Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Van de trap gevallen

Ik was in het huis van mijn bejaarde moeder van de trap gevallen. Ze had me naar boven gestuurd met de opdracht om haar gehoorapparaat in de badkamer te gaan halen. ”Goh, dat is snel”, complimenteerde ze me toen ze me nog geen minuut later onderaan de trap zag liggen.

Een paar uur later vond ik mezelf met een bult op de elleboog terug in de wachtkamer van de huisartsenpost in Velp, een dorp waar ze hadden besloten dat het praktisch was om alle dokters bij elkaar in een huisje naast de apotheek te proppen. Het toeval wilde dat een groot deel van die huisartsen die dag zelf zwak, ziek of misselijk was. Ze werden vervangen door collega’s uit de regio.

„Heb je een slaapzak meegenomen?” informeerde een meneer met een bril toen hij me in de wachtkamer naar een zitplaats zag zoeken.

Zijn huisarts was ook gevallen.

„Haar vervanger is zo traag als poppenstront.”

„Nou, ik denk dat die van mij nog langzamer is”, zei een vrouw die alle tijdschriften naar eigen zeggen al drie keer had gelezen.

En zo ging dat maar door.

Nergens kunnen de mensen hun ongenoegen zo goed ventileren als in en rond mijn geboorteplaats Arnhem. Het is er ieder voor zich, maar bij tegenslag kruipen ze als marmotten naar elkaar om zich te warmen aan keiharde humor en andermans ellende.

„Ik heb een hele rare plek op de schouder”, zei een vrouw met blauwig haar. „Mijn zoon zei dat ik het snel moest laten checken. Tegen de tijd dat ik aan de beurt ben is het waarschijnlijk uitgezaaid.”

Een ander zei zuchtend dat ze al twee uur zat.

„Als je net als ik last hebt van opkruipende artrose is dat fysiek feitelijk onmogelijk…”

„En dan straks nog door naar de apotheek, ben je weer een uur kwijt…”, wreef de man met de bril in de vlek.

Om ook maar wat te vertellen zei ik dat ik uit Amsterdam kwam en dat ik op bezoek bij mijn moeder van de trap was gevallen.

Het bleef lang stil.

„Dat is niet zo slim”, zei de man met de bril.

Ze keken me allemaal ontzet aan.

Net toen ik wilde zeggen dat je natuurlijk nooit expres van een trap viel, zei hij wat ze allemaal dachten: „Het is niet zo slim om hier naar een dokter te willen.”

    • Marcel van Roosmalen