Opinie

    • Frits Abrahams

Genoeg zo?

Als het om de dood gaat ben ik een typische wegkijker. Informatie over fatale ziekten, verpleeghuizen en euthanasie neem ik mondjesmaat tot me onder het motto „liever later”. Diep in mijn hart hoop ik op hoge leeftijd onverwacht in mijn slaap door een zachte, mooie dood bezocht te worden - ja, wie wil dat niet?

Meestal loopt het anders, minder barmhartig. Zo las ik in de Volkskrant een reportage van Maud Effting over een (anonieme) dementerende man, die met toestemming van zijn familie gedood was. Het was een onontkoombaar artikel als je er eenmaal aan begonnen was. Je kon het niet lezen zonder jezelf te identificeren met de familieleden, de behandelende arts en, vooral, de gestorven man. Zou je willen dat er zó met jou werd omgegaan als het „zover” was? En: zou jij het voor de ander willen beslissen? Deze patiënt was in 2008 58 jaar toen hij hoorde dat hij dement zou worden. Hij liet zijn zoon beloven dat hij gedood zou worden als hij naar het verpleeghuis moest. Hij vulde wilsverklaringen in en schreef bevestigingen in zijn dagboek, maar het moment passeerde waarop hij wilsbekwaam kon bevestigen dat hij nog steeds euthanasie wilde.

In zo’n geval mag er tegenwoordig euthanasie gepleegd worden, maar de artsen beginnen er liever niet aan; ze willen dat de patiënt nog met hen kan communiceren om zijn doodswens over te brengen. De familie van meneer X. zette toch door. Ze leggen zijn lijden overtuigend op film vast. Een arts van de Levenseindekliniek bezoekt de man meermalen, op een filmpje zegt deze tegen hem: „Kom dan. Genoeg zo. Genoeg zo. Godverdomme.”

November 2015 volgt de euthanasie. Eerst krijgt hij in het verpleeghuis appelmoes met een slaapmiddel, dan wordt hij slapend naar zijn huis gebracht waar de arts hem de dodelijke spuiten geeft, terwijl zijn vrouw en zoons zijn hand vasthouden. Die ochtend was er geen herkenning geweest, toen hij naar de wc werd gebracht schreeuwde hij ‘nee’.

Er was iets ongewoons gebeurd, maar niets verbodens. De toetsingscommissie gaat vijf maanden later akkoord.

Toch bleef ik met een onbehaaglijk gevoel achter. Stel dat die man met dat ‘nee’ had willen uitdrukken dat hij het niet wilde. Het is onwaarschijnlijk, maar tóch: iemand wordt gedood zonder dat hij daar kort tevoren zijn expliciete goedkeuring aan kan hechten. Dat blijft slikken, net als met die appelmoes.

Ik was benieuwd hoe Bert Keizer hierover dacht, ex-verpleeghuisarts, arts bij de Levenseindekliniek en gelukkig nog steeds Trouw-columnist die veel over dergelijke kwesties schrijft. Hij had twintig collega’s gevraagd wat ze ervan vonden. „Iedereen zegt zo’n beetje wat ik zelf ook zou willen zeggen: ze gunnen die man zijn dood en ze vinden niet dat hier een misdrijf heeft plaatsgevonden. Ze voegen daar echter allemaal aan toe: maar dit moeten we zeer beslist niet zo doen.” Een uitermate paradoxale opstelling, geeft hij toe. „Klopt dat nou wel dat zijn gedrag werd geïnterpreteerd als een doodswens?” eindigt hij zijn column. „Wat voor wezens zijn gevorderd dementen eigenlijk dat we ze stiekem mogen doodmaken?”

Je voelt het ongemak in deze regels. Ik vind stiekem hier een te zwaar woord, maar de scherpe vragen van Keizer verdienen wel een antwoord.

    • Frits Abrahams