Interview

Dezelfde slimme Nederlandse strategie werkte in Atjeh én Uruzgan

Martijn Kitzen ex-militair en historicus

Slimme samenwerking bracht stabiliteit in Uruzgan, zag ex-militair en historicus Martijn Kitzen. „Maar ja, we hielden ermee op.”

Olivier Middendorp

In 1898, een kwarteeuw na de inval in Atjeh, was het de Nederlanders nog steeds niet gelukt dit islamitische sultanaat in het noorden van Sumatra te onderwerpen. Toen bedachten generaal Van Heutsz en zijn adviseur, de Leidse arabist Snouck Hurgronje, een nieuwe, ditmaal succesvolle strategie. Zij wisten de ulèëbalang, lokale koopman-heersers, met dwang en beloning aan zich te binden. „Dat is ook de essentie van de strategie die Nederlanders hebben toegepast in de Afghaanse provincie Uruzgan”, zegt oud-militair, politicoloog en historicus Martijn Kitzen.

Kitzen kan het weten, hij diende in 2008 als inlichtingenofficier bij de vijfde Nederlandse Task Force Uruzgan (TFU-5), onderdeel van de internationale troepenmacht in Afghanistan (ISAF). Samen met de inlichtingensectie bedacht hij een methode om Uruzgan te stabiliseren. Door traditionele lokale leiders te betrekken bij het bestuur en door een machtsbalans te creëren tussen rivaliserende stammen in het gebied. Dit om te voorkomen dat zwakkere partijen steun zouden zoeken bij de Taliban.

Op 14 december promoveerde Kitzen aan de UvA op een proefschrift over counter-insurgency in etnisch en tribaal verdeelde maatschappijen. Daarin trekt hij lessen uit de ervaringen die de Nederlandse krijgsmacht opdeed in koloniaal Atjeh en in Uruzgan. Hij vindt het belangrijk dat deze kennis bewaard blijft. Bij militairen en politici ziet hij een tendens terug te keren naar conventionele oorlogvoering, terwijl de instabiliteit in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, aan de zuidgrens van de NAVO, toeneemt.

Koloniale setting

De keuze van Atjeh als gevalstudie is opmerkelijk. Kan een proces van koloniale onderwerping ons iets leren dat nuttig is bij de bestrijding van opstanden tegen zittende regeringen van nu? Kitzen: „De koloniale setting is natuurlijk een heel andere. Toch blijft de vraag actueel hoe je vat krijgt op de bevolking in een gebied waar opstandelingen actief zijn. Dat gebeurde in Atjeh door banden aan te knopen met lokale leiders. Hun belangen kwamen vaak niet overeen met die van het gewapende verzet en ze hadden iets te winnen bij samenwerking.”

Zijn er eigenlijk succesvolle naoorlogse voorbeelden van counter-insurgency? Kitzen: „De meest succesvolle was de Britse operatie tegen communistische opstandelingen in Maleisië, in de jaren vijftig. Maar dat gebeurde nog onder koloniale verhoudingen. Vietnam was een notoir fiasco. Het optreden van de Amerikanen in Irak van 2007 tot 2011 was redelijk succesvol. Zij wisten uiteindelijk de overgang te bewerkstelligen van burgeroorlog naar stabiliteit onder leiding van de Iraakse regering. Dat deden ze door traditionele sunnitische stamleiders te betrekken bij de strijd tegen Al-Qaeda. Nadat de Amerikanen waren vertrokken, ging het alsnog fout. Toen begon premier Maliki, een shi’iet, de sunnitische stammen te vervreemden met zijn sektarische politiek. Dat heeft in Irak de opmars van IS mogelijk gemaakt. Commitment op de langere termijn ontbrak.”

De Nederlandse operatie in de Afghaanse provincie Uruzgan (2006-2010) was laatst weer in het nieuws door de tv-documentaire van Sinan Can en Thomas Blom. Kitzen: „In de slag bij Chora [juni 2007], waar deel twee van die documentaire over gaat, hebben de Achekzai en de Barakzai, stammen die samen bijna 50 procent van de bevolking van Uruzgan uitmaken, met de Nederlanders tegen de Taliban gevochten. En met succes. Er zijn in Chora slachtoffers gevallen, vooral onder de Achekzai. Maar die zijn daarvoor gecompenseerd en daar namen ze toen genoegen mee, want zij behoorden toen tot de overwinnaars. Zo begon een samenwerking die ertoe heeft geleid dat in Uruzgan de meerderheid van de bevolking zich achter ons is gaan scharen.”

„Maar ja, we hielden ermee op. Nu staat er nog een enkel schoolgebouw en er ligt een weg. Maar counter-insurgency gaat vooral om politieke stabiliteit en die is helaas verloren gegaan. Toen het kabinet Balkenende IV in februari 2010 viel, zaten we daar nog met 1.500 militairen, maar we begonnen al meteen onze invloed te verliezen. De belangrijkste leiders met wie wij hadden samengewerkt, onder wie de gouverneur, werden uit overheidsposities ontslagen.

„Over de recente aanvallen in Uruzgan wordt nu gezegd: ‘de Taliban nemen de provincie over’. Nee, de stammen komen massaal in opstand tegen de Popalzai. Die stam heeft de beste connecties in Kabul, krijgt steun van de Amerikanen en verdringt de anderen. Nu gaan stammen in Uruzgan weer samenwerken met de Taliban om de invloed van de Popalzai in te perken. Het is geen zege van de Taliban, maar een gebrek aan tribale balans, die Nederland juist heeft proberen te bewerkstelligen.”

De bereidheid om mee te doen aan dit soort operaties neemt af, constateert Kitzen. „Ze zijn duur, ze kosten levens en de resultaten zijn moeilijk te meten. Daarom hoor je nu: ‘we gaan weer terug naar conventionele oorlogvoering, waar we voor zijn opgericht, het verslaan van een leger van een ander land’. Dat wordt in de hand gewerkt door de opkomst van Rusland, maar ook door bezuinigingen.”

Lessen van Aghanistan

„Irak en Afghanistan waren ver weg. De oorlog in Syrië al minder, en het instabiele Libië is nog dichterbij. Het kan hard nodig zijn dat de NAVO in de nabije toekomst iets doet. Daarom moeten we de lessen leren van Afghanistan. Iemand die onlangs afstudeerde aan de NLDA heeft als commandant van een infanteriepeloton in Uruzgan gediend. Voor zijn scriptie suggereerde ik hem: ga eens kijken wat er bij jouw eenheid nog over is van de kennis die in Uruzgan is opgedaan. Zijn conclusie: het komt niet terug in oefenprogramma’s, en ook niet in doctrines. Binnen die eenheid waren er nog een paar mensen die echt ervaring hadden, maar de kennis van wat ervoor nodig is, was bijna helemaal verdwenen!”

Belangrijk is volgens Kitzen dat de politiek open kaart speelt over het doel van zulke operaties. „Zeg: we zetten nu militairen in om de situatie ginds te stabiliseren. We werken samen met de mensen die ter plaatse de macht hebben, ook al staan hun normen en waarden ver van ons af. Stabilisering is de basis voor wat we daar op lange termijn willen bereiken. Dat je etnisch en tribaal verdeelde landen in een paar jaar kunt omvormen tot sterke staten is een naïeve gedachte. Je kunt hoogstens een begin maken waarop je kunt voortbouwen. Maar dan moet je bereid zijn betrokken te blijven en niet weggaan op een moment dat je het verschil kunt gaan maken.”