Recensie

Joël Broekaert eet spruiten met een lekkere bite

De chef van restaurant Blue Boy heeft aardige ideeën en een subtiele slag, vindt Broekaert.

Bij Blue Boy is de inrichting meer profvoetballer-hip dan hipster-hip. Foto Rien Zilvold

Illustratie Martien ter Veen

Bijzonder

Ik fiets al mijn hele leven door de Spuistraat in Amsterdam. Daar zat altijd zo’n tent waarvan je nooit precies wist wat het was en ergens ook wel aanvoelde dat je dat misschien wel niet wilde weten, met een matroosje als logo. Het was een mannenbordeel. Van het stevige soort, probeert de charmante gastvrouw zich voorzichtig uit te drukken. Tegenwoordig is Blue Boy de jongste onderneming van de Amsterdamse horeca-tycoon Caspar Reinders. Behalve de naam herinnert niets meer aan de vorige bestemming. Wel hebben ze krukken uit Yab Yum aan de bar staan.

Blue Boy is helemaal volgens de laatste hype ingericht: alleen maar blank hout, visfuiken met lampen erin, geen tafelkleden, rieten stoelen. Maar wel gelikt gestyled. Het is meer profvoetballer-hip dan hipster-hip.

Op de kaart

Er is geen kaart, slechts een wisselend menu in vier, vijf of zes gangen voor 45, 55 of 65 euro (wijnarrangementen: 32,50 tot 45 euro). We willen graag halve glazen drinken, daarover wordt een beetje moeilijk gedaan. Want in het arrangement schenken ze sowieso al net iets meer dan halve glazen. Dan is 45 euro opeens wel weer erg duur. Zijn het dan zulke bijzondere wijnen? Ach, ik heb ze allemaal met plezier gedronken, maar er is ook niets blijven hangen.

Het is niet het enige drempeltje vanavond: de bediening is vriendelijk, maar laat te veel steken vallen. Eerst krijgen we wel wijn, maar geen gang, de rest van de avond is het eten er eerder dan de wijn. Een tafelgenoot drinkt geen wijn. Geen enkele keer vraagt de bediening uit zichzelf of mevrouw misschien iets anders wil drinken. Soms vergeten ze bij een persoon bestek uit te halen, dan weer vergeten ze bij een ander een lepel in te dekken. En de tent zit nog niet eens half vol.

Het eten dan. Dat is oké. Leuke middelgrote gerechtjes die aardig ogen. De chef heeft aardige ideeën en een subtiele slag. Bij een leuk winters gerechtje van spruiten met een lekkere bite overheersen de truffel en het parmezaanschuim geenzins. Mooi subtiele balans. Ook bij de kippenleverpaté zijn de ingelegde bietjes en bietensaus heel dienend (al proeven we de prei-olie amper).

Daarna gaat even goed mis. Droge koolvis (te hard gegaard) met harde witte boontjes (net te kort gegaard) worden geserveerd met een raadselachtige combinatie van dashi (Japanse bouillon) en eidooiercrème. Raar en ook nog eens slecht uitgevoerd. Het verplichte krokantje – dat we vaker op de rand van ons bord vinden – is ditmaal van inktvis en alg. Doet niets voor het gerecht. Laat het lekker weg.

Ook de tempura van kreeft komt niet lekker uit de verf. De parelgortrisotto met groene tomaten is leuk gevonden en goed gedaan. Alleen de deeglaag rond de (tikje taaie) kreeft is dun en hard in plaats van licht en luchtig. Het grote probleem met dit gerecht is dat de citrusgel op geen enkele manier rins of fris is. Het is gewoon zoete jam. En dan is die krokante kreeft ook nog eens zoet gelakt. Het plakje diamanthaas met pepersherrysaus en pommes fondant is in vergelijking met de rest behoorlijk simpel, maar wel verreweg het best gelukt. Misschien iets om over na te denken.

Zes gangen vegetarisch blijkt ook nogal een opgave. Twee keer is het echt teleurstellend: een geïmproviseerde salade bestaande uit een hand quinoa, een partje avocado, wat radijsjes en een ‘mierikswortelsneeuw’ die we niet proeven; later wordt de kreeft vervangen door drie paarse worteltjes.

De pompoenravioli met kokosschuim, groene curry en ingelegde bundelzwammen (exclusief in het vega-menu) is anderzijds het beste van de avond. Dat moet dan wel gezegd.

Eindoordeel

Er rammelt veel bij Blue Boy. Het is een leuke tent om te zien, maar het concept lijkt meer aandacht te hebben gekregen dan de basis. In de keuken is die basis er wel, maar ook hier lijkt de presentatie het net iets te vaak te winnen van de smaak en balans op het bord.