In Turijn gaat te veel mis met de nationale shorttrackploeg

EK shorttrack

De Nederlandse mannen behaalden goud op de relay. Maar verder vielen de prestaties van de nationale ploeg tegen in Turijn.

Sjinkie Knegt, hier in de finale van de 1.000 meter, kon de hoge verwachtingen in Turijn niet waarmaken. foto Alessandro Di Marco / EPA

Geen beeld zo raak in al zijn tragiek als het moment dat twee Nederlandse mannen elkaar onderuit schaatsten. Dylan Hoogerwerf en Sjinkie Knegt, de finale van het individuele toernooi tijdens de EK shorttrack. Het jonkie gleed weg, de veteraan kon alleen maar meeglijden. Zonder aanleiding, op een moment dat iedereen nog met beide armen op de rug in slow motion de bochtjes aansneed. Knegt maakte nog een kansje op een derde Europese titel, maar dat was meteen weg. Het was een moment waarop je bijna uit ongemak van in de lach schoot. Er was toen al zoveel misgegaan voor de Nederlandse ploeg, dit was eigenlijk geen verrassing meer.

Dat Knegt nog wist op te staan, Hoogerwerf nog zo snel mogelijk van zich af duwend, en genoeg punten wist te pakken om nog derde te worden in Turijn, was knap. Maar Knegt is wereldtop, die kwam voor een titel waarop hij aanspraak maakte. In vorm, geen materiaalpech zoals vorig jaar. Dan is brons niet meer dan aardig.

Natuurlijk, de Nederlandse mannen wonnen uiteindelijk nog goud op de aflossing, na een geweldige laatste ronde van diezelfde Knegt. Het is het koningsnummer, het prestige is groot, dat kon je ook aan zijn uitbundige juichen zien. Maar was het genoeg om de toch wel matige rest van het weekend voor Nederland te doen vergeten?

Drama voor Schulting

Vooral de EK van Suzanne Schulting leken in de verste verte niet op hoe ze zich die had voorgesteld. Ze is pas 19, maar maakte het afgelopen jaar dusdanig grote stappen dat het niet eens overmoedig was van haar om zichzelf een titelkandidaat te noemen. In wereldbekers staat ze dit seizoen bijna steevast op het podium en tijdens de NK vorige week won ze alle afstanden. De vierde plek zaterdag op de 1.500 meter was al geen ideaal begin, maar na een straf op de 500 was het al heel moeilijk geworden alsnog te winnen. Onzin vond ze die straf trouwens, coach Jeroen Otter vond dat ze „gepiepeld” was door de jury.

Vervolgens ging Schulting hard onderuit in de halve finale van de aflossing en moest ze met een pijnlijke arm langs het ziekenhuis. Niets gebroken, dat was positief. Paar pijnstillers, en door, daar is ze hard genoeg voor. Maar die zaterdagavond werd ze beroerd. Buikgriep, volgens de teamarts. De tweede dag reed ze niet meer, behalve één verplicht rondje tijdens de aflossing, zodat de Nederlandse vrouwen nog brons konden winnen.

Het hele weekend had ze voor de camera geen interview gegeven. Zondagmiddag uiteindelijk wel en toen stond ze snikkend te vertellen hoe ongelofelijk ziek ze zich voelde. Meer dan dat ene rondje kreeg ze ook niet uit haar benen. „Maar ik wilde mijn team niet in de steek laten”, zei ze tegenover de NOS.

De lichtpuntjes in Turijn kwamen vooral van de Nederlanders van wie minder verwacht werd. Rianne de Vries bijvoorbeeld. Ze is 26 inmiddels en de laatste jaren vaak de ‘nummer vier’ van de ploeg, waardoor ze in 2014 voor het laatst individueel meedeed. Verder dan wat medailles op een NK was ze niet gekomen. Een goede 1.000 meter bij de wereldbeker in Zuid-Korea dit seizoen bleek een goede indicatie voor de vorm, want in Turijn won ze uit het niets de titel op de 500 meter. De Vries werd uiteindelijk zelfs nog bijna derde in het klassement. „Ik wist niet dat ik dit kon”, zei ze tegen de NOS. „Met mijn zelfvertrouwen zat het nooit zo goed, maar dat is nu wel een heel stuk beter.”

Geen reden tot zorgen

Ook de ontwikkeling van Dylan Hoogerwerf is bemoedigend. De 21-jarige Nederlands kampioen van vorige week reed soms te gretig en onbezonnen, maar werd op zijn eerste EK knap tweede op de 500 meter, achter Knegt. Ook eindigde hij als zevende in het eindklassement.

Misschien is het te makkelijk om Nederland deze EK af te rekenen op de resultaten. Die vielen bijzonder tegen. Maar de kwaliteit en de vorm bij de Nederlanders waren zichtbaar, twee maanden voor de WK in Rotterdam. Wat als Knegt niet enkele domme foutjes had gemaakt of als Hoogerwerf hem niet onderuit had gehaald? Wat als Schulting niet hard was gevallen en ziek was geworden? Tussendoor lieten vooral die twee namelijk zien dat alle verwachtingen vooraf niet misplaatst waren. Zelfs Schulting zelf, haar tranen nog wegvegend, kreeg het nog voor elkaar te zeggen dat de EK niet helemaal mislukt waren. Zo had ze bijvoorbeeld op de 1.500 meter weer wat geleerd. En ook Knegt was verre van ontroostbaar. Dan straks in Rotterdam maar.