Longreads

Deze man zat 43 jaar in eenzame opsluiting

Geen Amerikaanse gevangene was zo lang geïsoleerd opgesloten als Albert Woodfox uit New Orleans.

Foto van een gevangenismuur - niet die van de Angola-gevangenis waar Woodfox opgesloten zat. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

Soms wordt Albert Woodfox midden in de nacht wakker, en lijkt het alsof de muren van de slaapkamer in zijn huis in New Orleans op hem afkomen. Dan voelt hij zich zo beklemd dat hij al zijn kleren uit moet trekken. Fox is aan het gevoel gewend, want het overviel hem regelmatig tijdens de meer dan veertig jaar die hij in eenzame opsluiting zat in de Angola-gevangenis in Louisiana, Verenigde Staten.

Geen Amerikaanse gevangene heeft zo lang in eenzame opsluiting gezeten als de zwarte Woodfox, die een jaar geleden vrij kwam. In deze longread vertelt The New Yorker zijn verhaal. Waarom Woodfox naar de gevangenis ging, waarom hij er zo lang moest blijven, en hoe hij zichzelf al die tijd staande hield.

Racisme

Het levert een verhaal op dat gaat over het racisme waar de zwarte Woodfox mee te maken kreeg - en daarmee over het racisme in de hedendaagse Amerikaanse samenleving. De Black Panther Party, de militante zwarte burgerrechtenbeweging waar Woodfox aanhanger van was en is, bestaat niet meer. Maar dat het racisme absoluut niet verdwenen is uit Amerika, bewijst de opkomst van nieuwe antiracismegroepen als Black Lives Matter.

Ze strijden tegen hetzelfde racisme dat ertoe leidde dat Woodfox veroordeeld werd voor een moord, terwijl er geen enkel bewijs was voor zijn schuld. Hetzelfde racisme ook, dat Woodfox’ vrijspraak voorkwam, telkens als zijn zaak werd herzien. En hetzelfde racisme dat ervoor zorgde dat hij van 1973 tot 2016 opgesloten zat zonder contact met zijn medegevangenen.

Veel mensen zouden er bitter en wantrouwig van zijn geworden. Maar Woodfox niet. Toen hij werd geconfronteerd met een taxichauffeur die vooraf betaald wilde worden omdat hij de donkere ex-gevangene niet vertrouwde, hield Woodfox de eer aan zichzelf:

“Woodfox was beledigd. Zijn eerste instinct was om direct de taxi te verlaten. Maar in plaats daarvan betaalde hij de chauffeur, en gaf hij de man aan het einde van de rit een grote fooi. ‘Schuldgeld’, noemt hij het.”

En als de muren ‘s nachts op hem afkomen, ijsbeert Woodfox gewoon even vijf minuten door zijn kamer. Dan verdwijnt het gevoel, net als vroeger in de gevangenis.

Lees hier de volledige longread How Albert Woodfox Survived Solitary van The New Yorker (11.000 woorden, leestijd 55 minuten).