Na vijftien jaar schandalen klinkt nu muziek in Hamburg

Concertgebouw Na vijftien jaar van schandalen en reusachtige kostenoverschrijdingen is het Elbphilharmonie, het nieuwe concertgebouw van Hamburg eindelijk open. NRC woonde een concert bij – hoe klinkt de akoestiek?

Elbphilharmonie in Hamburg. Foto Carsten Koall/epa

De hele dag, lang voor de eerste noten klinken, betreedt een gestage stroom bezoekers het nieuwe concertgebouw van Hamburg. Voor een groot deel zijn ze inwoners van de stad. Ze willen het veel besproken bouwwerk nu wel eens goed bekijken. Na vijftien jaar van schandalen en reusachtige kostenoverschrijdingen is het eindelijk af, open en vooral: alom bejubeld.

Lees ook: Schandaal: concertzaal is 700 mln euro te duur

Een „sieraad van de cultuurnatie Duitsland”, zei president Joachim Gauck woensdagavond, bij het begin van een driedaags openingsfestival. Een nieuw beeldmerk voor de stad, roepen commentatoren in koor. Zoals New York het vrijheidsbeeld heeft, Parijs de Eiffeltoren en Sydney zijn operagebouw, zo heeft Hamburg op het uiteinde van een pier aan de Elbe nu zijn majestueuze, fonkelende Elbphilharmonie.

Ook Helga Krätzig is komen kijken. Ze heeft een gratis toegangskaartje gehaald en de 82 meter lange, gebogen roltrap naar boven genomen. En nu staat ze met haar rode hoedje op het uitkijkplatform dat het hele gebouw op 37 meter hoogte omringt. Eén vraag is genoeg om haar de tranen in de ogen te laten springen – wat ze ervan vindt.

„Ik heb hier al mijn 62 jaren gewoond”, zegt ze met een brok in haar keel, uitkijkend over de rivier, de kranen en de schepen.

„Ik heb altijd in de haven gewerkt, in de logistiek. Dat onze stad nu zo iets schitterends heeft… Ik herinner me nog dat hier de cacao werd opgeslagen.”

De bakstenen façades van het oude cacaopakhuis vormen het fundament van nieuwe bouwwerk. Daarboven ligt het gratis toegankelijke uitkijkplatform en een soort openbaar binnenplein, het ‘plaza’. En daar weer bovenop staat fier de grote, glazen doos, waarin zich behalve een grote en een kleine concertzaal, ook een hotel en woningen bevinden. Het geheel is bekroond met een golvend dak, dat het gebouw vanaf grote afstand herkenbaar maakt.

Lees ook: De ‘Elphi’ biedt volop spektakel

Dat de concerten tot de zomer vrijwel zijn uitverkocht, deert Helga Krätzig niet. Na al die jaren bouwmisère kan een paar maanden wachten er ook nog wel bij. Ze heeft woensdag op televisie naar het vijf uur durende openingsconcert gekeken.

Dat concert van het NDR Elbphilharmonie Orchester maakte de eerste kritiek los. Sommige lezers van het Hamburger Abendblatt spuiden in de brievenrubriek hun ergernis over de hedendaagse muziek (onder meer van Wolfgang Rihm), die deel uitmaakte van het zeer gevarieerde programma. En enkele muziekrecensenten oordeelden kritisch, of zelfs vernietigend, over akoestiek van de zaal. „Wereldklasse klinkt helaas anders”, schreef Die Welt.

Tekst gaat verder onder video

Het maakte de nieuwsgierigheid niet minder naar de zaal én naar de wereldpremière, vrijdagavond, van het oratorium ARCHE (Ark) van de Duitse componist Jörg Widmann (1973). Widmann heeft het stuk in opdracht geschreven voor de opening van het gebouw, dat wel iets weg heeft van een schip, en dat volgens de componist in deze stormachtige tijden, als een Ark van Noach, kan dienen als toevluchtsoord voor de kunst.

Het is alsof je een grot binnenkomt, als je de concertzaal betreedt. In het midden het podium, daarom heen op wel negen verschillende niveaus balkons waarop de 2.150 plaatsen zijn ondergebracht. Zo zit niemand in de opmerkelijk hoge zaal verder dan dertig meter van het orkest. Het oogt alsof het publiek zich voor een of ander oer-ritueel rond de musici schaart. Tegelijk voel je je in een science fiction-film, door de reusachtige ronde geluidreflector, die als een omgekeerde paddestoel aan het plafond hangt en die er van onderen, met zijn ronde lampen, uitziet als een vliegende schotel die op het punt staat te landen.

Het oratorium van Widmann, uitgevoerd door het Philharmonisches Staatsorchester Hamburg onder leiding van Kent Nagano en een enorm koor, gaat over niet minder dan de schepping, de zondvloed, de liefde, het laatste oordeel en mondt uit in een Dona nobis pacem van kinderkoor met jongenssopraan. Dat het nu eens overdonderend kon zijn, dan weer subtiel, lichtvoetig en zelfs geestig, is niet alleen een compliment aan componist en musici, maar ook aan de zaal waarin die nuances uitkwamen. Want wat de akoestiek betreft: vanaf vak E, rij 2 plaats 13, recht tegenover koor en orkest, klonk het in elk geval helder, warm en precies.

Het publiek applaudisseerde lang en uitbundig. „Ik ben een nuchter mens, maar ik was diep geroerd”, zegt na afloop Manuel Gera. Hij is organist en koorleider in de Sankt Michaelis-kerk, die eeuwenlang hét beeldmerk van Hamburg was. Tot deze week.

    • Juurd Eijsvoogel