Commentaar

Rutte II: het onmogelijke kabinet dat mogelijk bleek

Het tweede kabinet Rutte, dat op 5 november 2012 aantrad, was een niet gewenst kabinet. Dat wil zeggen: geen kiezer heeft zich bij de verkiezingen die aan de kabinetsformatie vooraf gingen kunnen uitspreken voor het in het regeerakkoord neergelegde programma. Het kabinet was een ‘moetje’.

VVD en PvdA, de steunpilaren van het kabinet, wonnen in een spectaculaire electorale eindsprint beide de verkiezingen omdat zij zich in de strijd om wie de grootste partij zou worden fors tegen elkaar afzetten. Het was Rutte óf Samsom, maar het werden na een voor Nederlandse begrippen korte onderhandelingsperiode Rutte én Samsom.

Premier Mark Rutte noemde bij de presentatie van zijn kabinet aan de Tweede Kamer de gevormde coalitie „de logische uitkomst van de verkiezingsuitslag”. Daarmee reduceerde hij de politiek tot wiskunde. Er lag geen, zoals Rutte toen zei, „duidelijke opdracht van de kiezer” aan VVD en PvdA „om de handen ineen te slaan”. Er lag slechts een voor de gekozen politici ingewikkelde verkiezingsuitkomst. Deze is vervolgens rekenkundig benaderd met de tegenstrijdige coalitie van VVD en PvdA als resultaat.

Desalniettemin zal dit niet voorziene kabinet naar het zich nu laat aanzien het eerste zijn sinds 1998 dat de reguliere zittingsduur volledig uitzit. Alle andere kabinetten die na het eerste kabinet-Kok volgden, kwamen voortijdig ten val. Dit feit alleen al is een bijzondere prestatie. Een prestatie die nog meer kleur krijgt als de belangrijkste resultaten worden bekeken. De balans van dit kabinet die deze zaterdag in NRC wordt opgemaakt en waarbij de eigen doelstellingen zijn afgezet tegen de resultaten valt in hoge mate positief uit.

Dit geldt met name voor de financiële en sociaal-economische doelstellingen. Het fors uit de hand gelopen overheidstekort is inmiddels een evenwichtige begroting, de destijds stijgende werkloosheidscijfers laten een daling zien, de groeicijfers van de economie behoren tot de hoogste binnen de Europese Unie. Nederland heeft zoals koning Willem-Alexander in zijn troonrede op Prinsjesdag zei, weer „vaste grond onder de voeten gekregen”.

Het politiek-ideologisch innerlijk tegenstrijdige kabinet lukte het een aantal verstrekkende structurele hervormingen tot stand te brengen. Daarbij kan Rutte II niet worden los gezien van het eerste kabinet-Rutte en de korte daartussenliggende demissionaire periode. In de lente van 2012 kwamen VVD en CDA met behulp van de oppositiepartijen D66, GroenLinks en ChristenUnie een reeks forse maatregelen overeen zoals de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar en een verhoging van de BTW. Rutte II plukte de vruchten van Rutte I. Het heeft geleid tot een voor Nederland ongekend groot ombuigingsprogramma van in totaal 47,4 miljard euro in zes jaar tijd.

De paradox is dat het zo weinig gedragen kabinet wel tot het treffen van ingrijpende maatregelen in staat is gebleken. Wellicht is dit zelfs de verklaring: alleen een ‘onmogelijk’ kabinet is in staat langs de rand van de afgrond beleid te voeren.

Maar politiek is meer dan het behalen van mooie statistieken.

De boekhouding is weliswaar kloppend, tegelijkertijd is het erbij horende verhaal niet overgekomen. Uit diverse onderzoeken blijkt dat het vertrouwen onder de bevolking in het kabinet bijzonder laag is. Overtuigen en vertrouwen winnen is ook een taak voor de politicus. In het uitvoeren van het beleid is Rutte II grotendeels geslaagd. In het uiteenzetten ervan is het gezakt.