Schade aan stuw stimuleert vernieuwing van watertechnologie

Waterstaat

Een tijdelijke dam moet reparatie van de stuw bij Grave mogelijk maken. Daarna is het zoeken naar structurele oplossingen.

Tijdelijke dam bij stuw Grave ANP / Robin van Lonkhuijsen

Hoe beperken we de schade van ongevallen zoals twee weken geleden bij de stuw in de Maas bij Grave? Belangrijke vraag voor Bas Jonkman, hoogleraar waterbouwkunde aan de TU Delft. „De schade is groter dan verwacht”, zegt hij. „Nu komt er discussie over extra maatregelen.” Hij suggereert om „constructief gedateerde” stuwen uit te rusten met „iets extra’s”: dubbele deuren bijvoorbeeld, zoals nu bij grote sluizen en keringen, of „slimme mobiele dijken” die snel kunnen worden ingezet als er iets misgaat. Maar hij heeft „niet meteen antwoord op de vraag wat het beste is”.

Deze week begon Rijkswaterstaat met de bouw van een tijdelijke dam van breuksteen achter de zwaarbeschadigde stuw. Over tien dagen is het werk vermoedelijk voltooid, vertelt projectmanager Tom Huveneers, en kan een begin worden gemaakt met de reparatie aan de voorkant, de stroomopwaartse kant van de stuw.

De dam scoorde na enkele dagen studeren als beste van twaalf opties. De bouw van een tijdelijke dam heeft als voordeel dat het „veilig” en „technisch uitvoerbaar” is. Ook kon snel worden begonnen. En als er onverhoopt veel regen valt en er een „hoogwatergolf” door de Maas rolt, kan de bovenste meter van de ruim vijf meter hoge dam eenvoudig worden gedemonteerd. Bovendien is er zo aan de voorkant ruimte om de negentig jaar oude stuw te repareren. Een deel van de beschadigde „jukken” zal droog worden gezet met kuipen waarin eerst de schade kan worden bekeken en daarna het herstel kan plaatsvinden. Over een half jaar moet de stuw in orde zijn. Tot dan worden de waterpeilen in de Maas geregeld met het niet-beschadigde deel van de stuw en de stuwen in Lith en Sambeek. „Lastig, maar niet onmogelijk”, zegt Huveneers.

De bouw van de dam heeft de zegen van TU-hoogleraar Jonkman. „Dit is niet het moment om te experimenteren, dus ik begrijp dat men kiest voor een beproefde methode.” Wel waarschuwt hij voor erosie van de bodem naast de dam als straks bij de reparatie het Maaswater zich door een smallere doorgang bij Grave moet persen. „Door halvering van de oppervlakte stroomt het water twee keer zo snel.”

Mobiele dijken

Voor de toekomst verwacht Jonkman veel van „mobiele dijken”: rubberen ballonnen die met water worden gevuld en „als een worst” het water keren. Jonkman: „Een beproefd concept. Ze zijn geschikt bij verschillen in waterhoogte van een tot anderhalve meter. Bij Grave hebben we het over drie tot vijf meter. De krachten nemen met het waterstandsverschil heel snel toe. Het zal dus nog denkwerk vragen om zulke verschillen aan te pakken.”

Onderzoek naar slimme en niet al te dure oplossingen is welkom. Het scheepvaartverkeer neemt almaar toe en daarmee ook de kans dat een schipper tegen een sluisdeur of een stuw vaart. „Hoe meer schepen, des te meer kans op schade”, zegt Jonkman.

De schade door de actie van het schip Maria Valentine loopt in de tientallen miljoenen euro’s, minder overigens dan de miljarden die een dijkdoorbraak aan schade zou veroorzaken. „We zullen goed naar de kosten en baten moeten kijken.” Zo kan een dure „tweede deur” van een stuw veel ellende voorkomen, maar ook een goedkoop „beheerplan” dat voorziet in snelle sluiting van andere sluizen en stuwen.

Van die vermoedelijk tientallen miljoenen euro’s schade komt een fiks bedrag voor rekening van de binnenschippers, meldt directeur Wilco Volker van het Bureau Voorlichting Binnenvaart. Als over tien dagen de schippers niet meer 14 tot 48 uur hoeven om te varen, heeft de stremming dertig dagen geduurd. De schade bedraagt per dag ongeveer drie ton. Omdat veel transporten in vaste contracten met bedrijven en vrachtmakelaars zijn beklonken, zijn zeker niet alleen de schippers de pineut. Volker: „Ik denk niet dat hierdoor individuele schippers failliet gaan.”