Resultaat bereiken zonder mee te doen in achterkamers, kan dat?

Ze vonden zichzelf de ‘echte oppositie’: SP, CDA en PVV. Maar hoe actief waren ze? Hoe effectief? En hoe vaak steunden ze Rutte toch?

Foto ANP / Bart Maat

Hondengevechten en andere ‘diergerelateerde’ misdrijven worden harder aangepakt. Zorgverzekeraars die medische dossiers inkijken, moeten hun cliënten daarover informeren. Websites van publieke instellingen kun je altijd bekijken, ook als je geen cookies accepteert. Het oorlogsmonument van het Oranjehotel is van de sloop gered. En op overheidsgebouwen staan nu bijenkasten.

Het is zomaar een greep uit de resultaten die de PVV de afgelopen vier jaar heeft bereikt in de Tweede Kamer. In deze kabinetsperiode werden 68 moties, oproepen aan het kabinet, van de PVV aangenomen. Eén, over betere ouderenzorg, werd direct overgenomen door het kabinet-Rutte II. Er werden ook zes PVV-aanpassingen van wetten geaccepteerd en er werden drie wetsvoorstellen van de PVV in behandeling genomen. Nog voor de verkiezingen praat de Tweede Kamer over de initiatiefwet om Zwarte Piet zwart te houden.

Je zou kunnen denken: dat is heel wat. Maar uit gegevens die het Parlementair Documentatie Centrum van de Universiteit Leiden verzamelde, op verzoek van NRC, blijkt dat er de afgelopen vier jaar 1.124 moties van de PVV werden verworpen. En 117 wijzigingsvoorstellen voor wetten haalden het niet.

Dan kun je alsnog denken: de PVV-Tweede Kamerleden hebben zich actief ingezet om het beleid te beïnvloeden van een regering waar ze niks van moeten hebben, maar kregen nu eenmaal te weinig steun.

Neem dan de SP, die andere grote oppositiepartij in de Tweede Kamer. Die bracht bijna tweeduizend moties in stemming, 483 wijzigingsvoorstellen. En de partij had elf initiatiefwetten, waarvan er twee nu in het wetboek staan: over het Huis voor Klokkenluiders en Acquisitiefraude. Negen zijn nog in behandeling. Van de moties werden er 378 aangenomen en negen overgenomen door het kabinet – een succespercentage van 20 procent tegenover 6 procent bij de PVV. En bij de wijzigingsvoorstellen: 62 aangenomen (succes: 13 procent tegenover 5 procent bij de PVV).

Het zijn twee grote oppositiepartijen en samen met het CDA hebben ze de afgelopen vier jaar niet meegedaan aan de ‘akkoorden’ waarmee Rutte II in de Eerste Kamer steun probeerde te krijgen voor allerlei bezuinigingen. ‘Gedoogpartijen’ D66, ChristenUnie en SGP kregen in achterkamers van alles voor elkaar voor hun eigen achterban – in ruil voor steun.

Wat bereikte die ‘echte’ oppositie de afgelopen vier jaar? Hoe actief waren het CDA, de PVV en de SP? En hoe vaak steunden ze de regering toch?

Langer bevallingsverlof

Door het CDA mogen gemeenten niet experimenteren met eigen wietteelt. CDA-Tweede Kamerlid Pieter Heerma kreeg voor elkaar dat vrouwen die bevallen van een meerling vier weken langer verlof krijgen. En toen het kabinet een verplichte eindtoets voor het basisonderwijs in de wet wilde zetten, regelde het CDA dat dit niet per se de Citotoets hoefde te zijn.

De christendemocraten kwamen de afgelopen vier jaar met 1.349 moties, waarvan er 512 werden aangenomen en 12 overgenomen (succes: 39 procent). Ze deden 318 wijzigingsvoorstellen, waarvan er 95 werden aangenomen (succes: 30 procent). Twee CDA-initiatiefwetten waarvan het CDA de bedenker was, werden deze kabinetsperiode ingevoerd. Zeven initiatiefwetten van het CDA, soms samen met anderen, nam de Tweede Kamer in behandeling.

Het CDA was dus actiever dan de PVV, maar weer minder dan de SP – wél veel effectiever. Het lukte CDA-Tweede Kamerlid Hanke Bruins Slot, met de portefeuille zorg, zeventien keer om een wetsvoorstel te laten aanpassen. CDA-Kamerlid Jaco Geurts, landbouwspecialist, was van de drie oppositiepartijen het meest succesvol met zijn moties: van hem werden er 66 aangenomen en twee meteen overgenomen. Direct gevolgd door SP’er Eric Smaling met 65 aangenomen moties en één overgenomen motie.

Met een van zijn laatste moties, net voor Kerst, legde Eric Smaling de bouw van het windmolenpark in de Drentse Veenkoloniën tijdelijk stil. Er moet nu eerst worden onderzocht of er alternatieven zijn voor de vijftig molens die gepland staan. „Het was mijn finest hour”, zegt Smaling. Minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) had de Tweede Kamer afgeraden om ermee in te stemmen, maar Smaling kreeg Kamps eigen VVD toch mee – én alle andere partijen, op de PVV na. Waar hij ook trots op is: „Bij de begroting van ontwikkelingssamenwerking tik ik er altijd wel een paar miljoen uit voor projecten of ideeën die ik belangrijk vind.”

