‘We hebben geen hond, maar we laten hem wel uit’

Spitsuur

Ilse Ganzenboom (52) en Dick Houtman (57) zijn getrouwd en hebben samen een adviesbureau: „Dick heeft zijn werkkamer beneden, en ik boven.”

Dick: „Elk weekend draaien we een cantate van Bach.” Ilse: „Dan gaan we zitten, niks anders om handen.” Dick: „Dat vind ik ontroerend mooi.” Foto David Galjaard

Ilse: We wonen en werken nu tweeëneenhalf jaar in Weesp, maar we hebben twaalf jaar een relatie. Dick woonde in Oegstgeest met zijn kinderen. Ik had diezelfde situatie met mijn twee kinderen in Naarden.”

Dick: „We hebben bijna tien jaar gelat. Je moet kinderen uit een gescheiden situatie niet in een gedwongen samenstelling brengen, vonden wij.”

Ilse: „Op 1 mei 2015 zijn we getrouwd. Met zijn zessen op het stadhuis van Weesp. Onze kinderen waren onze getuigen. Toen zijn we hier in Weesp op de trein gestapt, vier dagen naar Berlijn om het te vieren. Ik vond het heel bijzonder.”

Dick: „Ons doel was oorspronkelijk om in Amsterdam te wonen. Maar dat was ons toch te druk en te duur. Toen hebben we de parameters in Funda aangepast. Dit huis kwam binnen een week naar boven. Inmiddels zagen we in dat we De hele dokter, het bedrijf dat we aan het oprichten waren, ook vanuit huis moesten doen.”

De hele dokter

Ilse: „We kennen elkaar van een training- en een adviesbureau. Daar werkte ik als adviseur en trainer. Ik merk de laatste vijf jaar dat er steeds meer vraag is van dokters naar begeleiding en coaching. Hun werk verandert sterk. De patiënt wordt mondiger, het aantal overleggen neemt toe. Ziekenhuizen moeten vaak fuseren, er is een conflict of gedoe in de maatschap. Dokters hebben te maken met een hoge werkdruk.”

Dick: „De opleiding geneeskunde zorgt ervoor dat je een uitstekende arts wordt. Alleen, er is weinig ruimte voor persoonlijke ontwikkeling. Dokters vinden het daarom lastig een balans te vinden tussen werk en privé.”

Ilse: „Ze zijn hoogopgeleid, slim, en zitten vaak erg in hun hoofd. Van dokters wordt steeds meer verwacht, ze krijgen steeds meer managementtaken. Zij zeggen ook tegen ons: ‘Ik ben hier helemaal niet voor opgeleid.’”

Dick: „De patiënt verwacht een veel gelijkwaardiger relatie.”

Ilse: „We geven teamcoaching binnen ziekenhuizen en hebben drie leergangen ontwikkeld waarin dokters werken aan hun persoonlijke en professionele groei, ook in de samenwerking met collega’s.”

Dick: „Ik zag op televisie een longarts die per spreekuur gemiddeld vier keer slecht nieuws moest geven aan een patiënt. Zij kon dat niet meer aan en is dus ook gestopt. Wauw, deze mensen hebben echt hulp nodig, dacht ik toen. Dat was mijn inspiratie.”

Ilse: „Ik ben meer van de inhoud.”

Dick: „Ik ben betrokken bij de inhoud, maar vind het ook leuk om een bedrijf groter te maken. Voor het eerst komen bij mij passie en ervaring nu samen. Dit heeft mijn hart.”

Onregelmatig

Ilse: „Om zeven uur gaat de wekker en dan sport ik eerst met de iPad. Nu ben ik aan het body hoopen. Dat is hoepelen met een verzwaarde hoepel.”

Dick: „Maar dat kan over drie maanden helemaal anders zijn, hoor.”

Ilse: „We ontbijten samen en om negen uur zitten we achter onze computer. Dick heeft zijn werkkamer beneden en ik boven.”

Dick: „Ik doe de achterkant van het bedrijf. Ik leg contact met artsen, vakgroepen en ziekenhuizen.”

Ilse: „We doen ook veel dingen samen. Presentaties bij ziekenhuizen bijvoorbeeld. Als ik thuis werk doe ik telefonische kennismakingsgesprekken. Of ik maak een offerte voor een maatschap die mijn hulp vraagt.”

Dick: „Rond half een lunchen we samen. Ik kan wel vrij lang doorgaan met het werk.”

Ilse: „We hebben in de zomer afgesproken dat we iets meer een knip gaan zetten op het einde van de werkdag. Ik probeer uiterlijk om zes uur de dag af te sluiten als ik thuis werk. Jij kunt tot elf uur ’s avonds nog een voorstel schrijven. Ik niet.”

Chinees

Dick: „We halen elke dag alles vers eten.”

Ilse: „Ik ben gisteren om kwart voor zes nog naar de Albert Heijn gelopen. Dan kijk ik wat er is en dan zet ik iets in elkaar. Eergisteren heb ik gegeten met een groep dokters op Landgoed Drakenburg in Baarn.”

Dick: „Dan eet ik pizza.”

Ilse: „Als ik er niet ben, vindt hij het heerlijk om Chinees te halen.”

Dick: „Ku lo yuk of Fu yong hai. Als Ilse weg is heb ik een alibi, haha. We hebben geen vriezer en dat bevalt prima. We wilden er een in de bijkeuken, maar het is er niet van gekomen.”

Ilse: „Er zit gelukkig een goede bakker op drie minuten lopen.”

Dick: „En het is ook lekker om even een frisse neus te halen.”

Ilse: „Wat we sinds afgelopen zomer heel goed doen: we laten elke avond om tien uur de hond uit. Die hond is er niet, maar die laten we wel uit. Ik wil heel graag een hond, maar Dick is nog niet zover. Ik ben hem op deze manier een beetje aan het masseren.”

Dick: „De hond houd ik in gedachten.”

Ilse: „Nu doe ik in de ochtend gymnastiek. Als de hond er is, laat ik die straks uit. Een keer in de week ga ik naar yoga, en ik ben gaan roeien.”

Dick: „Ik golf in de weekenden. En als het lang licht is doordeweeks ook ‘s avonds.”

Ilse: „Totdat we hiernaartoe verhuisden, ging jij ook mee naar yoga.”

Dick: „In de week dat we bij elkaar waren, gingen we samen. Dat was ontzettend fijn. Maar ik kan hier ook voor de televisie zitten met mijn koptelefoon op…”

Ilse: „Dick, Dick, jouw Bach-project! Daar hebben we het nog helemaal niet over gehad!”

Dick: „Als je het nou hebt over iets wat me raakt, dan is het Bach. Überhaupt speelt muziek een belangrijke rol in mijn leven. Vroeger was ik dj.”

Ilse: „Je had je eigen drive-inshow, toch? Disco Blue Banana.”

Dick: „Ik heb nog drieduizend singles. Naarmate we ouder worden neemt klassieke muziek een steeds grotere rol in. Ik heb alle cantates van Bach op cd gekocht en op mp3 gezet. Elk weekend draaien we de cantate die hoort bij die week.”

Ilse: „Dan gaan we zitten, niks anders om handen, even een kopje koffie.”

Dick: „Dat vind ik ontroerend mooi.”

    • Rolinde Hoorntje