Commentaar

Zelfhulp voor verziekte wetenschap

Al te lang staat de geloofwaardigheid van de wetenschap onder druk. Niet alleen omdat deze soms bijna routineus wordt weggezet als „ook maar een mening” zodra de uitkomst niet in een bepaald straatje past. Maar ook omdat de wetenschap dat zelf in de hand werkt. Onderzoek blijkt ondeugdelijk, vooringenomen, of beïnvloed door betrokken partijen. Er is sprake van fabuleren, van plagiaat en het zogeheten zelfplagiaat. Spectaculaire schandalen besmeurden het aanzien van het wetenschappelijk bedrijf en ondermijnden een pijler onder de menselijke kennis en het menselijk welzijn.

Het wetenschappelijk bedrijf is ongezond en een oorzaak ligt voor een groot deel bij de financiering. Die moet geworven en vervolgens gecontroleerd kunnen worden en dat geschiedt nu in grote mate door simpelweg te tellen. De maatstaf is hoe vaak iemand artikelen publiceert in erkende wetenschappelijke tijdschriften en hoe vaak iemand wordt geciteerd. Publish or perish heet dat swingend, publiceer of sterf. Het lijkt een glashelder systeem. Maar het tast de wetenschap aan.

Want wetenschappers weten wat hun te doen staat. Een onderzoek wordt gepubliceerd in meerdere afzonderlijke deelonderzoekjes. Er wordt nog al eens ondertekend met zoveel mogelijk namen. En als jij mij citeert, citeer ik jou – want alle flintertjes tellen mee. De basis van de wetenschap, een strenge peer review, levert weinig op, dus die geschiedt haastig of niet. Daardoor worden artikelen ten onrechte afgedrukt en is de kwaliteit van erkende tijdschriften niet gewaarborgd. Daarbij mikken sponsors en subsidiecommissies bij voorkeur op positieve resultaten en publiceren wetenschappelijke tijdschriften graag succesverhalen.

Maar onderzoek is een taai proces. De grote ontdekkingen bestonden zelden zonder het weinig sensationele onderzoek dat eraan voorafging. En ook mislukt onderzoek kan waardevol zijn, onmisbaar voor voortschrijdend inzicht, geschikt voor publicatie, aanleiding voor onderzoeksbudget.

Een groep internationale onderzoekers doet nu in een Manifest gezondere wetenschap een lange reeks voorstellen voor andere maatstaven voor de wetenschap dan het tellen van het aantal publicaties en citaties. Het eist een open oog voor „nieuwe en onverwachte patronen” in de gegevens. Het vraagt om herwaardering van ambachtelijke vaardigheden en methoden. En aan de basis van dit alles hamert het manifest op transparantie, voor alle partijen.

Dat zijn wijze eisen, maar ze vragen veel. Van de subsidiegevers om vertrouwen in het onvoorspelbare. Van de universiteiten om de veilige status quo op te geven en pottenkijkers toe te laten. En van de tijdschriften om arbeidsintensieve kwaliteitseisen en het herkennen van gezonde verbeelding. Oftewel: ze vragen om een complete omwenteling van denken en doen in het wetenschappelijk bedrijf.

Het is niettemin te hopen dat er serieus naar wordt gekeken. De wetenschap bewandelt per definitie een weg van vallen en opstaan. Nooit is het doel bereikt. Iedere ontdekking verdient een volgende poging. Alleen zo komen we verder.