Hij leerde eenvijfde van de mensheid lezen en schrijven

Necrologie De Chinese linguïst Zhou Youguang is op 111-jarige leeftijd overleden. Hij vond het Pinyin uit, waardoor een miljard mensen kon leren lezen en schrijven,

Zhou Youguang. Foto Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

Zhou Youguang, de zaterdag op 111-jarige leeftijd in Beijing overleden uitvinder van het Pinyin, het geromaniseerde Chinees, was een bruggenbouwer tussen analfabetisme en taalvaardigheid en tussen Oost en West. Pinyin geldt tot de dag van vandaag als de belangrijkste taalkundige innovatie van de 20ste eeuw.

Na de invoering in 1958 van zijn systeem om Chinese karakters om te zetten in het Latijnse schrift voorzien van accenten voor de vijf tonen in het standaard-Chinees daalde het analfabetisme in China van 85 procent in de jaren vijftig naar minder dan vijf procent in 2015. We hebben het dan over meer dan een miljard mensen. Bijna een vijfde van de mensheid leerde dankzij hem lezen en schrijven.

Het Pinyin is op Chinese lagere scholen een essentieel hulpmiddel om karakters te leren, en dat geldt uiteraard ook voor de studies Chinees in het buitenland. Pinyin vervangt de meer dan 3.000 jaar oude karakters niet, maar ontsluit ze juist, aldus Zhou.

Met een schaterlach beantwoordde Zhou, van huis uit een econoom en bankier, zes jaar geleden tijdens een ontmoeting in zijn kleine, schrale appartement in Beijing mijn vraag hoe een Chinees nou werkelijk sms’t. Hij pakte op 106-jarige leeftijd zijn smartphone en tikte met behulp van vergrootglas een berichtje dat een seconde later op het scherm van mijn telefoon verscheen: „Shiyong hanyu pinyin’’ oftewel: door Pinyin te gebruiken. Dankzij zijn uitvinding kunnen telefoons en computers Chinese karakters versturen.

Hij was altijd bescheiden over zijn verdienste en verwees steevast naar andere systemen, zoals van de Britse diplomaten Wade en Giles. Steevast prees hij ook Mao’s belangrijkste premier, Zhou En-Lai, die een groot voorvechter was van onderwijshervorming in het destijds arme, agrarische China. De communisten wilden van China met zijn tientallen kleinere talen en dialecten ook in taalkundig opzicht éé maken en propageerden daarom het leren van standaard-Chinees, soms met harde hand.

Het door een commissie onder leiding van Zhou bedachte Pinyin vormde in dat opzicht een doorbraak. Het verzet was overigens groot, zeker in gebieden waar het Wu (Shanghainees), het Yue (Kantonees) en Gan (Midden-China) gesproken werd. Tot op de dag van vandaag verzetten vooral ouderen in Shanghai en Guangzhou zich tegen het gebruik van standaard-Chinees, dat nagenoeg hetzelfde is als het Beijings. ‘Beijing’ is overigens een Pinyin-naam en wijkt dus af van ‘Peking’, dat door Wade en Giles is bedacht.

Zhou, die in de wereld van de sinologie en de linguïstiek een legende is, vertaalde ook als eerste de Encyclopedia Brittannica in het Chinees, in communistisch Chinees een politiek zeer gevoelig werk wegens de geschiedkundige beschrijvingen van de afsplitsing van Taiwan, de verwikkelingen in Tibet en de start van de Koreaanse oorlog. Zhou schreef ook The Historic Evolution of Chinese Languages and Scripts, een standaardwerk op de Universiteit van Oxford.

Wegens zijn enorme verdiensten voor het Chinese taalonderwijs en zijn relatie met de beminnelijke Zhou En-Lai werd hij gespaard tijdens de Anti-Rechtsen en Culturele Revolutie-campagnes van Mao Zedong. Als econoom en voormalig bankier op Wall Street die na de communistische revolutie in 1949 terugkeerde naar China, werd Zhou namelijk beschouwd als een contra-revolutionair. Niet helemaal ten onrechte, want Zhou, een idealistische communist, was een scherp criticus van Mao die hij beschouwde als een autoritaire, Stalinistische verrader van de revolutie met Chinese karakteristieken.

Wie hem bezocht, werd getrakteerd op thee en veel verhalen over zijn vriendschap met Albert Einstein en zijn ontmoetingen met de laatste keizer van China, Puyi. De afgezette, vernederde keizer mocht namelijk van Mao Zedong lunchen in de kantine van Zhou’s taalcommissie.