Onzekerheid en angst bij begin campagne

Verkiezingen Gaat Nederland de VS achterna? Wordt de PVV de grootste partij? Wat wordt de invloed van nepnieuws? Het zijn maar een paar van de vele vragen die voor onzekerheid zorgen bij de start van de campagne. Dit weekend houden vier partijen verkiezingscongressen.

Een bord met verkiezingsposters voor de Provinciale Statenverkiezingen op 18 maart. Foto Lex van Lieshout/anp

De toespraken zitten vol ambitie. Met mooie woorden over een zonnige toekomst voor Nederland. De ene partijleider wil nog liever het Torentje in dan de ander. De muziek is hip of hoopvol, categorie We beginnen pas van De Dijk. We zijn er nog niet, maar we zijn onderweg.

Nog ruim acht weken te gaan tot de Tweede Kamerverkiezingen, woensdag 15 maart. Op de verkiezingscongressen, dit weekend die van de PvdA, het CDA, de SP en de SGP, is de achterban natuurlijk blij en vol goede moed. Daar houdt de zekerheid van de campagneteams wel ongeveer op. Achter de schermen overheerst bij de meeste partijen een ander sentiment. Ze voelen onbestemdheid, sommigen zelfs angst.

Sommige partijstrategen maken de vergelijking met 2002. Pim Fortuyn benoemde toen luid en duidelijk wat volgens hem allemaal mankeerde aan de gevestigde politiek. Nu heeft Geert Wilders die rol. Er is een grotere internationale onzekerheid. Groot-Brittannië dat uit de Europese Unie vertrekt, de verkiezing van Donald Trump tot president in de Verenigde Staten. Dat heeft invloed op het gemoed van Nederlanders. En wie weet wat voor nep-nieuws er nog langskomt of hoe groot de invloed van hackende Russen blijkt te zijn.

Inbraak in de gevestigde orde

Al met al lijkt de wedstrijdspanning in Den Haag groter dan normaal. En dat komt misschien ook wel door het fenomeen dat Will Tiemeijer van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid beschrijft, in onderzoek dat afgelopen week verscheen.

De samenstelling van het parlement loopt achter op wat in het land speelt. „Als verhulde thema’s of conflicten maar genoeg massa vergaren, volgt vroeg of laat toch een inbraak in de gevestigde orde”, schrijft hij. Het laatste peilmoment, de vorige verkiezingen, is vierenhalf jaar geleden. Veel langer dan wat politiek én kiezers gewend waren, na al die consequent vallende kabinetten en vervroegde verkiezingen.

Een inhoudelijke houvast is voor de politiek nog dat veel Nederlanders zich over dezelfde dingen zorgen maken. Volgens het laatste burgeronderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau vindt bijna iedereen ‘integratie en immigratie’ of ‘samenleven, normen en waarden’ de grootste maatschappelijke problemen. Zwevende kiezers vinden dit ook.

Hoe vertalen die zorgen zich in de campagne? En nog een stap verder, in de wetten en regels die een nieuwe coalitie na de verkiezingen afspreekt? In 2001 schreef sociaal-democraat en ideoloog René Cuperus al dat verkiezingscampagnes zich „ergens ophouden in het niemandsland tussen beleid, politiek en samenleving”.

Dat niemandsland geldt nog eens extra als, zoals nu, een abstract thema als samenleven en normen en waarden zo belangrijk is. De stellingen in de vier grote verkiezingsdebatten, vanaf eind februari op tv, moeten de lijsttrekkers helpen hun beeld over Nederland concreet te maken voor de kiezers. Denk aan: ‘Geen cent meer naar de Grieken’, toen in augustus 2012 de vraag was of Griekenland nog extra financiële steun moest krijgen.

Het geweld op sociale media is allang begonnen, met spelletjes, vlogs en podcasts, maar alle partijen zien de tv-debatten nog als cruciaal onderdeel van de campagne. Ze weten dat het niet alleen gaat om wát ze zeggen, maar dat overtuigingskracht en empathie minstens zo belangrijk zijn. Aan identiteitspolitiek zijn ze allang gewend – de meeste partijleiders hebben al een ontbijtje met Ebru Umar achter de kiezen voor Libelle TV.

Eerlijk is eerlijk: peilingen blijven belangrijk, ondanks hun tekortkomingen. Voor sommige partijen is dat geen lekker begin, denk aan de PvdA en de SP. Anderen geeft het juist energie, neem 50Plus en GroenLinks. Vrijdagavond kondigde GroenLinkslijsttrekker Jesse Klaver aan het premierschap te ambiëren.

De VVD zit in een lastige positie. Volgens de peilingwijzer, die vijf peilingen combineert, is de VVD de tweede partij na de PVV en komt er dan een tijd niks. Voor VVD-leider Mark Rutte is het lastig om zich af te zetten tegen een versplinterd, rommelig boeltje ‘op links’. Het is zelfs zo dat een rake opmerking van Rutte richting Jesse Klaver, Lodewijk Asscher of Emile Roemer één van hen juist het verlangde zetje kan geven.

    • Annemarie Kas