Akoestiek

Gematigd positief tot ronduit verdrietig reageerden de Duitse critici na het openingsconcert, woensdag, op de akoestiek van de Elbphilharmonie. Volgens de Rheinische Post klonk de zaal „meestal zo geweldig als hij eruit ziet”. De recensent van Die Welt, daarentegen, wilde de zaal nog een tweede kans geven, maar „nooit, nooit meer op deze stoel”. „Ik had dit zo graag geprezen.”

Hoewel hun oordeel verschilde, waren de recensenten het over de eigenschappen zaalakoestiek redelijk eens. De klank is „direct”. Dat wil zeggen: helder, recht op de toeschouwer af, zonder te omhullen, en waar elk detail hoorbaar is. Ook viel op dat de blazers, vooral de koperblazers, beter te horen waren dan de strijkers – in ieder geval van de plek waar de meeste muziekpers zat.

Zo’n ‘direct’ geluid past bij het type zaal van de Elbphilharmonie. Het is een ‘terrassenzaal’. In een terrassenzaal (in het Engels vineyard-hall, als bij wijnterrassen) zit het publiek rond het speelvlak. Zo heeft elke toeschouwer van redelijk dichtbij zicht heeft op orkest en dirigent.

Terrassenzalen hebben vaak een direct geluid. De Finse akoesticus Jukka Pätynen van de Aalto Universiteit legt uit dat zulke zalen de ‘vroege reflecties’ van de zijwanden missen. Die reflecties geven klassieke ‘schoenendooszalen’ zoals het Concertgebouw in Amsterdam hun volle, omhullende klank. Dat directe geluid kan „akelig eerlijk” zijn, aldus Pätynen. Ook past erbij dat juist koperblazers goed te horen zijn, als hun hoorns op de luisteraar gericht zijn. Akoestici compenseren dat directe geluid door geluidsreflectoren toe te passen.

De doorslaggevende terrassenzaal was die van de Berliner Philharmonie (1963). Vooral in het nieuwe millennium zijn meer en meer belangrijke concertzalen terrasvormig uitgevoerd, zoals de Walt Disney Concerthall in Los Angeles (2003), de Koncerthuset in Kopenhagen (2006) en in 2015 de Philharmonie de Paris. Bij al die zalen, en ook bij de Elbphilharmonie, was dezelfde beroemde akoesticus verantwoordelijk voor het geluid: de Japanner Yasuhisa Toyota.

Toyota moet dat directe geluid zo beoogd hebben, aldus de Nederlandse akoesticus Martijn Vercammen van ingenieursbureau Peutz. Toyota bouwde een groot schaalmodel van de zaal. „Dat is een heel grondige aanpak. Daarmee kun je de akoestiek goed voorspellen.”

Maar het ontwerp van de zaal in Hamburg is wel bijzonder. „Het gaat erg de hoogte in, de publieksvlakken zitten boven elkaar”, zegt Vercammen. De zaal is van onder tot boven bekleed met een „witte huid” van gipsplaten met daarin schelp- en celvormige uitstulpingen, bedoeld voor geluidsreflectie. Ook de grote stampervormige geluidsreflector boven het orkest, die de muziek richting het publiek leidt, is uniek.

Jukka Pätynen speculeert dat de witte wandbekleding misschien te veel van het goede was. „Het kan de hoge boventonen gaan absorberen.” Vercammen wil geen oordeel vellen – net als de Fin heeft hij de zaal nog niet bezocht. „Maar het is opvallend dat de reacties niet overwegend positief zijn. Meestal wordt een zaal juist bij de opening de hemel in geprezen.”