Oud-CIA-topmensen waarschuwen voor de meest roekeloze president ooit

Op goede dagen noemt aankomend president Trump zijn inlichtingendiensten domkoppen, op slechte dagen nazi’s. Hoe gevaarlijk is dat?

Foto: Evan Vucci/AP

De afgelopen maanden vochten Trump en de Amerikaanse inlichtingendiensten over Russische inmenging in de verkiezingen. Toen deze week het memo over vermeende banden tussen Trump en het Kremlin aan het licht kwam, ontaardde de controverse in een veldslag. Op goede dagen noemt Trump de inlichtingenmensen domkoppen, op slechte dagen nazi’s. Hoe gevaarlijk is dat conflict?

Ook wie niet dagelijks omgaat met presidenten of spionnen begrijpt dat een goede relatie tussen de commander-in-chief en zijn inlichtingendiensten essentieel is. In het extreme geval neemt een president beslissingen over leven en dood, mede gebaseerd op inschattingen van die diensten. Vroeg of laat zal ook Donald Trump moeten oordelen over het nucleaire programma van Noord-Korea of over Russische troepenbewegingen onder de neus van de Baltische staten. Degelijke intelligence is dan onmisbaar.

„De inlichtingendiensten zijn benauwd dat Trump in zo’n geval gaat reageren op gevoel, op intuïtie, zonder af te wachten wat zij aan analyse kunnen bieden”, zegt Bob de Graaff, hoogleraar Intelligence aan de Universiteit van Utrecht.

„Als Trump bijvoorbeeld zegt: ‘zolang Poetin vriendelijke dingen over mij zegt, ben ik vriendelijk voor hem’, gaan bij alle inlichtingenanalisten de haren recht overeind staan. Elke dictator aait wel eens een kind over zijn bol, als dat kind nu Trump heet, verandert dat nog niets aan het gedrag van de dictator.”

Onmisbare inschattingen

Het openlijke dédain waarmee Trump de leveranciers van onmisbare inschattingen tot nu toe heeft bejegend is adembenemend. Toen in de zomer duidelijk begon te worden dat Russen Democratische computers hadden gehackt, riep hij Poetin op om ook de e-mails van Hillary Clinton te laten hacken. De inlichtingendiensten wisten niet hoe ze het hadden: riep Trump op tot spionage in de VS? Voormalige topmensen van de CIA waarschuwden publiekelijk dat Trump wel eens de meest roekeloze president aller tijden zou kunnen worden en dat hij de motivatie van analisten en spionnen ondermijnde.

Trump gooide vervolgens met liefde nog wat olie op het vuur. Toen hij als presidentskandidaat in aanmerking kwam voor zijn eerste briefing door de inlichtingendiensten liet hij meteen weten als president geen enkele behoefte te hebben aan de traditionele dagelijkse briefing, de presidential daily brief (pdb). Hij was een intelligent man, zei Trump, en hij hoefde echt niet elke dag hetzelfde te horen. En bovendien, over sommige zaken wist hij toch al meer dan de generaals.

Elke president gaat anders om met die briefing, zegt De Graaff. George W. Bush wilde de briefing altijd ’s ochtends vroeg, Obama later op de dag. Bush sr, was er zo verzot op dat hij ze ook na zijn presidentschap bleef ontvangen en Ronald Reagan wilde ze soms op video. „Iedereen deed het anders, maar niemand schoffeerde de diensten nog voordat hij president was.”

Een rommeltje

Trump laat zijn adviseur voor nationale veiligheid, Michael Flynn, het dagelijkse rapport nu in ontvangst nemen. Luitenant-generaal Flynn was hoofd van de militaire tegenhanger van de CIA, de Defense Intelligence Agency (DIA) en vindt burgerlijke inlichtingendiensten maar niets. Hij werd vervroegd met pensioen gestuurd omdat hij, zeggen zijn tegenstanders, er een rommeltje van maakte. Zelf zegt Flynn dat hij is weggestuurd omdat hij het niet eens was met inschattingen van de CIA.

Met Flynn zit er op een cruciale post in het web tussen president en adviseurs dus een man die nog rekeningen te vereffenen heeft en een deel van het enorme inlichtingenapparaat (zestien diensten plus een coördinatie-dienst) niet voor vol aanziet.

Waarom heeft Trump eigenlijk zo’n afkeer van die diensten? „Binnen rechts Amerika is er altijd een zeker dédain geweest voor de CIA, die van oudsher werd bemand door academici van de top-universiteiten. Voor Republikeinen was het een bolwerk van de progressieve elite. Bovendien is de CIA in de ogen van Republikeinen deel van een federale overheid waar ze niet veel mee hebben. Trump drijft ook op dat sentiment. Daarnaast is Trump ervan overtuigd dat de diensten gepolitiseerd zijn en daarom onbetrouwbaar.”

In de Amerikaanse ideologie horen diensten neutraal te zijn, tussen beleidsmakers en analisten staat The Wall. In de praktijk is dat al lang fictie, zeker nadat de inlichtingendiensten zich lieten misbruiken in de controverse over het al dan niet bestaan van Iraakse massavernietingswapens. Een blunder, die Trump ze nu nog voortdurend onder de neus wrijft. Met de komst van Trump zullen de diensten alleen nog maar verder gepolitiseerd raken, vreest De Graaff.