Pietje Bell-moties

Net als de meeste Tweede Kamerleden van de oppositie heeft Smaling twee soorten moties. Voor het eerste soort gaat hij precies na hoe andere partijen over te halen zouden zijn, om aan een meerderheid te komen. „Ik blijf argumenteren, waardoor andere fracties zien: die vent weet waar hij het over heeft.”

Het andere soort is tot mislukken gedoemd, bijvoorbeeld omdat Europese regels de uitvoering tegenhouden. Of omdat de regeringspartijen samen iets hebben afgesproken en daaraan vast houden. „Staatssecretaris Sharon Dijksma noemt dat altijd mijn Pietje Bell-moties”, zegt Smaling. „Ik laat ermee zien wat de SP belangrijk vindt. Ik ben bijvoorbeeld heel fel op asbest.”

De SP komt vaak met moties met als doel: de zorg helemaal veranderen. Of: de sociale werkplaatsen toch weer een nieuw leven gunnen. Voor het beleid zijn ze nu nutteloos, politiek kunnen ze van levensbelang zijn: kijk eens waar wij voor vechten.

Zo kwam ook PVV-Kamerlid Machiel de Graaf de afgelopen jaren met tientallen voorstellen: alle moskeeën dicht, islamitische internaten sluiten, stoppen met integratiebeleid.

Bij de PVV valt vooral Dion Graus op. Hij is, zo lijkt het, vooral uit op concreet resultaat. Van de 68 PVV-moties die de afgelopen vier jaar werden aangenomen, waren er 26 van hem. Zelf vindt Graus dat hij nog lang niet serieus genoeg wordt genomen. Eind vorig jaar zei hij in een debat hoe „triest” het was dat hij zo vaak wordt „uitgelachen en belachelijk gemaakt” om zijn dierenliefde. „Dat is vaak zuur, moet ik eerlijk zeggen. Want ik weet dat ik gelijk heb.”

Na Graus kreeg Roland van Vliet van de PVV’ers het meest voor elkaar in de Tweede Kamer: tien aangenomen moties van de 39 die hij in stemming bracht. Dat was vóór zijn afsplitsing van de PVV in het voorjaar van 2014.

Wilders zelf kwam de afgelopen vier jaar met 31 moties. Acht waren moties van wantrouwen, zes gingen over grenzen die dicht of beter gecontroleerd moesten worden of over het weigeren van alle asielzoekers, vijf over veiligheid. Er waren er ook vijf over de Europese Unie. En twee hadden als doel: Nederland de-islamiseren. Wilders riep het kabinet een keer op om de JSF niet te kopen, AOW’ers extra geld te geven, de ontwikkelingshulp om te zetten in belastingverlaging en sowieso de lasten voor burgers en bedrijven te verlagen. Hij wilde ook dat Rutte II iedereen met de nationaliteit van een ‘islamitisch land’ een antishariaverklaring zou laten ondertekenen. Alle moties van Wilders werden verworpen.

Jihadisten hacken

Het kabinet-Rutte II kwam tot nu toe met 310 wetsvoorstellen waarover in de Tweede Kamer werd gestemd. De drie ‘gedoogpartners’ D66, ChristenUnie en SGP stemden daar het vaakst vóór: ze steunden allemaal rond de 280 voorstellen. Meteen daarna komt het CDA met 267 keer steun. De SP stemde in met 216 wetsvoorstellen en de PVV met 185 – dus nog steeds wel 60 procent van alle voorstellen van Rutte II, nog los van de 156 hamerstukken waartegen ze geen bezwaar hebben gemaakt.

De PVV stemde bijvoorbeeld vóór een aanpassing van een technische procedure van de hoogste Europese rechter, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Maar dan wel weer – als enige – tegen het uitvoeren van een Europese regel die seksueel misbruik van kinderen en kinderporno moet tegengaan. De PVV was ook tegen een wet die regelt dat de opsporingsdiensten mogen inbreken op de computers van jihadisten en cybercriminelen. PVV’er Lilian Helder zei daarover in het debat dat het hacken alleen bij de allerzwaarste criminelen toegestaan zou moeten worden. Ze wilde ook beter toezicht op de hackende opsporingsdiensten.

Opvallend is ook hoe vaak de drie partijen samen optrokken in hun stem tegen wetsvoorstellen van Rutte II. De SP stemde 27 keer tegen samen met het CDA en 60 keer samen met de PVV – dat is nog vaker dan samen-tegen met GroenLinks (44 keer). Het CDA stemde 27 keer samen met de SP en 32 keer samen met de PVV. Met de ChristenUnie stemde het CDA maar 14 keer samen tegen wetten van Rutte II.

Moties van de PVV werden 28 keer mede-ingediend door de SP. Maar dat was vooral vóór de ‘minder-minder’-uitspraken van maart 2014 door Geert Wilders. Daarna was de SP nog vier keer bereid om met een handtekening onder een PVV-motie te staan – en dan was het ook altijd samen met heel veel andere partijen.

Bij het CDA zie je dat effect niet. Die partij tekende 29 keer mee met PVV-moties. En net zo vaak voor als na het optreden van Wilders in een Haags café.

    • Christiaan Pelgrim
    • Petra de Koning