zou je haar toeroepen – ware het oriëntaalse minitheatertje waarin Simons de opera situeert een poppenkast geweest. Daaraan draagt bij dat Paul Appleby een wat vlakke Belmonte is, die verleidingskracht in het topregister vervangt door kracht – wat voor de in haar rol stralende Ruiten puur vocaal overigens ook een beetje geldt. Fraai door souplesse is juist de Pedrillo van David Portillo, naast een kloeke Blondchen door Siobhan Stagg.

Dirigent Jérémie Rhorer leidt het Nederlands Kamerorkest flitsend, met veel tempowisselingen en gevoel voor drama. Een grote troef is bas buffo Peter Rose (Osmin) – met rologen en geagiteerde mimiek zo schmierend als de schuimbekkende paleisbewaker die het liefst Westerse koppen afrukt en op spiesen prikt, dat elke actuele connotatie smelt in absurditeit.